Tether, de uitgever van USDT, reageerde binnen een dag. Het bedrijf zette het belangrijkste walletadres op de zwarte lijst en bevroor 72 miljoen dollar aan USDT — exact 72.030.295,55 USDT — voordat dat bedrag verder kon worden verplaatst . Naar schatting was ongeveer 48 miljoen dollar toen al omgezet, vermoedelijk grotendeels in Monero. Door functies als ring signatures en stealth addresses is het daarna veel moeilijker om de geldstroom te volgen .
Op 11 juni 2026 kwam 120,2 miljoen USDT binnen op een Tron-adres. De eigenaar begon het bedrag meteen in kleinere delen weg te sluizen. Meer dan 17,5 miljoen dollar ging naar stortingsadressen bij KuCoin. Nog eens 8 miljoen dollar stroomde via instant exchanges en cross-chainhulpmiddelen, waaronder wallets van Near Intents .
De omvang van de transacties had gevolgen voor de markt. Nog diezelfde dag verschenen zware kooporders voor Monero. XMR steeg van ongeveer 330 dollar naar circa 435 à 438 dollar, een winst van 30 tot 46 procent binnen 24 uur . Daarmee verraadde de omvang van de operatie zichzelf als het ware: de identiteit van de koper bleef verborgen, maar de activiteit was op vrijwel elke prijsgrafiek te zien .
Op 12 juni bracht ZachXBT het walletadres publiekelijk in verband met de verdachte geldstroom. Tether blokkeerde vervolgens het Tron-adres TBzrPEssStbZAUx2SBhD4o8Uw3FX9Ak9W en bevroor de resterende 72.030.295,55 USDT . Monero bleef rond het hogere niveau handelen en stond ongeveer 5 procent boven de koers van vóór het incident .
De bevroren munten waren het deel van de oorspronkelijke USDT-som dat nog in een identificeerbare wallet stond. Het verschil van naar schatting 48 miljoen dollar was al via exchanges en swapdiensten verplaatst naar activa waarin toezicht en opsporing veel moeilijker worden .
De zaak laat een bekende werkwijze zien die toezichthouders proberen te doorbreken:
Dat betekent niet dat iedere Monero-transactie verdacht is. Privacy kan legitieme redenen hebben. Wel maakt het ontwerp van de munt het voor opsporingsdiensten aanzienlijk lastiger om een geldstroom te volgen zodra die daar terechtkomt.
De gebeurtenis kwam op een moment waarop cryptodiensten wereldwijd met strengere antiwitwasregels te maken krijgen.
De Europese verordening voor markten in cryptoactiva, MiCA, geldt sinds 30 december 2024 volledig voor cryptoactivadienstverleners, maar bestaande bedrijven konden tijdelijk onder nationale regels blijven werken. Die overgangsperiode loopt op 1 juli 2026 af. Vanaf dat moment mogen niet-gelicentieerde aanbieders geen klanten in de Europese Unie meer bedienen .
De Europese regels voor de overdracht van geld en crypto vereisen bovendien informatie over de opdrachtgever en begunstigde bij cryptotransacties. Privacycoins kunnen die informatie door hun ontwerp niet altijd leveren . MiCA verbiedt privacycoins niet expliciet, maar maakt het voor gereguleerde dienstverleners wel veel ingewikkelder om ze aan te bieden .
De Europese antiwitwasautoriteit AMLA nam in januari 2026 de toezichttaken op het gebied van antiwitwasbeleid en terrorismefinanciering over van de Europese Bankautoriteit (EBA). De autoriteit werkt aan haar toezichtkader; cryptoactivadienstverleners vallen nadrukkelijk binnen haar aandachtsgebied .
De zogenoemde Travel Rule verplicht aanbieders van cryptodiensten om klantinformatie over transacties met elkaar te delen. Volgens de aangehaalde sectoranalyse handhaaft 73 procent van de rechtsgebieden binnen de Financial Action Task Force (FATF) deze regel actief . Daarmee verschuift de aanpak van administratieve controle naar daadwerkelijke handhaving — precies op het terrein van ongereguleerde swaps, bruggen en andere routes waarmee geldstromen worden verhuld.
De zaak laat ook zien hoeveel macht een gecentraliseerde stablecoin-uitgever heeft. Tether kan USDT in herkenbare wallets blokkeren, waardoor het bedrijf een feitelijk handhavingspunt in de geldstroom vormt. In januari 2026 bevroor Tether op één dag al voor meer dan 180 miljoen dollar aan USDT . Die mogelijkheid houdt echter op zodra het geld is omgezet in een munt of wallet die niet op dezelfde manier kan worden geïdentificeerd of gecontroleerd.
De Monero-piek van juni vat het probleem in één incident samen. Toezichthouders krijgen steeds meer grip op de toegangspoorten: exchanges moeten klanten identificeren, stablecoinuitgevers kunnen transacties blokkeren en dienstverleners moeten informatie delen. Tegelijkertijd blijft een privacycoin een moeilijk eindpunt voor financiële opsporing.
In dit geval was de operatie groot genoeg om zichzelf zichtbaar te maken. De koerssprong van Monero gaf de markt een opvallend spoor en Tether kon het resterende USDT blokkeren. Maar het deel dat vermoedelijk al naar Monero was verplaatst, werd daardoor niet automatisch traceerbaar. De poging was dus volgens een aangehaalde analyse “te luid om te verbergen” — terwijl een aanzienlijk deel van het geld juist buiten het zicht van traditionele on-chainanalyse kan zijn geraakt.
Tether, de uitgever van USDT, reageerde binnen een dag. Het bedrijf zette het belangrijkste walletadres op de zwarte lijst en bevroor 72 miljoen dollar aan USDT — exact 72.030.295,55 USDT — voordat dat bedrag verder kon worden verplaatst . Naar schatting was ongeveer 48 miljoen dollar toen al omgezet, vermoedelijk grotendeels in Monero. Door functies als ring signatures en stealth addresses is het daarna veel moeilijker om de geldstroom te volgen .
Op 11 juni 2026 kwam 120,2 miljoen USDT binnen op een Tron-adres. De eigenaar begon het bedrag meteen in kleinere delen weg te sluizen. Meer dan 17,5 miljoen dollar ging naar stortingsadressen bij KuCoin. Nog eens 8 miljoen dollar stroomde via instant exchanges en cross-chainhulpmiddelen, waaronder wallets van Near Intents .
De omvang van de transacties had gevolgen voor de markt. Nog diezelfde dag verschenen zware kooporders voor Monero. XMR steeg van ongeveer 330 dollar naar circa 435 à 438 dollar, een winst van 30 tot 46 procent binnen 24 uur . Daarmee verraadde de omvang van de operatie zichzelf als het ware: de identiteit van de koper bleef verborgen, maar de activiteit was op vrijwel elke prijsgrafiek te zien .
Op 12 juni bracht ZachXBT het walletadres publiekelijk in verband met de verdachte geldstroom. Tether blokkeerde vervolgens het Tron-adres TBzrPEssStbZAUx2SBhD4o8Uw3FX9Ak9W en bevroor de resterende 72.030.295,55 USDT . Monero bleef rond het hogere niveau handelen en stond ongeveer 5 procent boven de koers van vóór het incident .
De bevroren munten waren het deel van de oorspronkelijke USDT-som dat nog in een identificeerbare wallet stond. Het verschil van naar schatting 48 miljoen dollar was al via exchanges en swapdiensten verplaatst naar activa waarin toezicht en opsporing veel moeilijker worden .
De zaak laat een bekende werkwijze zien die toezichthouders proberen te doorbreken:
Dat betekent niet dat iedere Monero-transactie verdacht is. Privacy kan legitieme redenen hebben. Wel maakt het ontwerp van de munt het voor opsporingsdiensten aanzienlijk lastiger om een geldstroom te volgen zodra die daar terechtkomt.
De gebeurtenis kwam op een moment waarop cryptodiensten wereldwijd met strengere antiwitwasregels te maken krijgen.
De Europese verordening voor markten in cryptoactiva, MiCA, geldt sinds 30 december 2024 volledig voor cryptoactivadienstverleners, maar bestaande bedrijven konden tijdelijk onder nationale regels blijven werken. Die overgangsperiode loopt op 1 juli 2026 af. Vanaf dat moment mogen niet-gelicentieerde aanbieders geen klanten in de Europese Unie meer bedienen .
De Europese regels voor de overdracht van geld en crypto vereisen bovendien informatie over de opdrachtgever en begunstigde bij cryptotransacties. Privacycoins kunnen die informatie door hun ontwerp niet altijd leveren . MiCA verbiedt privacycoins niet expliciet, maar maakt het voor gereguleerde dienstverleners wel veel ingewikkelder om ze aan te bieden .
De Europese antiwitwasautoriteit AMLA nam in januari 2026 de toezichttaken op het gebied van antiwitwasbeleid en terrorismefinanciering over van de Europese Bankautoriteit (EBA). De autoriteit werkt aan haar toezichtkader; cryptoactivadienstverleners vallen nadrukkelijk binnen haar aandachtsgebied .
De zogenoemde Travel Rule verplicht aanbieders van cryptodiensten om klantinformatie over transacties met elkaar te delen. Volgens de aangehaalde sectoranalyse handhaaft 73 procent van de rechtsgebieden binnen de Financial Action Task Force (FATF) deze regel actief . Daarmee verschuift de aanpak van administratieve controle naar daadwerkelijke handhaving — precies op het terrein van ongereguleerde swaps, bruggen en andere routes waarmee geldstromen worden verhuld.
De zaak laat ook zien hoeveel macht een gecentraliseerde stablecoin-uitgever heeft. Tether kan USDT in herkenbare wallets blokkeren, waardoor het bedrijf een feitelijk handhavingspunt in de geldstroom vormt. In januari 2026 bevroor Tether op één dag al voor meer dan 180 miljoen dollar aan USDT . Die mogelijkheid houdt echter op zodra het geld is omgezet in een munt of wallet die niet op dezelfde manier kan worden geïdentificeerd of gecontroleerd.
De Monero-piek van juni vat het probleem in één incident samen. Toezichthouders krijgen steeds meer grip op de toegangspoorten: exchanges moeten klanten identificeren, stablecoinuitgevers kunnen transacties blokkeren en dienstverleners moeten informatie delen. Tegelijkertijd blijft een privacycoin een moeilijk eindpunt voor financiële opsporing.
In dit geval was de operatie groot genoeg om zichzelf zichtbaar te maken. De koerssprong van Monero gaf de markt een opvallend spoor en Tether kon het resterende USDT blokkeren. Maar het deel dat vermoedelijk al naar Monero was verplaatst, werd daardoor niet automatisch traceerbaar. De poging was dus volgens een aangehaalde analyse “te luid om te verbergen” — terwijl een aanzienlijk deel van het geld juist buiten het zicht van traditionele on-chainanalyse kan zijn geraakt.