Die rust bleek echter van korte duur. In juni en juli 2025 was de wapenstilstand feitelijk ingestort. Nadat boven de Straat van Hormuz een Apache-helikopter was neergehaald, voerden de Verenigde Staten nieuwe aanvallen uit. President Trump verklaarde vervolgens dat de wapenstilstand "voorbij" was .
De marktreactie was snel herkenbaar: olieprijzen stegen, aandelen kwamen onder druk te staan en de geopolitieke risicopremie keerde terug op de energiemarkt . Voor de euro was dat ongunstig. De munt wordt doorgaans gevoeliger geacht voor verslechterend marktsentiment dan de dollar, die in onrustige periodes vaak als veilige haven wordt gezocht.
Tijdens het ECB-forum in Sintra wees ECB-president Christine Lagarde erop dat lagere energiekosten na de eerdere vredesafspraak de risico’s voor inflatie en groei in de eurozone hadden verminderd. De hernieuwde escalatie draaide dat beeld weer om .
De rente-ontwikkeling maakte de situatie voor de euro extra ingewikkeld.
ECB, 11 juni 2025: de Europese Centrale Bank verhoogde de rente met 25 basispunten. De depositorente kwam daarmee uit op 2,25%. Het was de eerste verhoging na een eerdere periode van renteverlagingen, ingegeven door opnieuw oplopende inflatiedruk als gevolg van hogere energiekosten door de oorlog met Iran . De markt had deze stap vrijwel volledig ingeprijsd en de ECB gaf aan dat verdere verhogingen niet waren uitgesloten .
Federal Reserve, juli 2025: de Amerikaanse centrale bank hield de beleidsrente op 3,50% tot 3,75%, maar koos voor een uitgesproken hawkish toon. De Fed liet weten opnieuw te kunnen verhogen als de inflatie onvoldoende zou afkoelen .
Op papier ontstond daarmee de scherpste nominale beleidskloof van deze cyclus. Toch was de klassieke valutahandel — een hawkish Fed tegenover een soepele ECB — minder eenduidig dan normaal, omdat beide centrale banken hun beleid in een strengere richting bewogen.
Voor EUR/USD bleef vooral het absolute renteverschil tellen. De ECB-renteverhoging gaf de euro geen doorslaggevend rendementvoordeel: de Fed stond al op een veel hoger niveau en hield de mogelijkheid van een nieuwe verhoging open .
Verschillende factoren werkten tegelijkertijd tegen de euro:
De periode van 28 juli tot en met 1 augustus 2025 was een van de meest geconcentreerde weken van het jaar voor het risico rond EUR/USD. Beleggers kregen meerdere belangrijke besluiten en datapunten vrijwel direct na elkaar voorgeschoteld:
| Gebeurtenis | Datum | Waarom belangrijk? |
|---|---|---|
| Rentevergadering van de Fed (FOMC) | 28–29 juli | Het rentebesluit en een eventuele update van de dot plot konden de richting van de dollar bepalen . |
| Amerikaans bbp over het tweede kwartaal, eerste raming | 30 juli | Een momentopname van de groei die de Fed in een strengere of juist soepelere richting kon duwen. |
| Amerikaanse PCE-inflatie over juni | 31 juli | De kern-PCE is een belangrijke inflatiemaatstaf voor de Federal Reserve. |
| Eurozone-bbp over het tweede kwartaal, voorlopige raming | 30 juli | De cijfers konden aanwijzingen geven over recessierisico’s of economische veerkracht. |
| Voorlopige HICP-inflatie van de eurozone over juli | 31 juli | Een belangrijke test voor de volgende rentestap van de ECB. |
Sterke Amerikaanse groeicijfers of een hoger dan verwachte PCE-inflatie zouden de hawkish houding van de Fed bevestigen. Dat kon EUR/USD richting of onder de grens van 1,13 duwen. Zwakke groeicijfers uit de eurozone zouden de ECB tegelijk klemzetten tussen het bestrijden van inflatie en het ondersteunen van een verzwakkende economie. Ook hardnekkig hoge Europese inflatie bood de euro niet automatisch steun: die zou de centrale bank juist voor een lastig beleidsdilemma plaatsen.
Zo ging EUR/USD de dataweek in met een overwegend bearish bias. Zonder een duidelijke katalysator bleef het paar gevangen in de bandbreedte van ongeveer 1,13 tot 1,15 .