El Niño veroorzaakt niet overal hetzelfde weer. In sommige regio’s neemt de kans op droogte en hitte toe, terwijl elders juist zware regen valt. Die regen kan de oogst vertragen, gewassen beschadigen of problemen veroorzaken bij het drogen en opslaan.
Voor gewassen die sterk geconcentreerd zijn in een beperkt aantal producerende landen, kan slecht weer in enkele belangrijke teeltgebieden al grote gevolgen hebben voor de wereldmarkt. Hoge inputkosten maken zo’n schok bovendien zwaarder. Boeren hebben minder financiële ruimte om te irrigeren, extra kunstmest toe te dienen, bomen te vervangen of een mislukte oogst op te vangen. Ook verwerkers en transportbedrijven krijgen met hogere kosten te maken. De beschikbare bronnen geven echter geen afzonderlijke, betrouwbare berekening van het effect van energie- en kunstmestprijzen op elk product.
Ivoorkust en Ghana zijn cruciale leveranciers van cacao. Daardoor kan het weer in West-Afrika direct doorwerken in het mondiale aanbod. Historische gegevens die Reuters aanhaalt, laten zien dat elke sterke El Niño in de afgelopen 55 jaar gepaard ging met een daling van de cacaoproductie. Dat is een belangrijk waarschuwingssignaal, maar geen bewijs dat iedere El Niño tot dezelfde productiedaling leidt.
De Ghanese cacaotoezichthouder verwacht voor het seizoen 2026–2027 een productie van 450.000 tot 550.000 ton. Dat is aanzienlijk minder dan de 750.000 ton die voor het seizoen 2025–2026 was voorzien. El Niño is daarbij slechts één van de genoemde oorzaken; ook de swollen-shootziekte en verouderde cacaoplantages spelen een rol.
Ivoorkust had ongeveer 1 miljoen ton cacao voor de hoofdoogst van 2026–2027 al via exportcontracten verkocht. Het land is daarna het verkooptempo gaan verlagen uit vrees dat El Niño de productie aantast. Dat laat zien dat marktpartijen al rekening houden met een mogelijk krapper aanbod, hoewel de uiteindelijke oogst vooral zal afhangen van de daadwerkelijke regenval en de omstandigheden op de plantages.
StoneX verwacht volgens berichtgeving dat het mondiale cacao-overschot in het seizoen 2026–2027 kan dalen tot ongeveer 25.000 ton, tegenover een raming van 422.000 ton voor het huidige seizoen. Een andere analyse komt uit op een overschot van circa 98.000 ton. De ramingen lopen dus nog sterk uiteen.
De gemene deler is duidelijk: slecht weer in West-Afrika kan een eerder ruim aanbod veel krapper maken en zo opwaartse druk op de cacaoprijs zetten. De prijs wordt echter ook bepaald door de vraag naar cacao voor verwerking, voorraden, exportfinanciering en andere marktfactoren. Niet iedere prijsbeweging kan aan El Niño worden toegeschreven.
Bij koffie kan El Niño op meerdere manieren doorwerken. Ongebruikelijk veel regen heeft in Brazilië al bijgedragen aan vertraging van de oogst. Hitte en droogte die met El Niño samenhangen, kunnen daarnaast de opbrengst en kwaliteit van koffiebonen in Brazilië, Vietnam en Indonesië onder druk zetten. Analisten wijzen vooral op robusta, waarbij de Vietnamese koffieregio’s bij een sterkere El Niño met langdurige droogte te maken kunnen krijgen.
De beschikbare gegevens zijn echter onvoldoende om de schade per land betrouwbaar te kwantificeren. Ook is er geen solide basis voor een exact percentage waarmee de koffieprijs zou stijgen. De voorzichtigste conclusie is daarom dat de weerrisicopremie op de koffiemarkt toeneemt. Dat betekent nog niet dat de productie of prijs met een vast percentage zal stijgen.
Droogte kan de suikerrietopbrengst in India en Thailand verlagen, wat de wereldwijde suikerprijs kan ondersteunen. In Brazilië kan meer regen de groei van suikerriet in bepaalde fasen juist bevorderen. Te veel regen kan daar echter ook de oogst en het persen van suikerriet hinderen.
Daardoor is het effect van El Niño op suiker moeilijker te voorspellen dan op cacao. Brazilië kan een deel van een tekort in Azië opvangen, maar dat hangt af van het moment waarop de regen valt, het oogsttempo, de capaciteit van suikerfabrieken en de keuze om suikerriet te verwerken tot suiker of ethanol. De beschikbare bronnen bieden geen voldoende betrouwbare basis voor concrete productieverliesramingen voor India, Thailand of Brazilië.
De gevolgen kunnen zich door de hele bevoorradingsketen verspreiden:
Het meest waarschijnlijke risico is niet dat alle teeltgebieden tegelijk mislukken. Groter is de kans op meerdere regionale schokken kort na elkaar, in een markt die afhankelijk is van een beperkt aantal leveranciers. Boeren en bedrijven hebben bovendien minder financiële buffers om zulke tegenvallers op te vangen.
Seizoensverwachtingen zijn pas nuttig als ze vóór de schade tot concrete steun leiden. Denk aan het vooraf beschikbaar maken van zaaigoed, kunstmest, brandstof, krediet, irrigatiehulp, plaagmonitoring, oogstverzekeringen en gerichte voedselhulp.
Droogte- en hittebestendige rassen, schaduw, beter bodembeheer, irrigatie waar dat haalbaar is en een grotere variatie aan gewassen kunnen de afhankelijkheid van één weertype verminderen. Voor cacao en koffie is vroeg investeren extra belangrijk: het vervangen van meerjarige bomen duurt doorgaans veel langer dan het herstellen van een seizoensgewas.
Graanvoorraden en meerdere importbronnen kunnen essentiële voedselmarkten schokken helpen opvangen. Grote exporteurs zoals Brazilië, en Rusland op de tarwemarkt, kunnen bijdragen aan een stabieler mondiaal aanbod zolang hun eigen oogsten, logistiek en handelsbeleid betrouwbaar blijven. Zulke buffers kunnen tekorten bij meerjarige gewassen zoals cacao en koffie echter niet volledig compenseren.
De nieuwste gegevens wijzen erop dat El Niño 2026–2027 een ernstig weerrisico vormt. NOAA schat de kans op een zeer sterke gebeurtenis in de herfst en winter op meer dan 90 procent. Sommige mediaberichten stellen bovendien dat de gebeurtenis tot de krachtigste ooit kan behoren.
Voor cacao, vooral in Ghana en Ivoorkust, zijn de aanwijzingen voor een krapper aanbod momenteel het duidelijkst. Koffie en suiker zijn eveneens kwetsbaar, maar de gevolgen zullen per land en regio verschillen. Er is daarom nog geen betrouwbare basis voor een exacte voorspelling van productie- of prijsstijgingen.
De beslissende variabele blijft de daadwerkelijke regenval in de afzonderlijke teeltgebieden, niet alleen de temperatuur van het zeewater in de Stille Oceaan. El Niño verhoogt de kans op bepaalde weerpatronen, maar bepaalt niet automatisch de oogst, de prijs of een nieuw klimaatrecord.
El Niño veroorzaakt niet overal hetzelfde weer. In sommige regio’s neemt de kans op droogte en hitte toe, terwijl elders juist zware regen valt. Die regen kan de oogst vertragen, gewassen beschadigen of problemen veroorzaken bij het drogen en opslaan.
Voor gewassen die sterk geconcentreerd zijn in een beperkt aantal producerende landen, kan slecht weer in enkele belangrijke teeltgebieden al grote gevolgen hebben voor de wereldmarkt. Hoge inputkosten maken zo’n schok bovendien zwaarder. Boeren hebben minder financiële ruimte om te irrigeren, extra kunstmest toe te dienen, bomen te vervangen of een mislukte oogst op te vangen. Ook verwerkers en transportbedrijven krijgen met hogere kosten te maken. De beschikbare bronnen geven echter geen afzonderlijke, betrouwbare berekening van het effect van energie- en kunstmestprijzen op elk product.
Ivoorkust en Ghana zijn cruciale leveranciers van cacao. Daardoor kan het weer in West-Afrika direct doorwerken in het mondiale aanbod. Historische gegevens die Reuters aanhaalt, laten zien dat elke sterke El Niño in de afgelopen 55 jaar gepaard ging met een daling van de cacaoproductie. Dat is een belangrijk waarschuwingssignaal, maar geen bewijs dat iedere El Niño tot dezelfde productiedaling leidt.
De Ghanese cacaotoezichthouder verwacht voor het seizoen 2026–2027 een productie van 450.000 tot 550.000 ton. Dat is aanzienlijk minder dan de 750.000 ton die voor het seizoen 2025–2026 was voorzien. El Niño is daarbij slechts één van de genoemde oorzaken; ook de swollen-shootziekte en verouderde cacaoplantages spelen een rol.
Ivoorkust had ongeveer 1 miljoen ton cacao voor de hoofdoogst van 2026–2027 al via exportcontracten verkocht. Het land is daarna het verkooptempo gaan verlagen uit vrees dat El Niño de productie aantast. Dat laat zien dat marktpartijen al rekening houden met een mogelijk krapper aanbod, hoewel de uiteindelijke oogst vooral zal afhangen van de daadwerkelijke regenval en de omstandigheden op de plantages.
StoneX verwacht volgens berichtgeving dat het mondiale cacao-overschot in het seizoen 2026–2027 kan dalen tot ongeveer 25.000 ton, tegenover een raming van 422.000 ton voor het huidige seizoen. Een andere analyse komt uit op een overschot van circa 98.000 ton. De ramingen lopen dus nog sterk uiteen.
De gemene deler is duidelijk: slecht weer in West-Afrika kan een eerder ruim aanbod veel krapper maken en zo opwaartse druk op de cacaoprijs zetten. De prijs wordt echter ook bepaald door de vraag naar cacao voor verwerking, voorraden, exportfinanciering en andere marktfactoren. Niet iedere prijsbeweging kan aan El Niño worden toegeschreven.
Bij koffie kan El Niño op meerdere manieren doorwerken. Ongebruikelijk veel regen heeft in Brazilië al bijgedragen aan vertraging van de oogst. Hitte en droogte die met El Niño samenhangen, kunnen daarnaast de opbrengst en kwaliteit van koffiebonen in Brazilië, Vietnam en Indonesië onder druk zetten. Analisten wijzen vooral op robusta, waarbij de Vietnamese koffieregio’s bij een sterkere El Niño met langdurige droogte te maken kunnen krijgen.
De beschikbare gegevens zijn echter onvoldoende om de schade per land betrouwbaar te kwantificeren. Ook is er geen solide basis voor een exact percentage waarmee de koffieprijs zou stijgen. De voorzichtigste conclusie is daarom dat de weerrisicopremie op de koffiemarkt toeneemt. Dat betekent nog niet dat de productie of prijs met een vast percentage zal stijgen.
Droogte kan de suikerrietopbrengst in India en Thailand verlagen, wat de wereldwijde suikerprijs kan ondersteunen. In Brazilië kan meer regen de groei van suikerriet in bepaalde fasen juist bevorderen. Te veel regen kan daar echter ook de oogst en het persen van suikerriet hinderen.
Daardoor is het effect van El Niño op suiker moeilijker te voorspellen dan op cacao. Brazilië kan een deel van een tekort in Azië opvangen, maar dat hangt af van het moment waarop de regen valt, het oogsttempo, de capaciteit van suikerfabrieken en de keuze om suikerriet te verwerken tot suiker of ethanol. De beschikbare bronnen bieden geen voldoende betrouwbare basis voor concrete productieverliesramingen voor India, Thailand of Brazilië.
De gevolgen kunnen zich door de hele bevoorradingsketen verspreiden:
Het meest waarschijnlijke risico is niet dat alle teeltgebieden tegelijk mislukken. Groter is de kans op meerdere regionale schokken kort na elkaar, in een markt die afhankelijk is van een beperkt aantal leveranciers. Boeren en bedrijven hebben bovendien minder financiële buffers om zulke tegenvallers op te vangen.
Seizoensverwachtingen zijn pas nuttig als ze vóór de schade tot concrete steun leiden. Denk aan het vooraf beschikbaar maken van zaaigoed, kunstmest, brandstof, krediet, irrigatiehulp, plaagmonitoring, oogstverzekeringen en gerichte voedselhulp.
Droogte- en hittebestendige rassen, schaduw, beter bodembeheer, irrigatie waar dat haalbaar is en een grotere variatie aan gewassen kunnen de afhankelijkheid van één weertype verminderen. Voor cacao en koffie is vroeg investeren extra belangrijk: het vervangen van meerjarige bomen duurt doorgaans veel langer dan het herstellen van een seizoensgewas.
Graanvoorraden en meerdere importbronnen kunnen essentiële voedselmarkten schokken helpen opvangen. Grote exporteurs zoals Brazilië, en Rusland op de tarwemarkt, kunnen bijdragen aan een stabieler mondiaal aanbod zolang hun eigen oogsten, logistiek en handelsbeleid betrouwbaar blijven. Zulke buffers kunnen tekorten bij meerjarige gewassen zoals cacao en koffie echter niet volledig compenseren.
De nieuwste gegevens wijzen erop dat El Niño 2026–2027 een ernstig weerrisico vormt. NOAA schat de kans op een zeer sterke gebeurtenis in de herfst en winter op meer dan 90 procent. Sommige mediaberichten stellen bovendien dat de gebeurtenis tot de krachtigste ooit kan behoren.
Voor cacao, vooral in Ghana en Ivoorkust, zijn de aanwijzingen voor een krapper aanbod momenteel het duidelijkst. Koffie en suiker zijn eveneens kwetsbaar, maar de gevolgen zullen per land en regio verschillen. Er is daarom nog geen betrouwbare basis voor een exacte voorspelling van productie- of prijsstijgingen.
De beslissende variabele blijft de daadwerkelijke regenval in de afzonderlijke teeltgebieden, niet alleen de temperatuur van het zeewater in de Stille Oceaan. El Niño verhoogt de kans op bepaalde weerpatronen, maar bepaalt niet automatisch de oogst, de prijs of een nieuw klimaatrecord.