Dat veranderde vooral de rekensom voor betaalbare telefoons. Geheugen vormt bij goedkope toestellen een groter deel van de totale materiaalkosten. Fabrikanten hadden daardoor grofweg vier opties: de verkoopprijs verhogen, genoegen nemen met een kleinere marge, specificaties verlagen of minder toestellen uitleveren. Uit een bredere marktanalyse van Counterpoint blijkt eveneens dat fabrikanten van goedkopere telefoons en opkomende markten de grootste druk van de toeleveringscrisis ondervinden.
In het tweede kwartaal stegen de totale materiaalkosten van goedkope smartphones hierdoor met 70% op jaarbasis. Dat droeg bij aan het schrappen of beperken van productlijnen.
Sommige fabrikanten bestelden in het eerste kwartaal extra onderdelen om lagere prijzen vast te leggen en zich voor te bereiden op verwachte prijsstijgingen. Daardoor stegen de smartphoneleveringen in Latijns-Amerika in het eerste kwartaal nog met 2% op jaarbasis.
Die eerdere leveringen maakten de vergelijking met het tweede kwartaal moeilijker. Nadat voorraden waren opgebouwd, werden fabrikanten voorzichtiger. Het geheugentekort nam verder toe en prijsaanpassingen begonnen door te werken. Het resultaat was een duidelijke terugval in het tweede kwartaal, in plaats van een gelijkmatige voortzetting van de groei uit het eerste kwartaal.
In verschillende Latijns-Amerikaanse landen boden sterkere valuta enige verlichting. Daardoor bleef de directe prijsstijging voor consumenten gedeeltelijk beperkt. Tegelijkertijd konden fabrikanten hogere componentkosten minder gemakkelijk doorberekenen zonder hun marges verder onder druk te zetten.
De prijsstijgingen die consumenten wel bereikten, wogen vooral zwaar bij instapmodellen en middenklassers. Kopers in die segmenten reageren doorgaans sterker op zelfs relatief kleine veranderingen in de toestelprijs. Inflatie in Colombia, Mexico en Brazilië tastte de reële koopkracht verder aan. Politieke onzekerheid in Colombia en Brazilië moedigde sommige consumenten bovendien aan om een aankoop uit te stellen.
De krimp raakte niet iedere fabrikant even hard. Samsung en Apple waren de enige grote merken die meer toestellen uitleverden dan een jaar eerder. Merken met een grotere afhankelijkheid van betaalbare modellen zagen hun volumes sterker dalen.
Samsung ging de terugval in met aanzienlijke voorraden en een breed assortiment, van de Galaxy A-serie tot de Galaxy S-serie. Dankzij de sterke aanwezigheid in fysieke winkels en online verkoopkanalen kon het merk zijn toestellen beschikbaar houden. Agressieve kortingen hielpen daarnaast om de vraag op peil te houden terwijl concurrenten met beperktere voorraden kampten of sterker afhankelijk waren van prijsgevoelige modellen.
Die combinatie stelde Samsung in staat marktaandeel te winnen, zelfs toen de totale markt kromp. De resultaten laten ook zien dat beschikbaarheid en distributie in dit kwartaal bijna net zo belangrijk waren als de onderliggende consumentenvraag.
Apple profiteerde van zijn sterke positie aan de bovenkant van de markt. Het bedrijf nam een deel van de kostenstijging zelf op zich in plaats van die volledig aan kopers door te berekenen. De vraag naar de iPhone 17 Pro Max bleef veerkrachtig. Ook de iPhone 17e, die eind maart werd geïntroduceerd, kreeg in het tweede kwartaal meer momentum. Oudere modellen bleven bovendien gestaag verkopen.
Kopers van premiumtoestellen zijn over het algemeen minder gevoelig voor prijsstijgingen door duurdere onderdelen dan klanten die een instapmodel zoeken. Apples gevestigde premiumimago beschermde het bedrijf daardoor tegen de zwaarste gevolgen van de terugval in het betaalbare segment.
Motorola vernieuwde zijn G-, Edge- en Razr-productlijnen en gebruikte marketing rond het FIFA-wereldkampioenschap van 2026 om de zichtbaarheid en gemiddelde verkoopprijs te verhogen. Dat was echter niet genoeg om de daling van 14% in het aantal leveringen te compenseren.
De druk zal waarschijnlijk ook na het tweede kwartaal aanhouden. Counterpoint verwacht dat de kosten- en leveringsproblemen rond geheugen in de tweede helft van 2026 voortduren. Voor mobiel DRAM werd in het derde kwartaal bovendien een prijsstijging van ongeveer 10% ten opzichte van het voorgaande kwartaal voorzien.
De markt dreigt daardoor steeds sterker uiteen te vallen naar prijssegment. Voordat het tekort afneemt, zullen goedkope en middenklassemodellen naar verwachting verkoopaandeel verliezen. Fabrikanten beperken hun betaalbare assortimenten, terwijl premiumtoestellen relatief veerkrachtig blijven.
Volgens de beschikbare vooruitblik van Counterpoint zullen vooral de beschikbaarheid en prijs van geheugen — en niet alleen de onderliggende consumentenvraag — bepalen hoe de smartphonemarkt zich de komende 18 tot 24 maanden ontwikkelt. Het tekort zou rond het einde van 2027 geleidelijk moeten afnemen. Een bredere marktherstel kan vervolgens in 2028 beginnen.
Er is in het aangeleverde onderzoek geen specifieke, publiek beschikbare prognose voor het percentage smartphoneleveringen in Latijns-Amerika in de tweede helft van 2026 of over heel 2027. De regionale verwachting blijft daarom richtinggevend: aanhoudende druk op betaalbare telefoons, meer veerkracht bij premiummerken en een groter verschil tussen fabrikanten met sterke toeleveringsketens, distributie en prijszettingsmacht enerzijds en merken die vooral op goedkope toestellen leunen anderzijds.
Dat veranderde vooral de rekensom voor betaalbare telefoons. Geheugen vormt bij goedkope toestellen een groter deel van de totale materiaalkosten. Fabrikanten hadden daardoor grofweg vier opties: de verkoopprijs verhogen, genoegen nemen met een kleinere marge, specificaties verlagen of minder toestellen uitleveren. Uit een bredere marktanalyse van Counterpoint blijkt eveneens dat fabrikanten van goedkopere telefoons en opkomende markten de grootste druk van de toeleveringscrisis ondervinden.
In het tweede kwartaal stegen de totale materiaalkosten van goedkope smartphones hierdoor met 70% op jaarbasis. Dat droeg bij aan het schrappen of beperken van productlijnen.
Sommige fabrikanten bestelden in het eerste kwartaal extra onderdelen om lagere prijzen vast te leggen en zich voor te bereiden op verwachte prijsstijgingen. Daardoor stegen de smartphoneleveringen in Latijns-Amerika in het eerste kwartaal nog met 2% op jaarbasis.
Die eerdere leveringen maakten de vergelijking met het tweede kwartaal moeilijker. Nadat voorraden waren opgebouwd, werden fabrikanten voorzichtiger. Het geheugentekort nam verder toe en prijsaanpassingen begonnen door te werken. Het resultaat was een duidelijke terugval in het tweede kwartaal, in plaats van een gelijkmatige voortzetting van de groei uit het eerste kwartaal.
In verschillende Latijns-Amerikaanse landen boden sterkere valuta enige verlichting. Daardoor bleef de directe prijsstijging voor consumenten gedeeltelijk beperkt. Tegelijkertijd konden fabrikanten hogere componentkosten minder gemakkelijk doorberekenen zonder hun marges verder onder druk te zetten.
De prijsstijgingen die consumenten wel bereikten, wogen vooral zwaar bij instapmodellen en middenklassers. Kopers in die segmenten reageren doorgaans sterker op zelfs relatief kleine veranderingen in de toestelprijs. Inflatie in Colombia, Mexico en Brazilië tastte de reële koopkracht verder aan. Politieke onzekerheid in Colombia en Brazilië moedigde sommige consumenten bovendien aan om een aankoop uit te stellen.
De krimp raakte niet iedere fabrikant even hard. Samsung en Apple waren de enige grote merken die meer toestellen uitleverden dan een jaar eerder. Merken met een grotere afhankelijkheid van betaalbare modellen zagen hun volumes sterker dalen.
Samsung ging de terugval in met aanzienlijke voorraden en een breed assortiment, van de Galaxy A-serie tot de Galaxy S-serie. Dankzij de sterke aanwezigheid in fysieke winkels en online verkoopkanalen kon het merk zijn toestellen beschikbaar houden. Agressieve kortingen hielpen daarnaast om de vraag op peil te houden terwijl concurrenten met beperktere voorraden kampten of sterker afhankelijk waren van prijsgevoelige modellen.
Die combinatie stelde Samsung in staat marktaandeel te winnen, zelfs toen de totale markt kromp. De resultaten laten ook zien dat beschikbaarheid en distributie in dit kwartaal bijna net zo belangrijk waren als de onderliggende consumentenvraag.
Apple profiteerde van zijn sterke positie aan de bovenkant van de markt. Het bedrijf nam een deel van de kostenstijging zelf op zich in plaats van die volledig aan kopers door te berekenen. De vraag naar de iPhone 17 Pro Max bleef veerkrachtig. Ook de iPhone 17e, die eind maart werd geïntroduceerd, kreeg in het tweede kwartaal meer momentum. Oudere modellen bleven bovendien gestaag verkopen.
Kopers van premiumtoestellen zijn over het algemeen minder gevoelig voor prijsstijgingen door duurdere onderdelen dan klanten die een instapmodel zoeken. Apples gevestigde premiumimago beschermde het bedrijf daardoor tegen de zwaarste gevolgen van de terugval in het betaalbare segment.
Motorola vernieuwde zijn G-, Edge- en Razr-productlijnen en gebruikte marketing rond het FIFA-wereldkampioenschap van 2026 om de zichtbaarheid en gemiddelde verkoopprijs te verhogen. Dat was echter niet genoeg om de daling van 14% in het aantal leveringen te compenseren.
De druk zal waarschijnlijk ook na het tweede kwartaal aanhouden. Counterpoint verwacht dat de kosten- en leveringsproblemen rond geheugen in de tweede helft van 2026 voortduren. Voor mobiel DRAM werd in het derde kwartaal bovendien een prijsstijging van ongeveer 10% ten opzichte van het voorgaande kwartaal voorzien.
De markt dreigt daardoor steeds sterker uiteen te vallen naar prijssegment. Voordat het tekort afneemt, zullen goedkope en middenklassemodellen naar verwachting verkoopaandeel verliezen. Fabrikanten beperken hun betaalbare assortimenten, terwijl premiumtoestellen relatief veerkrachtig blijven.
Volgens de beschikbare vooruitblik van Counterpoint zullen vooral de beschikbaarheid en prijs van geheugen — en niet alleen de onderliggende consumentenvraag — bepalen hoe de smartphonemarkt zich de komende 18 tot 24 maanden ontwikkelt. Het tekort zou rond het einde van 2027 geleidelijk moeten afnemen. Een bredere marktherstel kan vervolgens in 2028 beginnen.
Er is in het aangeleverde onderzoek geen specifieke, publiek beschikbare prognose voor het percentage smartphoneleveringen in Latijns-Amerika in de tweede helft van 2026 of over heel 2027. De regionale verwachting blijft daarom richtinggevend: aanhoudende druk op betaalbare telefoons, meer veerkracht bij premiummerken en een groter verschil tussen fabrikanten met sterke toeleveringsketens, distributie en prijszettingsmacht enerzijds en merken die vooral op goedkope toestellen leunen anderzijds.