Gartner verwacht dat de inferentiekosten per agentische workflow tot 2028 meer dan vervijfvoudigen, terwijl tokenprijzen tegen 2030 met 95 procent dalen. AI agents verbruiken meer tokens en rekenkracht doordat ze plannen, redeneren, tools gebruiken, resultaten controleren en na fouten opnieuw beginnen.
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: What is Gartner’s “inference paradox” regarding the future cost of AI agents, including its prediction that inference costs per agentic work. Article summary: Gartner’s “inference paradox” is that cheaper AI tokens do not necessarily make autonomous AI cheaper to operate. It forecasts that inference cost per agentic workflow will rise more than fivefold by the end of 2028 even. Topic tags: general, general web, user generated, news. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts w
Goedkopere tokens maken autonome AI niet vanzelf goedkoper. Gartner beschrijft met de ‘inferentieparadox’ een opvallende ontwikkeling: de inferentiekosten per agentische workflow zullen naar verwachting tot 2028 meer dan vervijfvoudigen, terwijl tokenprijzen tegen 2030 met 95 procent dalen. De verklaring is dat agents voor één taak aanzienlijk meer berekeningen uitvoeren dan een traditionele chatbot.
Een eenvoudige chatbot verwerkt meestal één vraag en geeft één antwoord. Een agentische workflow werkt anders. Zo’n systeem kan eerst een plan maken, vervolgens tools selecteren, informatie ophalen, resultaten interpreteren, het eigen werk controleren, fouten herstellen en bepalen wat de volgende stap is.
Daardoor verandert ook de relevante rekeneenheid. De prijs van één token kan dalen, maar het totale aantal tokens en modelaanroepen dat nodig is voor een bruikbaar bedrijfsresultaat kan sneller stijgen dan de besparing. Lagere prijzen maken het bovendien aantrekkelijker om krachtigere redeneermodellen en langere, autonomere workflows in te zetten.
De Gartner-voorspelling gaat over de inferentiekosten per afgeronde workflow, niet alleen over de prijs van een afzonderlijk token. Inferentie omvat de rekenkracht die nodig is om het eindresultaat te produceren, inclusief alle herhaalde modelacties binnen de workflow.
Agentische systemen voegen op verschillende niveaus extra werk toe:
Naarmate de context groeit, bevatten latere modelaanroepen ook meer eerdere informatie. Krachtigere redeneermodellen kunnen daarnaast aanzienlijk meer tokens en rekenkracht gebruiken bij het afwegen van meerdere beslissingen. Uit berichtgeving over de Gartner-analyse blijkt dat agents voor vergelijkbare taken vijf tot dertig keer meer tokens kunnen nodig hebben dan een chatbot. Het exacte verbruik hangt af van de workflow en de modelinstellingen.
Het effect stapelt zich op: een workflow kan tegelijk meer aanroepen, langere contexten en duurdere modellen gebruiken. Het kostenprobleem draait daarom niet alleen om de tokenprijs, maar om de combinatie van tokenprijs, tokenvolume, modelkeuze en workflowontwerp.
Gartner gebruikt het Tokenomics Model om AI-werk te bekijken als een reeks scenario’s met oplopende eisen, in plaats van als één uniforme ‘aanvraag’. Publieke berichtgeving beschrijft de algemene volgorde als volgt:
De openbare informatie ondersteunt de richting van deze kostenladder en de belangrijkste drempel: wanneer werk wordt doorgestuurd naar een agentisch redeneermodel, kunnen de inferentiekosten ten minste vijf keer hoger uitvallen dan bij een eenvoudige chatbot. Bij complexere taken kunnen ze verder oplopen. Betrouwbare, openbare vermenigvuldigingsfactoren per categorie — voor basisuitvoering, planning, leren en geavanceerd redeneren — zijn echter niet beschikbaar. Die cijfers moeten daarom niet worden gepresenteerd als officiële Gartner-benchmarks.
Nee. De paradox betekent niet dat hardware, modelarchitectuur of token-economieën niet efficiënter worden. Het betekent dat efficiëntiewinst de vraag naar krachtigere systemen kan aanjagen.
Wanneer geavanceerde modellen goedkoper worden, kunnen organisaties toepassingen rechtvaardigen die eerder te duur waren. Ze kunnen agents ook meer autonomie, meer tools, langere contexten en meer ruimte om te redeneren geven. Daardoor neemt de hoeveelheid inferentie per afgeronde taak toe. In de visie van Gartner kunnen mogelijkheden en gebruik sneller groeien dan de daling van de kosten per eenheid.
Dat onderscheid is belangrijk bij het plannen van AI-producten. Een lagere prijs per token verbetert de kostenstructuur van een vaste workload. Maar als de workload zelf verandert, garandeert die lagere prijs niet dat ook het kostenplaatje per bedrijfsresultaat daalt.
Stem de modelcapaciteit af op de moeilijkheidsgraad van de taak. Stuur deterministische taken, zoekwerk, classificatie en werk met een laag risico naar kleinere of goedkopere modellen. Reserveer frontiermodellen met geavanceerde redeneercapaciteit voor de stappen waarin tests aantonen dat hun extra kwaliteit de hogere kosten rechtvaardigt. Gartner noemt onder meer inferentietiering, tokenlimieten en monitoring als maatregelen.
Beheers de variabelen waardoor een agent zijn budget kan overschrijden:
Caching van stabiele resultaten, het inkorten of samenvatten van de geschiedenis, gestructureerde tooluitvoer en overdracht van uitzonderlijke gevallen aan een medewerker kunnen onnodige aanroepen verminderen. Zo blijft autonomie behouden waar die waarde toevoegt.
Kosten per token en kosten per agentaanroep zijn onvolledige maatstaven. Teams zouden ook de kosten van een afgerond bedrijfsresultaat moeten volgen, bijvoorbeeld van een opgeloste klantvraag, goedgekeurde claim, gekwalificeerde lead of voltooide engineeringtaak. Combineer die met kwaliteitsniveau, snelheid, foutpercentage en menselijke tussenkomst.
Een betrouwbare pilot begint met een nulmeting van het bestaande proces en een vooraf bepaalde kwaliteitsdrempel. Pas daarna kan worden vastgesteld of de agent genoeg waarde toevoegt om op te schalen. Als een agent wel tokens bespaart maar geen beter of sneller resultaat oplevert, is de efficiëntiewinst op papier weinig waard.
Facturatie op basis van gebruik kan onverwachte kosten veroorzaken wanneer workflows lang, recursief of sterk autonoom worden. Budgetplafonds, quota per workflow, realtime kosteninformatie, waarschuwingen en interne doorbelasting of kostenrapportage maken het verbruik zichtbaar voordat een systeem op productieschaal wordt ingezet.
De economie van modellen staat niet stil. Een workflow die vandaag een duur frontiermodel nodig heeft, kan later misschien draaien op een goedkoper model met voldoende capaciteiten, een verfijnd of gedistilleerd model, of deterministische automatisering. Beoordeel daarom steeds de combinatie van model en workflow opnieuw, in plaats van de huidige architectuur als permanent te beschouwen.
Gartner voorspelt dat meer dan 40 procent van de agentische AI-initiatieven tegen het einde van 2027 wordt geannuleerd door oplopende kosten, onduidelijke bedrijfswaarde of onvoldoende risicobeheersing. Dat is een waarschuwing om autonomie niet op te schalen voordat de economische haalbaarheid en governance duidelijk zijn — niet de bewering dat elke inzet van agents zal mislukken.
Een goed geoptimaliseerde implementatie kan nog steeds rendement opleveren wanneer die een waardevol en herhaalbaar proces versnelt of vervangt. De praktische toets is of de extra waarde van meer redenering, coördinatie en autonomie groter is dan de extra inferentie- en bedrijfskosten.
Ga er voorlopig vanuit dat tokenprijzen en de totale kosten van agents tegengestelde kanten op kunnen bewegen. Zie tokens als slechts één onderdeel van het budget. Modelleer de volledige workflow, gebruik de minst krachtige configuratie die aan de kwaliteitseis voldoet, stel operationele grenzen in en breid autonomie alleen uit wanneer productiegegevens aantonen dat een duidelijk bedrijfsresultaat verbetert.
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
Gartner verwacht dat de inferentiekosten per agentische workflow tot 2028 meer dan vervijfvoudigen, terwijl tokenprijzen tegen 2030 met 95 procent dalen.
Gartner verwacht dat de inferentiekosten per agentische workflow tot 2028 meer dan vervijfvoudigen, terwijl tokenprijzen tegen 2030 met 95 procent dalen. AI agents verbruiken meer tokens en rekenkracht doordat ze plannen, redeneren, tools gebruiken, resultaten controleren en na fouten opnieuw beginnen.
Bedrijven doen er goed aan kosten per afgerond bedrijfsresultaat te meten, eenvoudige taken naar goedkopere modellen te sturen en grenzen te stellen aan de complexiteit van workflows.