Het ging om repositories binnen vier Microsoft-organisaties:
Bezoekers kregen een grijze melding te zien dat de repository door GitHub-medewerkers was uitgeschakeld wegens een overtreding van de servicevoorwaarden .
De gebeurtenis was geen losstaand incident. Ze vormde het hoogtepunt van een campagne die enkele dagen eerder begon met besmette Red Hat-pakketten op npm, de pakketregister voor JavaScript-ontwikkelaars.
Op 1 juni ontdekten beveiligingsonderzoekers van onder meer Aikido en OX Security kwaadaardige code in 32 pakketten onder de officiële npm-namespace @redhat-cloud-services. Van die pakketten waren in totaal 96 versies besmet. Samen werden ze naar schatting ongeveer 117.000 keer per week gedownload .
Volgens de onderzoekers ging het niet simpelweg om een gestolen npm-token. Aanvallers hadden het GitHub-account van een Red Hat-medewerker overgenomen en gebruikten dat account om kwaadaardige commits in de CI/CD-pijplijn van RedHatInsights/javascript-clients te plaatsen .
Daarmee misbruikten ze het legitieme publicatieproces van GitHub Actions en npm. De besmette releases kregen daardoor geldige SLSA-provenance-attestaties: digitale verklaringen over de herkomst en bouw van software. Voor gebruikers konden de pakketten er dus betrouwbaar uitzien, ondanks de ingebouwde achterdeur .
De pakketten bevatten een preinstall-script. Dat wordt automatisch uitgevoerd wanneer een ontwikkelaar een pakket installeert. Het script haalde een payload van 28 KB op die inloggegevens stal. De malware werd aangeduid als Miasma, een nieuwe variant binnen de Mini Shai-Hulud-familie. Onderzoekers schrijven de campagne toe aan de dreigingsgroep TeamPCP, al kunnen imitators niet worden uitgesloten .
De gestolen gegevens werden vervolgens gebruikt om nieuwe doelen aan te vallen. Op 5 juni plaatsten aanvallers met een eerder gecompromitteerd bijdragersaccount een kwaadaardige commit in Azure/durabletask .
Dat account was al eerder in verband gebracht met een besmetting van het bijbehorende PyPI-pakket op 19 mei. Het opnieuw gebruiken van hetzelfde account wijst erop dat de toegang na het eerste incident niet volledig was ingetrokken .
De nieuwe commit bevatte configuratiebestanden die specifiek waren ontworpen voor AI-codeerassistenten. Wanneer een ontwikkelaar de repository opende in bijvoorbeeld Claude Code, Gemini CLI, Cursor of Visual Studio Code, konden die bestanden automatisch worden ingelezen. Zo kregen de assistenten instructies aangereikt die uiteindelijk een payload voor het verzamelen van inloggegevens uitvoerde .
Dat maakt de aanval opvallend: de repository zelf was niet alleen het doelwit, maar kon ook fungeren als een valstrik voor de hulpmiddelen die ontwikkelaars gebruiken om code te schrijven en te beheren.
De campagne combineerde bekende technieken uit software-aanvallen met nieuwe manieren om zich te verspreiden:
preinstall-scripts werden uitgevoerd zodra een ontwikkelaar een getroffen pakket installeerde met npm install .GitHub schakelde op 5 juni de 73 Microsoft-repositories uit om verdere verspreiding te beperken . Red Hat publiceerde op 1 juni beveiligingsadvies RHSB-2026-006, trok de gecompromitteerde npm-tokens en publicatiegegevens in en verwijderde de besmette pakketten uit het register .
Microsoft Threat Intelligence bracht op 2 juni een analyse van de aanvalsketen uit, met aanwijzingen voor detectie en onderzoek .
Beveiligingsonderzoekers adviseren organisaties en ontwikkelaars die mogelijk een getroffen pakket hebben geïnstalleerd om onmiddellijk:
Alleen het verwijderen van een besmet pakket is daarbij niet voldoende. Als de worm al toegangsgegevens heeft buitgemaakt, kunnen die gegevens ook na verwijdering van de malware misbruikt worden.
Rond dezelfde tijd kwamen onderzoekers van Endor Labs en StepSecurity met details over een afzonderlijke, maar verwante campagne die IronWorm werd genoemd. Daarbij waren 57 npm-pakketten besmet in meer dan 286 kwaadaardige versies. Die pakketten werden gebruikt om een nieuwe variant van de Miasma-worm te verspreiden .
De campagne experimenteerde volgens onderzoekers ook met binding.gyp om tijdens de installatie code uit te voeren . Dat onderstreept hoe snel aanvallers nieuwe manieren zoeken om de installatieketen van ontwikkelaars te misbruiken.
De Cloud Security Alliance waarschuwde bovendien voor imitatieaanvallen. Hoewel Miasma aan TeamPCP wordt toegeschreven, is de onderliggende code openbaar beschikbaar. Andere aanvallers kunnen die code dus opnieuw gebruiken of aanpassen, waardoor dezelfde aanvalspatronen ook na deze incidenten relevant blijven .
Het ging om repositories binnen vier Microsoft-organisaties:
Bezoekers kregen een grijze melding te zien dat de repository door GitHub-medewerkers was uitgeschakeld wegens een overtreding van de servicevoorwaarden .
De gebeurtenis was geen losstaand incident. Ze vormde het hoogtepunt van een campagne die enkele dagen eerder begon met besmette Red Hat-pakketten op npm, de pakketregister voor JavaScript-ontwikkelaars.
Op 1 juni ontdekten beveiligingsonderzoekers van onder meer Aikido en OX Security kwaadaardige code in 32 pakketten onder de officiële npm-namespace @redhat-cloud-services. Van die pakketten waren in totaal 96 versies besmet. Samen werden ze naar schatting ongeveer 117.000 keer per week gedownload .
Volgens de onderzoekers ging het niet simpelweg om een gestolen npm-token. Aanvallers hadden het GitHub-account van een Red Hat-medewerker overgenomen en gebruikten dat account om kwaadaardige commits in de CI/CD-pijplijn van RedHatInsights/javascript-clients te plaatsen .
Daarmee misbruikten ze het legitieme publicatieproces van GitHub Actions en npm. De besmette releases kregen daardoor geldige SLSA-provenance-attestaties: digitale verklaringen over de herkomst en bouw van software. Voor gebruikers konden de pakketten er dus betrouwbaar uitzien, ondanks de ingebouwde achterdeur .
De pakketten bevatten een preinstall-script. Dat wordt automatisch uitgevoerd wanneer een ontwikkelaar een pakket installeert. Het script haalde een payload van 28 KB op die inloggegevens stal. De malware werd aangeduid als Miasma, een nieuwe variant binnen de Mini Shai-Hulud-familie. Onderzoekers schrijven de campagne toe aan de dreigingsgroep TeamPCP, al kunnen imitators niet worden uitgesloten .
De gestolen gegevens werden vervolgens gebruikt om nieuwe doelen aan te vallen. Op 5 juni plaatsten aanvallers met een eerder gecompromitteerd bijdragersaccount een kwaadaardige commit in Azure/durabletask .
Dat account was al eerder in verband gebracht met een besmetting van het bijbehorende PyPI-pakket op 19 mei. Het opnieuw gebruiken van hetzelfde account wijst erop dat de toegang na het eerste incident niet volledig was ingetrokken .
De nieuwe commit bevatte configuratiebestanden die specifiek waren ontworpen voor AI-codeerassistenten. Wanneer een ontwikkelaar de repository opende in bijvoorbeeld Claude Code, Gemini CLI, Cursor of Visual Studio Code, konden die bestanden automatisch worden ingelezen. Zo kregen de assistenten instructies aangereikt die uiteindelijk een payload voor het verzamelen van inloggegevens uitvoerde .
Dat maakt de aanval opvallend: de repository zelf was niet alleen het doelwit, maar kon ook fungeren als een valstrik voor de hulpmiddelen die ontwikkelaars gebruiken om code te schrijven en te beheren.
De campagne combineerde bekende technieken uit software-aanvallen met nieuwe manieren om zich te verspreiden:
preinstall-scripts werden uitgevoerd zodra een ontwikkelaar een getroffen pakket installeerde met npm install .GitHub schakelde op 5 juni de 73 Microsoft-repositories uit om verdere verspreiding te beperken . Red Hat publiceerde op 1 juni beveiligingsadvies RHSB-2026-006, trok de gecompromitteerde npm-tokens en publicatiegegevens in en verwijderde de besmette pakketten uit het register .
Microsoft Threat Intelligence bracht op 2 juni een analyse van de aanvalsketen uit, met aanwijzingen voor detectie en onderzoek .
Beveiligingsonderzoekers adviseren organisaties en ontwikkelaars die mogelijk een getroffen pakket hebben geïnstalleerd om onmiddellijk:
Alleen het verwijderen van een besmet pakket is daarbij niet voldoende. Als de worm al toegangsgegevens heeft buitgemaakt, kunnen die gegevens ook na verwijdering van de malware misbruikt worden.
Rond dezelfde tijd kwamen onderzoekers van Endor Labs en StepSecurity met details over een afzonderlijke, maar verwante campagne die IronWorm werd genoemd. Daarbij waren 57 npm-pakketten besmet in meer dan 286 kwaadaardige versies. Die pakketten werden gebruikt om een nieuwe variant van de Miasma-worm te verspreiden .
De campagne experimenteerde volgens onderzoekers ook met binding.gyp om tijdens de installatie code uit te voeren . Dat onderstreept hoe snel aanvallers nieuwe manieren zoeken om de installatieketen van ontwikkelaars te misbruiken.
De Cloud Security Alliance waarschuwde bovendien voor imitatieaanvallen. Hoewel Miasma aan TeamPCP wordt toegeschreven, is de onderliggende code openbaar beschikbaar. Andere aanvallers kunnen die code dus opnieuw gebruiken of aanpassen, waardoor dezelfde aanvalspatronen ook na deze incidenten relevant blijven .