El Niño is de warme fase van de El Niño–Zuidelijke Oscillatie (ENSO). Daarbij is het zeewater aan het oppervlak in delen van de centrale en oostelijke equatoriale Stille Oceaan warmer dan gemiddeld. Volgens de Amerikaanse weerdienst NOAA is El Niño in 2026 aanwezig en sterker aan het worden. De aandacht gaat uit naar recordhoge metingen, maar ‘historisch’ slaat hier op een verwachting met een specifieke index — niet op de zekerheid dat iedere meetmethode een record zal laten zien.
1
3
Wat maakt deze El Niño uitzonderlijk?
Verschillende metingen wijzen op een bijzonder sterke gebeurtenis, maar ze meten niet allemaal hetzelfde:
- Een wekelijks record in Australische metingen: Voor de week die eindigde op 11 oktober meldde het Australische Bureau of Meteorology een relatieve Niño 3.4-index van +2,81 °C. Ook de wekelijkse reeks met zeewatertemperaturen aan het oppervlak bereikte een record. Die reeks begint in 2008; de vorige hoogste waarde was +2,78 °C in november 2015. Het gaat dus om een record binnen deze meetreeks, niet om een record voor alle historische waarnemingen.
22
- Een gemeld dagrecord: Volgens BBC News kwam de dagelijkse zeewatertemperatuurafwijking in een belangrijk deel van de centrale en oostelijke Stille Oceaan op 19 september uit op +3,05 °C. Dat is hoger dan het vorige record van +3,02 °C uit 2015 in de reeks waarover de BBC bericht.
33
- Zeer warm zeewater op sommige plekken: Een apart BBC-bericht meldt dat op delen van de tropische Stille Oceaan voor het eerst temperaturen van meer dan 30 °C zijn gemeten. Dat is een absolute watertemperatuur, en niet hetzelfde als een afwijking van enkele graden ten opzichte van het gemiddelde.
34
- Een mogelijk seizoensrecord: In zijn beoordeling van oktober schat NOAA de kans op 83% dat de Relative Oceanic Niño Index (RONI) over oktober tot en met december 2026 minstens +2,5 °C bedraagt. Volgens NOAA zou dat hoger zijn dan de El Niño-gebeurtenissen in zijn meetreeks vanaf 1950.
3
De verwachte piek ligt volgens de berichtgeving rond december, en moet dus nog komen. NOAA verwacht bovendien dat sterke tot zeer sterke omstandigheden waarschijnlijk aanhouden tot en met januari–maart 2027.
1
20
Waarom ‘historisch’ geen zekerheid is
De kans van 83% van NOAA gaat over een RONI-waarde berekend over drie maanden. Dat betekent niet dat het seizoensrecord al is gevestigd. Het is ook geen kans dat een specifieke dagtemperatuur een record breekt. NOAA omschrijft de historische grens als een RONI van +2,5 °C of hoger over een periode van drie maanden.
3
Sinds 1 februari 2026 gebruikt NOAA voor het volgen en voorspellen van ENSO relatieve afwijkingen van de zeewatertemperatuur. RONI vergelijkt de temperatuurafwijking in het Niño 3.4-gebied met het gemiddelde voor de tropen. Zo houdt de index rekening met de omstandigheden in een groter deel van de tropen. Een dagmeting, een weekmeting en een RONI-verwachting over drie maanden zijn daardoor niet rechtstreeks met elkaar te vergelijken.
1
2
Ook verschillen de berichten over het dagelijkse record in september. De BBC noemt +3,05 °C op 19 september; Carbon Brief meldt +3,11 °C op 21 september. De beschikbare berichtgeving maakt niet duidelijk of dat verschil komt door de datum, het gebied, de gebruikte meetreeks of latere aanpassingen. De twee waarden zijn daarom niet zonder meer gelijkwaardig.
25
33
Hoe vaak komt El Niño voor, en hoe lang duurt het?
De beschikbare bronnen bieden geen betrouwbare basis voor een vast terugkeerpatroon of een gebruikelijke duur. Een precieze uitspraak als ‘eens in de paar jaar’ of ‘duurt ongeveer een jaar’ is op basis van dit materiaal dus niet te onderbouwen. Voor de huidige El Niño is NOAA wel concreter: sterke tot zeer sterke omstandigheden zijn waarschijnlijk tot en met januari–maart 2027. Dat is een verwachting voor deze gebeurtenis, geen algemene regel voor alle El Niño’s.
1
Wat zeggen de records over de gevolgen?
El Niño kan de kans op bepaalde weersrisico’s veranderen, maar de gevolgen zijn niet overal hetzelfde. In een beoordeling van de afzonderlijke gebeurtenis van 2023–2024 waarschuwde de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) voor een grotere kans op onder meer droogte, overstromingen en stormen, met mogelijke gevolgen voor landbouw en voedselzekerheid. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wees daarnaast op risico’s zoals ondervoeding, hittestress, luchtvervuiling en infectieziekten. Die rapporten bieden context, maar bewijzen geen specifieke gevolgen van de zich ontwikkelende El Niño van 2026–2027.
46
47
Ook beschrijft UNICEF in een terugblik op 2023–2024 extreme hitte en schoolsluitingen in Bangladesh en de Filipijnen. Die eerdere gevolgen zijn geen bewijs dat de huidige El Niño dezelfde effecten heeft veroorzaakt of zal veroorzaken.
49
De stevigste conclusie is daarom beperkt maar duidelijk: in specifieke meetreeksen zijn recordhoge temperaturen in de Stille Oceaan gemeld, en NOAA acht een seizoensmeting die een recordsterke RONI oplevert zeer waarschijnlijk. Dat seizoensrecord is nog een verwachting; de gevolgen per regio vragen om afzonderlijk en gedateerd bewijs.