Dat bewijst niet dat er zondag absoluut geen schip is overgestoken. AIS kan worden uitgeschakeld en sommige passages worden pas later geregistreerd of blijven buiten beeld. Bloomberg meldde eerder dat alle zes door het medium geïdentificeerde vrachtschepen die op een zondag de zeestraat passeerden hun transponders hadden uitgezet. De meest verdedigbare conclusie is daarom dat het waarneembare commerciële verkeer is ingestort, terwijl het werkelijke aantal passages in real time moeilijk vast te stellen is.
Het probleem is niet simpelweg verkeersdrukte. Het gaat om een combinatie van fysiek gevaar, militaire controle en onzekerheid over welke route nog veilig is.
ADNOC, het staatsoliebedrijf van de Verenigde Arabische Emiraten, zegt dat sinds het begin van het conflict vijftien van zijn schepen tijdens een passage door Hormuz zijn aangevallen met raketten en drones. Drie aanvallen vonden volgens het bedrijf in één week plaats. Daarbij kwam één bemanningslid om het leven en raakten twintig anderen gewond. De berichtgeving verschilt over het exacte aantal incidenten en de toeschrijving ervan: de VAE beschuldigde Iran van aanvallen op twee aan ADNOC gelieerde schepen, terwijl ADNOC afzonderlijk aanvallen op zijn schepen bevestigde.
Een afzonderlijk gemelde aanval vergrootte bovendien de zorgen over energie-infrastructuur buiten de zeestraat. De met Iran verbonden Houthi’s zeiden dat zij de raffinaderij van Saudi Aramco in Jazan hadden getroffen. Volgens door Reuters aangehaalde berichtgeving werd de herstart van de raffinaderij uitgesteld tot 30 augustus. Omdat de aanval in de aangeleverde berichtgeving aan een met Iran verbonden groep werd toegeschreven en niet onafhankelijk is vastgesteld, moet dit worden beschouwd als een geclaimde aanval – niet als definitief bewijs van verantwoordelijkheid.
Voor reders en bemanningen is de risicoafweging daardoor drastisch veranderd. Eerdere Kpler-gegevens lieten zien dat schepen wegdraaiden van laadplaatsen in de Golf nadat waarschuwingen waren afgegeven dat passage niet was toegestaan. Andere schepen stopten in de buurt van de Golf van Oman nadat ze via de Iraanse route waren uitgevaren.
De olieprijs reageerde direct op de aanvallen op tankers, schade aan raffinaderijen en de onzekerheid over een heropening. Op 9 augustus sloot Brentolie 4,99 procent hoger op 87,72 dollar per vat. Amerikaanse West Texas Intermediate (WTI) steeg 5,05 procent tot 82,13 dollar.
Daarna nam het momentum af. Op 17 augustus veranderde Brent in de vroege handel nauwelijks en stond de prijs op 88,72 dollar, terwijl WTI licht daalde naar 82,35 dollar. Dat gebeurde ondanks de vrijwel stilgevallen zichtbare scheepvaart in het weekend en het uitblijven van een akkoord.
Die relatieve stabiliteit betekent niet dat het risico voor de aanvoer verdwenen is. Het wijst erop dat handelaren verschillende scenario’s tegen elkaar afwegen: een deel van de olie kan nog steeds worden vervoerd, voorraden kunnen een korte onderbreking opvangen en een groot deel van de directe geopolitieke risicopremie kan al in de prijs zijn verwerkt. Een langdurigere verstoring of nieuwe aanvallen op schepen en energie-installaties zouden opnieuw een scherpe prijsstijging kunnen veroorzaken.
De zeestraat is een cruciale route voor energie-export uit de Golfregio. Een analyse van de Federal Reserve Bank of Dallas modelleerde een sluiting waarbij bijna 20 procent van het wereldwijde olieaanbod van de markt zou verdwijnen. In dat scenario zou de gemiddelde WTI-prijs kunnen stijgen naar 98 dollar per vat en zou de geannualiseerde wereldwijde reële bbp-groei in het gemodelleerde kwartaal met 2,9 procentpunt dalen. Het gaat om scenario-inschattingen, niet om een voorspelling voor de huidige situatie.
Ook zonder volledige afsluiting kan een langdurige vertraging energie duurder maken. Minder beschikbare schepen, langere routes, strengere beveiligingseisen en hogere verzekeringspremies kunnen de kosten van geleverde brandstof opdrijven. Die kosten kunnen vervolgens doorwerken in transport, elektriciteitsopwekking, industrie en voedselketens.
De gevolgen zullen waarschijnlijk ongelijk verdeeld zijn. Economieën die veel olie importeren zijn kwetsbaarder voor een aanhoudende stijging van de brandstofprijzen, zeker wanneer de groei al zwak is. Berichtgeving over de Filipijnen verwees naar een prognose van BMI, onderdeel van Fitch Solutions, waarin de verwachte groei voor 2026 werd verlaagd naar 3,9 procent – ongeveer 1,3 procentpunt lager. Een afzonderlijke analyse van MUFG schatte dat elke stijging van de olieprijs met 10 dollar per vat de groei van het Filipijnse bbp met ongeveer 0,2 procentpunt kan verlagen en de inflatie met circa 0,6 procentpunt kan verhogen. Dat zijn modelberekeningen, geen waargenomen effecten.
De telling van vijf doorgangen op zaterdag en nul op zondag is een waarschuwing over de praktische toegankelijkheid van de vaarroute, maar geen exacte meting van alle oliestromen. Kpler registreerde ook perioden waarin het verkeer gedeeltelijk aantrok. Zo passeerden op sommige dagen tankers en lng-schepen, nadat eerder was gemeld dat de zeestraat was gesloten.
Daarom is de duur belangrijker dan het cijfer van één afzonderlijke dag. Een korte onderbreking kan worden opgevangen met voorraden, omleidingen en een beperkt aantal passages. Een aanhoudende blokkade of voortdurende aanvallen zouden de druk op de beschikbaarheid van ruwe olie en gas, de scheepvaartkosten en de inflatieverwachtingen aanzienlijk vergroten.
De voorzichtigste conclusie luidt voorlopig: het verkeer door Hormuz staat niet noodzakelijk letterlijk op nul, maar de normale commerciële scheepvaart is feitelijk ontregeld. Zolang de veiligheidssituatie niet verbetert en er geen geloofwaardige regeling voor heropening komt, blijven scheepstellingen, AIS-signalen en olieprijzen de belangrijkste indicatoren. Zij laten zien of de verstoring afneemt – of uitgroeit tot een bredere economische schok.