De onderhandelingsperiode van zestig dagen kon worden verlengd, maar alleen met instemming van beide partijen. Dat onderscheid is belangrijk: berichten dat de gesprekken mogelijk zouden doorgaan, waren niet hetzelfde als een publiek bevestigde verlenging van het memorandum, de verplichtingen rond het staakt-het-vuren of de afspraken over de scheepvaart.
Het akkoord werd steeds moeilijker vol te houden nadat Washington en Teheran elkaar beschuldigden van het schenden van afspraken. Ook verschilden beide landen van mening over de voorwaarden waaronder Hormuz opnieuw volledig zou worden opengesteld. In juli berichtten media over hernieuwde vijandelijkheden en verklaarde president Donald Trump dat de oorspronkelijke regeling voor het staakt-het-vuren “voorbij” was.
Tegen de deadline ging het geschil niet langer alleen over de uitvoering van een interim-akkoord, maar over fundamenteel verschillende eisen. Iran koppelde een volledige heropening van Hormuz aan veranderingen in het Amerikaanse beleid, terwijl Washington bleef aandringen op controle over de waterweg en bredere concessies.
Daarmee werd het probleem niet alleen politiek, maar ook praktisch: de handhaving van het akkoord kwam in gevaar. Zodra beide partijen niet langer dezelfde uitleg van de overeenkomst accepteerden, kon het memorandum militaire of maritieme escalatie niet meer betrouwbaar afremmen.
In de beschikbare berichtgeving is geen duidelijk vervangend kader bevestigd. Voortgezette aanvallen, wederzijdse beschuldigingen en het opschorten of afwijzen van verplichtingen hebben de praktische beperkingen verzwakt die de regeling van juni moest opleggen.
Dat vergroot het risico op escalatie door incidenten, zonder dat een van beide partijen bewust besluit een grotere oorlog te hervatten. Een aanval op een schip, een confrontatie tussen marineschepen of een luchtaanval die aan een van beide kampen wordt gelinkt, kan de ruimte voor bemiddelaars snel verkleinen.
Hormuz werd de belangrijkste toets voor het akkoord. Het memorandum koppelde het einde van de vijandelijkheden aan veilige commerciële doorvaart. Latere onderhandelingen liepen echter vast over de manier waarop de waterweg moest worden heropend en onder wiens gezag dat zou gebeuren.
Iran houdt vol dat het de controle over de zeestraat heeft en heeft gewaarschuwd voor een offensievere houding als de diplomatie mislukt. Ook zonder een formele totale sluiting zorgt die retoriek voor extra onzekerheid bij scheepvaartbedrijven. Trager tankertransport en het uitblijven van een akkoord zijn inmiddels onderdeel geworden van de bredere zorgen over de markt en de veiligheid rond de deadline.
Voor commerciële vervoerders draait het risico niet alleen om de vraag of de waterweg juridisch open is. Ook de veiligheid van schepen, mogelijke vertragingen, veranderende vaarroutes, verzekeringskosten en de kans dat een lokaal incident de doorvaart verstoort, spelen mee. De beschikbare berichtgeving wijst op grotere onzekerheid, maar bewijst geen specifieke toekomstige olieprijs.
Golfstaten, energie-importeurs en maritieme mogendheden staan voor een lastige afweging. Zij willen de commerciële scheepvaart beschermen, maar militaire bewegingen rond Hormuz kunnen door Teheran ook worden voorgesteld als bewijs dat Washington de controle over de waterweg probeert af te dwingen. Het uiteenvallen van het akkoord verhoogt daardoor de druk op regeringen in de regio en vermindert de voorspelbaarheid die een gecontroleerd staakt-het-vuren had kunnen bieden.
Het risico beperkt zich niet tot olietankers. Ook havens, marineschepen, commerciële vaartuigen en andere actoren die bij het conflict betrokken zijn, kunnen doelwit worden of onbedoeld bijdragen aan escalatie wanneer beide partijen zonder gezamenlijk aanvaarde regels blijven opereren. Dit zijn risicoscenario’s, geen voorspellingen dat elk van deze gebeurtenissen zal plaatsvinden.
Een nieuwe overeenkomst blijft mogelijk, maar het mislukte interimproces maakt die route moeilijker. Het memorandum van juni opende een onderhandelingsvenster, maar loste de onderliggende geschillen over het Iraanse nucleaire programma, sancties, maritieme toegang en handhaving niet op.
Een duurzamer proces zou op zijn minst waarschijnlijk nodig hebben:
Deze punten beschrijven de leemtes die door het mislukken van het memorandum zichtbaar zijn geworden. Het zijn geen voorwaarden uit een nieuwe overeenkomst. Of de Verenigde Staten en Iran ermee kunnen instemmen, hangt af van de vraag of de diplomatie leidt tot één gedeeld kader in plaats van parallelle publieke eisen.
Het memorandum van zestig dagen verstreek zonder het permanente akkoord waarvoor het de basis moest leggen. Het mislukken ervan maakt een nieuwe diplomatieke route niet onmogelijk, maar wel moeilijker: het staakt-het-vuren is minder geloofwaardig, Hormuz is sterker betwist, de commerciële scheepvaart krijgt met meer onzekerheid te maken en een bredere regeling vereist eerst herstel van vertrouwen en controleerbare afspraken.
Berichten over een late verlenging moeten daarom voorzichtig worden behandeld. Pas wanneer Washington en Teheran gezamenlijk de duur, voorwaarden en verplichtingen publiceren, is er sprake van een duidelijk bevestigd vervolg. Op basis van de hier beschikbare informatie was er op de deadline geen heldere vervangende overeenkomst van kracht.