Volgens enquêtes is de lokale infrastructuur bij 77% tot 87% van de organisaties in APJ nog niet volledig klaar voor AI workloads.
Gepubliceerd doorBewerkt met GPT-6 LunaAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 2
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: Why are enterprises across Asia Pacific and Japan struggling to scale AI from pilots to production despite advanced models, with more than t. Article summary: The central problem is a production-readiness gap, not simply a shortage of powerful models: APJ reporting puts on-premises AI infrastructure unreadiness at 77%–87%, alongside concerns about governance and data sovereign. Topic tags: general, general web, government. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts with fake n
Een geslaagde AI-pilot betekent nog niet dat een toepassing klaar is voor dagelijks gebruik. Daarvoor moeten ook gegevensstromen, bestaande systemen, beveiliging, betrouwbaarheid en kosten op orde zijn. In APJ — Azië-Pacific en Japan — meldt 77% tot 87% van de organisaties dat hun lokaal beheerde infrastructuur nog niet volledig geschikt is voor AI-workloads. Voor Singapore is dat 77%.2
14
Die cijfers wijzen op een bredere uitdaging: prestaties, beveiliging en datasoevereiniteit, plus de complexiteit van AI-beheer in verspreide IT-omgevingen. Wie AI wil opschalen, moet die randvoorwaarden vanaf het begin meenemen, in plaats van ze pas na de pilot op te lossen.
Een pilot draait vaak in een gecontroleerde omgeving. Zodra een toepassing in productie gaat, moet die omgaan met echte gegevens, bestaande bedrijfssystemen, piekbelasting, beveiligingsmaatregelen, storingen en doorlopende kosten. Het AI-model is maar één onderdeel van die keten.
Berichtgeving over APJ noemt prestatieknelpunten, zorgen over beveiliging en datasoevereiniteit, en de complexiteit van implementatie en beheer als obstakels wanneer organisaties AI buiten het hoofdkantoor willen inzetten.2 Als deze kwesties los van elkaar worden aangepakt, kan een veelbelovend prototype stranden zonder duidelijk, beheerst pad naar bredere inzet.
De cijfers verdienen wel nuance: het gaat om antwoorden in een enquête over infrastructuur, niet om een onafhankelijke controle van de AI-capaciteiten van elke organisatie.12 Ze geven een beeld van gedeelde zorgen, maar voorspellen niet precies welke projecten zullen slagen of mislukken.
Bepaal eerst welk concreet bedrijfsprobleem AI moet oplossen en waaraan succes in de praktijk te herkennen is. Wijs een verantwoordelijke eigenaar aan, spreek meetbare resultaten af en leg vast welke eisen gelden voor kwaliteit, kosten en opschaling als het systeem onzeker is of uitvalt.
Breng vervolgens in kaart wat de toepassing nodig heeft: toegang tot gegevens en het verplaatsen ervan, opslag, rekenkracht, netwerkcapaciteit, koppelingen met bestaande systemen, beveiliging en operationele ondersteuning. Test die onderdelen onder omstandigheden die het verwachte gebruik benaderen. Zo wordt duidelijk of de bottleneck bij het model ligt, bij de infrastructuur, bij datatoegang of bij het dagelijkse beheer.
Stem de AI-planning en de infrastructuurplanning op die behoeften af. Moderniseer de onderdelen die de toepassing tegenhouden, zonder AI als aanleiding te gebruiken om in één keer alle verouderde systemen te vervangen.
Voor financiële instellingen in Singapore beschrijven de richtlijnen van de Monetary Authority of Singapore (MAS), de financiële toezichthouder, verwachtingen rond toezicht, risicobeheersing en controle gedurende de levenscyclus van AI.21
31 MAS verwijst financiële instellingen ook naar een door de sector ontwikkeld hulpmiddel om AI-risicobeheer in de praktijk te brengen.
18
De praktische les voor organisaties: regel de verantwoordelijkheden vóór de ingebruikname. Wijs eigenaren aan voor het bedrijfsresultaat, de gegevens, het model, de infrastructuur en de reactie op incidenten. Bepaal wie goedkeuring geeft, hoe het systeem wordt gecontroleerd en wanneer medewerkers moeten ingrijpen of de toepassing moeten stilleggen. Governance werkt het best wanneer die ontwerp- en implementatiekeuzes stuurt, niet wanneer ze alleen als laatste vinkje wordt toegevoegd.
De locatie van een datacenter bepaalt niet op zichzelf wie controle heeft over gegevens. Ook de toepasselijke rechtsgebieden en andere vormen van toegang kunnen van belang zijn.33 Breng vóór de implementatie in kaart welke gegevens worden verwerkt en waar ze naartoe gaan. Denk daarbij ook aan operationele kopieën, zoals logbestanden en back-ups.
Onderzoek welke rechtsgebieden en toegangsafspraken voor de dienst gelden en vertaal de goedgekeurde regels voor locatie en gegevensoverdracht naar de implementatie- en beheerprocedures. De eisen verschillen per organisatie en toepassing. Het doel is niet om aan te nemen dat iedere AI-toepassing lokaal moet draaien, maar om de keuzes over locatie en toegang bewust te maken en af te stemmen op de geldende verplichtingen.
Veel organisaties moeten bestaande bedrijfssystemen op virtuele machines (VM’s) combineren met toepassingen in containers. In APJ neemt het gebruik van Kubernetes en containerplatforms toe, terwijl organisaties virtualisatie en containers steeds vaker naast elkaar inzetten. Dat vraagt ook om nieuwe vaardigheden en werkwijzen.3
Een praktische aanpak is om bestaande systemen op VM’s te laten draaien zolang dat passend is, en AI-diensten in containers onder te brengen waar dat bij de toepassing past. Verbind ze via beheerde gegevenskoppelingen en API’s. Zorg daarbij voor samenhangende afspraken over identiteit, beveiliging, monitoring, back-ups en herstel. Eén gedeelde werkwijze betekent consistente controles en duidelijke verantwoordelijkheden — niet dat elke toepassing dezelfde technologie moet gebruiken.
Betrek bedrijfs-, data-, platform-, beveiligings-, risico- en operationele teams bij hetzelfde traject. Zet een toepassing pas in productie wanneer de afhankelijkheden, controles en ondersteuning geregeld zijn. Volg daarna niet alleen de bedrijfsresultaten, maar ook de betrouwbaarheid, de servicekwaliteit en de kosten. Gebruik de opgedane ervaring om de implementatiesjablonen en beheerprocedures voor een volgende toepassing te verbeteren.
De vergelijking met Formule 1 maakt het punt duidelijk: het model is de motor, maar ook de rest van de auto en het team moeten functioneren. Infrastructuur, governance, databeheer en de mensen die de dienst beheren bepalen samen of AI betrouwbaar presteert buiten de testomgeving.
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
Volgens enquêtes is de lokale infrastructuur bij 77% tot 87% van de organisaties in APJ nog niet volledig klaar voor AI workloads.
Volgens enquêtes is de lokale infrastructuur bij 77% tot 87% van de organisaties in APJ nog niet volledig klaar voor AI workloads.
Gepubliceerd doorBewerkt met GPT-6 LunaAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 2
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: Why are enterprises across Asia Pacific and Japan struggling to scale AI from pilots to production despite advanced models, with more than t. Article summary: The central problem is a production-readiness gap, not simply a shortage of powerful models: APJ reporting puts on-premises AI infrastructure unreadiness at 77%–87%, alongside concerns about governance and data sovereign. Topic tags: general, general web, government. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts with fake n
Een geslaagde AI-pilot betekent nog niet dat een toepassing klaar is voor dagelijks gebruik. Daarvoor moeten ook gegevensstromen, bestaande systemen, beveiliging, betrouwbaarheid en kosten op orde zijn. In APJ — Azië-Pacific en Japan — meldt 77% tot 87% van de organisaties dat hun lokaal beheerde infrastructuur nog niet volledig geschikt is voor AI-workloads. Voor Singapore is dat 77%.2
14
Die cijfers wijzen op een bredere uitdaging: prestaties, beveiliging en datasoevereiniteit, plus de complexiteit van AI-beheer in verspreide IT-omgevingen. Wie AI wil opschalen, moet die randvoorwaarden vanaf het begin meenemen, in plaats van ze pas na de pilot op te lossen.
Een pilot draait vaak in een gecontroleerde omgeving. Zodra een toepassing in productie gaat, moet die omgaan met echte gegevens, bestaande bedrijfssystemen, piekbelasting, beveiligingsmaatregelen, storingen en doorlopende kosten. Het AI-model is maar één onderdeel van die keten.
Berichtgeving over APJ noemt prestatieknelpunten, zorgen over beveiliging en datasoevereiniteit, en de complexiteit van implementatie en beheer als obstakels wanneer organisaties AI buiten het hoofdkantoor willen inzetten.2 Als deze kwesties los van elkaar worden aangepakt, kan een veelbelovend prototype stranden zonder duidelijk, beheerst pad naar bredere inzet.
De cijfers verdienen wel nuance: het gaat om antwoorden in een enquête over infrastructuur, niet om een onafhankelijke controle van de AI-capaciteiten van elke organisatie.12 Ze geven een beeld van gedeelde zorgen, maar voorspellen niet precies welke projecten zullen slagen of mislukken.
Bepaal eerst welk concreet bedrijfsprobleem AI moet oplossen en waaraan succes in de praktijk te herkennen is. Wijs een verantwoordelijke eigenaar aan, spreek meetbare resultaten af en leg vast welke eisen gelden voor kwaliteit, kosten en opschaling als het systeem onzeker is of uitvalt.
Breng vervolgens in kaart wat de toepassing nodig heeft: toegang tot gegevens en het verplaatsen ervan, opslag, rekenkracht, netwerkcapaciteit, koppelingen met bestaande systemen, beveiliging en operationele ondersteuning. Test die onderdelen onder omstandigheden die het verwachte gebruik benaderen. Zo wordt duidelijk of de bottleneck bij het model ligt, bij de infrastructuur, bij datatoegang of bij het dagelijkse beheer.
Stem de AI-planning en de infrastructuurplanning op die behoeften af. Moderniseer de onderdelen die de toepassing tegenhouden, zonder AI als aanleiding te gebruiken om in één keer alle verouderde systemen te vervangen.
Voor financiële instellingen in Singapore beschrijven de richtlijnen van de Monetary Authority of Singapore (MAS), de financiële toezichthouder, verwachtingen rond toezicht, risicobeheersing en controle gedurende de levenscyclus van AI.21
31 MAS verwijst financiële instellingen ook naar een door de sector ontwikkeld hulpmiddel om AI-risicobeheer in de praktijk te brengen.
18
De praktische les voor organisaties: regel de verantwoordelijkheden vóór de ingebruikname. Wijs eigenaren aan voor het bedrijfsresultaat, de gegevens, het model, de infrastructuur en de reactie op incidenten. Bepaal wie goedkeuring geeft, hoe het systeem wordt gecontroleerd en wanneer medewerkers moeten ingrijpen of de toepassing moeten stilleggen. Governance werkt het best wanneer die ontwerp- en implementatiekeuzes stuurt, niet wanneer ze alleen als laatste vinkje wordt toegevoegd.
De locatie van een datacenter bepaalt niet op zichzelf wie controle heeft over gegevens. Ook de toepasselijke rechtsgebieden en andere vormen van toegang kunnen van belang zijn.33 Breng vóór de implementatie in kaart welke gegevens worden verwerkt en waar ze naartoe gaan. Denk daarbij ook aan operationele kopieën, zoals logbestanden en back-ups.
Onderzoek welke rechtsgebieden en toegangsafspraken voor de dienst gelden en vertaal de goedgekeurde regels voor locatie en gegevensoverdracht naar de implementatie- en beheerprocedures. De eisen verschillen per organisatie en toepassing. Het doel is niet om aan te nemen dat iedere AI-toepassing lokaal moet draaien, maar om de keuzes over locatie en toegang bewust te maken en af te stemmen op de geldende verplichtingen.
Veel organisaties moeten bestaande bedrijfssystemen op virtuele machines (VM’s) combineren met toepassingen in containers. In APJ neemt het gebruik van Kubernetes en containerplatforms toe, terwijl organisaties virtualisatie en containers steeds vaker naast elkaar inzetten. Dat vraagt ook om nieuwe vaardigheden en werkwijzen.3
Een praktische aanpak is om bestaande systemen op VM’s te laten draaien zolang dat passend is, en AI-diensten in containers onder te brengen waar dat bij de toepassing past. Verbind ze via beheerde gegevenskoppelingen en API’s. Zorg daarbij voor samenhangende afspraken over identiteit, beveiliging, monitoring, back-ups en herstel. Eén gedeelde werkwijze betekent consistente controles en duidelijke verantwoordelijkheden — niet dat elke toepassing dezelfde technologie moet gebruiken.
Betrek bedrijfs-, data-, platform-, beveiligings-, risico- en operationele teams bij hetzelfde traject. Zet een toepassing pas in productie wanneer de afhankelijkheden, controles en ondersteuning geregeld zijn. Volg daarna niet alleen de bedrijfsresultaten, maar ook de betrouwbaarheid, de servicekwaliteit en de kosten. Gebruik de opgedane ervaring om de implementatiesjablonen en beheerprocedures voor een volgende toepassing te verbeteren.
De vergelijking met Formule 1 maakt het punt duidelijk: het model is de motor, maar ook de rest van de auto en het team moeten functioneren. Infrastructuur, governance, databeheer en de mensen die de dienst beheren bepalen samen of AI betrouwbaar presteert buiten de testomgeving.
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
Volgens enquêtes is de lokale infrastructuur bij 77% tot 87% van de organisaties in APJ nog niet volledig klaar voor AI workloads.