De Australische meteorologische dienst, het Bureau of Meteorology (BoM), verklaarde El Niño op 16 juni 2026 officieel actief. Sindsdien is het fenomeen snel sterker geworden . Volgens onderzoekers is dit de snelste ontwikkeling van El Niño sinds het begin van de metingen rond 1900 .
Belangrijke signalen:
De verwachting is dat het fenomeen eind 2026 zijn hoogtepunt bereikt en tot in het begin van 2027 aanhoudt . De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) verwacht dat El Niño in elk geval tijdens de periode augustus tot en met oktober 2026 de wereldwijde klimaatpatronen sterk zal beïnvloeden .
De Europese Joint Research Centre (JRC) noemt het vrijwel zeker dat er een El Niño komt die zeer sterk of zelfs ongekend wordt. Die analyse is gebaseerd op seizoensverwachtingen die bijdragen aan de Copernicus Climate Change Service .
Een bundeling van 667 ensemblevoorspellingen uit 14 seizoensmodellen komt uit op een verwachte piek van ongeveer +3,6 °C voor de Niño 3.4-index. Dat zou bijna 1 °C hoger zijn dan het vorige record in de meetreeks van de afgelopen 149 jaar . Het gaat om een modelconsensus, niet om een al gemeten record.
De extra warmte van El Niño komt boven op de door menselijke uitstoot veroorzaakte opwarming. Daardoor wordt 2027 waarschijnlijk het warmste jaar sinds het begin van de wereldwijde metingen . Volgens Carbon Brief heeft 2026 momenteel 35 procent kans om het warmste jaar ooit te worden, maar ligt 2027 inmiddels meer voor de hand als nieuw recordjaar .
VN-functionarissen waarschuwen dat El Niño “brandstof toevoegt aan een planeet die al in brand staat” .
El Niño verschuift de wereldwijde circulatiepatronen. Het gevolg is niet overal hetzelfde: sommige gebieden krijgen langdurige droogte, terwijl elders juist meer zware neerslag valt.
Verwachte risico’s zijn onder meer:
Een thematisch overzicht van ReliefWeb voorziet voor juli tot en met december 2026 bovendien droge omstandigheden in delen van Azië en de Pacific, het Caribisch gebied, Centraal-Azië, zuidelijk Afrika en Zuidwest-Azië. Voor Oost-Afrika en delen van Midden- en Zuid-Amerika kunnen zowel droge als natte afwijkingen optreden .
De JRC waarschuwt voor grote verstoringen van de landbouwproductie en de energie-infrastructuur wereldwijd . Minder regen kan oogsten en waterbeschikbaarheid onder druk zetten, terwijl overstromingen, stormen en hitte schade kunnen veroorzaken aan wegen, elektriciteitsnetten en andere vitale voorzieningen.
De WMO spreekt van aanzienlijke verschuivingen in neerslagpatronen en roept samen met VN-organisaties op tot vroegtijdige humanitaire voorbereiding . Internationale risicoanalyses wijzen daarnaast op mogelijke kettingreacties voor voedselzekerheid, arbeidsproductiviteit en economische stabiliteit.
Onderzoekers die met instrumentele meetreeksen werken, achten het goed onderbouwd dat deze El Niño tot de sterkste sinds 1950 kan behoren en mogelijk de grootste in minstens 150 jaar wordt . Klimaatwetenschapper Zeke Hausfather schreef dat het fenomeen uiteindelijk “met een verbijsterend grote marge” het sterkste ooit kan worden .
De bewering dat dit de meest extreme El Niño in 500 tot 1.000 jaar zou zijn, steunt echter op indirecte klimaatreconstructies uit onder meer boomringen, koralen en andere proxies. Zulke reconstructies hebben grotere onzekerheidsmarges dan directe metingen.
De voorzichtige conclusie is daarom: de verwachting van een zeer sterke, mogelijk recordbrekende El Niño wordt breed ondersteund door de WMO, het Australische BoM, de Europese JRC en meerdere onderzoekers. De exacte omvang en de gevolgen per regio blijven afhankelijk van de verdere ontwikkeling van de oceaan en de atmosfeer .