Bitcoin en de dollarindex (DXY) stegen in 2026 gedurende overlappende periodes tegelijk. Dat is opvallend, omdat de twee vaak in tegengestelde richting bewegen. Maar een korte periode waarin beide stijgen, bewijst niet dat hun onderlinge verband blijvend is veranderd. Specifieke vraag naar Bitcoin kan de koers hebben opgestuwd ondanks de sterkere dollar. Een terugval eind september liet tegelijk zien dat hogere rentes en een sterke dollar BTC nog altijd onder druk kunnen zetten.
1
6
10
Hoe sterk stegen Bitcoin en de dollar?
Bitcoin liep op van ongeveer $63.000 begin augustus naar een latere piek van bijna $87.000: circa 38% boven het niveau van begin augustus. Daarna zakte de koers terug naar ongeveer $84.600, maar stond nog altijd zo’n 34% hoger. De vergelijking voor de DXY begint later: de index steeg van ongeveer 98,4 begin september naar meer dan 101, een toename van minstens 2,6%. Omdat de meetperiodes niet gelijk lopen, laten deze cijfers zien dat beide in dezelfde richting bewogen — niet dat hun prestaties één op één vergelijkbaar zijn.
1
De DXY meet de waarde van de Amerikaanse dollar tegenover een mandje van belangrijke valuta. Het is geen directe graadmeter voor de vraag naar Bitcoin en vat ook niet alle factoren samen die de dollar beïnvloeden.
9
Waarom konden beide stijgen?
De beschikbare berichten noemen mogelijke steunfactoren voor elk van de twee activa. De opmars van Bitcoin viel samen met een terugkeer van aankopen via spot-ETF’s. Een bericht over de piek van 21 september wees ook op forse ETF-instroom en het gedwongen sluiten van shortposities. Dat kan extra koopdruk op Bitcoin hebben gezet, maar verklaart niet automatisch de hele rally sinds augustus.
21
24
De dollar werd ondertussen sterker nadat Amerikaanse inflatiecijfers de verwachtingen aanwakkerden dat de rente hoger zou kunnen uitvallen. In het algemeen kunnen een sterkere dollar en oplopende obligatierentes tegenwind geven voor Bitcoin. Die druk kan tijdelijk worden overvleugeld door specifieke vraag naar BTC of andere marktkrachten. De bronnen stellen geen enkele oorzaak vast voor de gelijktijdige stijging.
6
23
Dat onderscheid is belangrijk: twee activa kunnen tegelijkertijd stijgen doordat elk door andere factoren wordt gesteund. Dat betekent niet vanzelf dat hun langetermijnverband is veranderd.
Een sterke opleving in het derde kwartaal, maar nog geen herstel over het hele jaar
De gemelde winst van 43,5% voor Bitcoin in het derde kwartaal was een tussenstand toen september bijna voorbij was, geen definitief kwartaalcijfer. De stijging volgde op verliezen van 22,2% in het eerste kwartaal en 14,09% in het tweede.
34
Samengerekend komen die verliezen in de eerste jaarhelft neer op ongeveer 33,2%. Een stijging van 43,5% vanaf dat lagere niveau zou Bitcoin nog steeds circa 4% onder het beginjaarsniveau laten. Als de winst tot en met 30 september standhoudt, zou dit volgens de aangehaalde historische reeks van CoinGlass het op één na sterkste derde kwartaal zijn, na de stijging van 80,41% in 2017.
34
35
Een sterk kwartaal is opmerkelijk, maar bewijst op zichzelf niet dat Bitcoin los is geraakt van de dollar. Historische schattingen verschillen afhankelijk van de onderzochte periode en methode. Bovendien is het gerapporteerde verband soms afgezwakt; het gedraagt zich niet als een vaste regel.
4
10
Welke signalen laten zien of de afwijking aanhoudt?
Een nuttige test is hoe Bitcoin reageert als de dollar sterk blijft. Eind september daalde BTC ongeveer 4% vanaf een recente piek, terwijl de Amerikaanse staatsrentes en de dollar opliepen. Dat was een herinnering dat macro-economische tegenwind niet verdwenen was.
6
Wie het verband volgt, kan de bewegingen van Bitcoin naast de DXY en de rente op Amerikaanse staatsobligaties leggen rond nieuwe inflatie- en werkgelegenheidscijfers. Ook ETF-instroom is relevant. Als Bitcoin langere tijd blijft stijgen terwijl de dollar sterk blijft, is dat overtuigender bewijs voor een blijvende verschuiving dan een korte periode waarin beide oplopen. Verzwakt BTC opnieuw wanneer de rente en DXY stijgen, dan lijkt de recente gelijktijdige stijging eerder een tijdelijke afwijking. Geen van beide patronen bewijst op zichzelf een oorzakelijk verband.