Het gaat bovendien niet alleen om de kosten van verduurzaming. Als aanpassing en uitstootreductie achterwege blijven, kan klimaatverandering Vietnam volgens de Wereldbank tegen 2050 jaarlijks 12 tot 14,5 procent van het bbp kosten .
De verschillende bedragen spreken elkaar niet noodzakelijk tegen: ze hebben betrekking op andere tijdvakken en definities. De kern blijft dezelfde: de binnenlandse financiële markt kan deze transitie niet alleen dragen.
De omvang van de markt laat zien hoe groot de kloof is. Een academische studie uit 2025 stelde vast dat groene kredieten slechts 4 tot 5 procent van alle leningen uitmaken. Groene obligaties waren goed voor slechts 1,5 procent van de binnenlandse obligatiemarkt .
Vijf obstakels springen eruit.
De Vietnamese obligatiemarkt is nog relatief beperkt ontwikkeld. Voor beleggers kunnen de rendementen daardoor minder aantrekkelijk zijn, terwijl projecten in een opkomende economie vaak als risicovoller worden beschouwd. Aan de kant van uitgevende instellingen lopen bovendien de kosten voor structurering, uitgifte en onafhankelijke verificatie snel op .
Dat maakt groene obligaties voor veel bedrijven minder vanzelfsprekend dan gewone financiering. Vooral kleinere ondernemingen missen vaak de expertise en schaal om een uitgifte rendabel op te zetten.
Dit wordt in onderzoek vaak genoemd als een van de zwaarste barrières. Vietnam beschikt nog niet over een volledig uitgewerkt en eenduidig kader voor groene financiering. Ook zijn er onvoldoende heldere richtlijnen en sjablonen voor de uitgifte van groene obligaties en is de aansluiting op internationale standaarden, zoals de Green Bond Principles van de International Capital Market Association, beperkt .
Het Energy Transition Partnership omschrijft de regelgeving voor groene financiering in Vietnam dan ook als een kader dat nog in de beginfase verkeert . Voor internationale beleggers betekent dat extra onzekerheid over wat precies als ‘groen’ mag worden aangemerkt.
Vietnam nam pas in 2025 een nationale groene taxonomie aan: een classificatiesysteem dat bepaalt welke activiteiten als duurzaam of groen gelden . De invoering daarvan is een belangrijke stap, maar rapportage- en openbaarmakingsmechanismen staan nog in de kinderschoenen.
EY wijst daarnaast op versnipperde ESG-data en een gebrek aan onafhankelijke verificatie. Daardoor kunnen internationale beleggers en financiële instellingen risico’s moeilijker beoordelen . In een analyse was 63 procent van de bedrijfsobligaties niet door een derde partij geverifieerd, wat het risico op greenwashing vergroot .
Buitenlandse investeerders die zich voor langere tijd aan Vietnamese projecten verbinden, lopen valutarisico. Schommelingen in de wisselkoers kunnen het uiteindelijke rendement aantasten, zelfs wanneer een project operationeel goed presteert. Dat risico is een bekend probleem in opkomende economieën en maakt langlopende groene investeringen minder aantrekkelijk .
Naast de algemene problemen zijn er specifieke zwakke plekken in de groene-obligatiemarkt. Vietnam heeft nog weinig gespecialiseerde tussenpartijen, zoals kredietbeoordelaars en onafhankelijke verificateurs. Ook zijn er beperkte fiscale stimulansen, is de kennis bij beleggers nog niet overal groot en hebben afzonderlijke uitgiftes vaak een kleine omvang .
Een kleine markt leidt zo tot een zichzelf versterkend probleem: er zijn weinig producten, waardoor beleggers weinig ervaring opbouwen; daardoor blijft de vraag beperkt en blijven nieuwe uitgiftes relatief duur.
Tijdens de Vietnam Green Finance Conference 2026, die op 6 augustus 2026 in Ho Chi Minhstad werd gehouden, lag de nadruk op de vraag hoe internationale geldstromen aan Vietnamese investeringsmogelijkheden kunnen worden gekoppeld. De bijeenkomst had als thema Where Green Capital Meets Investment Opportunity en werd georganiseerd door VIFC-HCMC, Nam A Bank, FiinGroup en het Global Green Growth Institute (GGGI) .
Een van de belangrijkste voorstellen was de oprichting van een gespecialiseerd, gecentraliseerd handelsplatform. Onder Decree No. 330 moet binnen het VIFC een beurs komen waarop grondstoffen en derivaten kunnen worden genoteerd en verhandeld, waaronder groene obligaties en koolstofkredieten .
Zo’n platform moet een praktisch probleem aanpakken: de huidige markt is versnipperd en daardoor weinig liquide. Een centrale infrastructuur kan vraag en aanbod beter bij elkaar brengen en het voor binnenlandse en internationale beleggers eenvoudiger maken om groene financiële producten te vinden en te verhandelen .
VIFC-HCMC wil daarnaast uitgroeien tot een hub voor de transformatie van groen kapitaal. Volgens universitair hoofddocent Nguyen Huu Huan, vicevoorzitter van het uitvoerend bestuur van VIFC-HCMC, moet het centrum groene projecten standaardiseren, risico’s beperken en de toegang tot financiering verbeteren. Het doel is een veilige en transparante verbinding tussen Vietnamese projecten en internationaal kapitaal .
In die visie worden projecten gestandaardiseerd, gemeten, gewaarborgd, gefinancierd en uiteindelijk grensoverschrijdend verhandeld. De conferentie koppelde deze infrastructuur rechtstreeks aan de ambitie om de geschatte 700 miljard dollar voor de netto-nultransitie te mobiliseren .
De conferentie leverde ook een concrete financieringsovereenkomst op. Nam A Bank tekende een strategisch partnerschap en een internationale groene kredietovereenkomst met SIFEM AG, het Swiss Investment Fund for Emerging Markets. SIFEM is een ontwikkelingsfinancieringsinstelling die volledig eigendom is van de Zwitserse overheid .
De Vietnamese bank kreeg daarnaast toegang tot extra kapitaal uit fondsen die worden beheerd door het Zwitserse responsAbility Investments AG . Samen gaat het om 20 miljoen dollar aan nieuwe groene financiering.
Nam A Bank wil het geld gebruiken voor de financiering van kleine en middelgrote ondernemingen, bedrijven die door vrouwen worden geleid en projecten voor de groene transitie . Sinds het begin van 2026 heeft de bank naar eigen zeggen in totaal bijna 350 miljoen dollar aan internationaal kapitaal opgehaald .
De overeenkomst laat zien dat gerichte groene geldstromen wel degelijk op gang kunnen komen wanneer projecten en financieringsstructuren voldoende duidelijk zijn. Tegelijkertijd onderstreept de deal hoe sterk Vietnam voorlopig nog leunt op internationale ontwikkelingsfinanciering om particuliere investeringen op grotere schaal los te trekken.
Een handelsplatform alleen zal de financieringskloof niet dichten. Beleggers hebben ook betrouwbare projectdata, onafhankelijke controles, voorspelbare regelgeving en bescherming tegen valutarisico’s nodig. Bedrijven moeten op hun beurt kunnen aantonen waar het geld naartoe gaat en welke klimaatimpact hun projecten daadwerkelijk hebben.
De inzet van VIFC is daarom groter dan de oprichting van een nieuwe beurs. Het centrum moet vertrouwen, vergelijkbaarheid en liquiditeit in de markt brengen. Als dat lukt, kan Vietnam een groter deel van het internationale groene kapitaal aantrekken dat nodig is voor zijn doelstelling van netto nul in 2050. Als regelgeving, rapportage en risicobeheersing achterblijven, blijft de kloof tussen de ambities en de beschikbare financiering bestaan.