De IMDA consultatie van 18 maart 2026 stelt voor om telecominfrastructuur al in de ontwerpfase van nieuwe gebouwen vast te leggen, inclusief kosteloze ruimte voor mobiele installaties. Gebouweigenaren en ontwikkelaars zouden ruimte, kabelgoten en stijgschachten voorzien; mobiele netwerkoperators bepalen de technisch...
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: What revisions to Singapore’s Code of Practice for Info-communication Facilities in Buildings (COPIF) is IMDA proposing, when are they expec. Article summary: IMDA’s March 2026 consultation proposes updating COPIF so telecom infrastructure is designed into new developments earlier, rather than added after completion. The consultation paper does not state a final commencement d. Topic tags: general, general web, user generated. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts with fa
De Singaporese Infocomm Media Development Authority (IMDA) wil de Code of Practice for Info-communication Facilities in Buildings (COPIF) aanpassen. De voorgestelde regels moeten telecominfrastructuur een vaste plek geven in het ontwerp en de bouw van nieuwe ontwikkelingen, in plaats van die pas na oplevering te regelen.
De openbare consultatie werd op 18 maart 2026 gepubliceerd. De voorstellen zijn nog geen definitieve regels: COPIF 2018 blijft voorlopig van toepassing en de IMDA heeft nog geen datum vastgesteld waarop eventuele wijzigingen ingaan.
De belangrijkste wijziging is dat ontwikkelaars en gebouweigenaren al tijdens de ontwerpfase geschikte Mobile Installation Space (MIS) zouden moeten aanwijzen. Dat is ruimte voor apparatuur van mobiele netwerkoperators.
De eigenaar reserveert die ruimte en verwerkt de benodigde passieve infrastructuur in de bouwplannen. Mobiele netwerkoperators — in Singapore aangeduid als MNO’s — zouden al tijdens het ontwerp meedenken over technisch geschikte locaties en later hun apparatuur daar installeren.
Volgens de IMDA kan deze aanpak onderhandelingen achteraf, aanpassingen aan een voltooid gebouw en overlast voor bewoners en huurders beperken. Operators krijgen bovendien een duidelijker traject om dekking te activeren zodra een gebouw in gebruik wordt genomen.
Waar dat technisch mogelijk is, wil de IMDA het dak als voorkeurslocatie voor mobiele installaties behouden. De relevante ruimte zou zonder huur ter beschikking worden gesteld voor de mobiele apparatuur. Dakinstallaties kunnen niet alleen de dekking in het gebouw verbeteren, maar eventueel ook het omliggende gebied bedienen.
Dat betekent niet dat op elk dak automatisch apparatuur komt te staan. De gebouweigenaar moet de ruimte plannen en beschikbaar stellen, maar de operator beoordeelt of de locatie technisch geschikt is en beslist hoe het netwerk wordt uitgerold.
De voorstellen bevatten ook waarborgen voor de bouwkundige veiligheid. Zo zouden MNO’s op eigen kosten een bevoegde professional moeten inschakelen om te certificeren dat een geplande mobiele installatie constructief veilig is voordat de werkzaamheden beginnen.
De consultatie kijkt daarnaast naar kosteloze ruimte op straatmeubilair, waaronder lantaarnpalen. Zulke locaties kunnen worden gebruikt voor kleinere mobiele installaties wanneer daken niet beschikbaar zijn of onvoldoende dekking op straatniveau bieden.
Dat is relevant voor dicht op elkaar geplaatste 5G-installaties, die nodig kunnen zijn om in drukke buitengebieden voldoende capaciteit te leveren. In eerdere consultatiedocumenten worden onder meer parken, groene corridors en snelwegen genoemd.
De planning zou daarmee verder reiken dan het gebouw zelf. Eigenaren van relevant straatmeubilair zouden rekening moeten houden met telecomapparatuur en toegang mogelijk moeten maken. De operators blijven verantwoordelijk voor de installatie en exploitatie van hun netwerken.
Voor nieuwe gebouwen stelt de IMDA voor om telecomstijgschachten door te trekken tot de parkeergarage op basement one (B1) en daar telecomkabelgoten aan te leggen, naast de elektrische kabelgoten.
Een stijgschacht is een verticale route die telecomkabels tussen verdiepingen voert en beschermt. Kabelgoten bieden vervolgens een horizontaal traject voor de verdere distributie. Door deze infrastructuur al tot B1 aan te leggen, kunnen operators de mobiele en vaste verbindingen in ondergrondse parkeergarages gemakkelijker verbeteren zonder afgewerkte constructies open te breken.
B1 krijgt daarbij bijzondere aandacht omdat deze verdieping vaak wordt gebruikt voor ritten met vervoersdiensten, het ophalen van eten en pakketten en toegang voor hulpdiensten. Betrouwbare verbindingen zijn daar nuttig voor bewoners, huurders, bezoekers en dienstverleners. Onder de huidige voorstellen wordt de verplichting niet verder onder B1 doorgetrokken, omdat daar doorgaans minder en meer tijdelijk publiek komt.
Onder het voorgestelde kader zouden zij:
Het gaat hierbij om ruimte, kabelroutes en andere bouwkundige voorzieningen. Eigenaren zouden niet verantwoordelijk worden voor de keuze van netwerkapparatuur of het ontwerp van het netwerk van een operator.
MNO’s zouden eerder bij het ontwerpproces worden betrokken, technisch geschikte locaties helpen bepalen en hun netwerkapparatuur in de gereserveerde ruimten installeren. Voor mobiele werkzaamheden zouden zij ook aan de eisen rond constructieve veiligheid moeten voldoen.
De verdeling is duidelijk: de eigenaar zorgt voor een gebouw dat op telecominstallaties is voorbereid, terwijl de operator bepaalt hoe het eigen netwerk technisch wordt aangelegd en geëxploiteerd.
De herziening moet de aanleg en vernieuwing van mobiele en vaste telecominfrastructuur ondersteunen, ook in gebouwen die essentiële diensten huisvesten.
Een vroegere planning kan volgens de voorgestelde aanpak helpen om:
Voor bewoners en huurders kan dat betekenen dat de mobiele verbinding bij de ingebruikname van een gebouw betrouwbaarder is. Dat is praktisch bij het regelen van verhuizers en aannemers, het ontvangen van bezorgingen, thuiswerken en contact met anderen. Een voorbereide B1-infrastructuur kan bovendien helpen bij ritten, bezorgingen en noodcommunicatie in parkeergarages.
De IMDA koppelt een hogere netwerkdichtheid en meer capaciteit op straatniveau aan een toekomst waarin ook toepassingen zoals autonome voertuigen en bezorgrobots mogelijk worden. Dat zijn voorbeelden van diensten die baat kunnen hebben bij betere connectiviteit, geen garantie dat de COPIF-wijzigingen zulke toepassingen daadwerkelijk zullen opleveren.
De voorstellen regelen vooral de fysieke voorwaarden voor netwerkuitrol: ruimte, toegang en kabelroutes. De uiteindelijke dekking, capaciteit en beschikbare diensten blijven afhankelijk van investeringen van operators, technisch ontwerp, de vraag en andere factoren.
In het aangehaalde consultatiemateriaal uit 2026 staat geen bevestigde ingangsdatum. De IMDA moet eerst de reacties beoordelen en vervolgens besluiten of zij een aangepaste COPIF uitvaardigt. Tot die tijd zijn de voorstellen niet bindend. De meest recente gepubliceerde COPIF 2018 en de bijbehorende richtlijnen gelden volgens de IMDA sinds 15 december 2018.
Voor projectteams is de boodschap daarom vooral praktisch: houd nieuwe telecomruimte, toegang tot daken en lantaarnpalen en kabelroutes naar B1 al vroeg in het ontwerpproces rekening. Dat is de richting die de IMDA voorstelt, maar de definitieve eisen en startdatum staan nog niet vast.
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
De IMDA consultatie van 18 maart 2026 stelt voor om telecominfrastructuur al in de ontwerpfase van nieuwe gebouwen vast te leggen, inclusief kosteloze ruimte voor mobiele installaties.
De IMDA consultatie van 18 maart 2026 stelt voor om telecominfrastructuur al in de ontwerpfase van nieuwe gebouwen vast te leggen, inclusief kosteloze ruimte voor mobiele installaties. Gebouweigenaren en ontwikkelaars zouden ruimte, kabelgoten en stijgschachten voorzien; mobiele netwerkoperators bepalen de technisch geschikte locaties en installeren hun apparatuur.
De bedoeling is om renovaties achteraf, vertragingen en geschillen te beperken en de dekking in gebouwen, parkeergarages en drukke buitengebieden te verbeteren.