Regeringstroepen meldden vervolgens droneaanvallen op bijeenkomsten, voertuigen en posities van de Houthi’s aan het front bij Maqbanah, in het westen van Taiz. Ook werden aanvallen gemeld bij Jabal al-Zuhayb en in het gebied al-Urf van Maqbanah.
Volgens het Jemenitische leger kwamen daarbij drie Houthi-leden om het leven en raakten meerdere anderen gewond, onder wie commandanten in het veld. Deze informatie kwam uit militaire bronnen en is niet onafhankelijk geverifieerd.
De meldingen laten zien dat drones niet langer slechts incidenteel worden gebruikt. Ze worden steeds meer een vast onderdeel van de strijd: voor verkenning, het aanvallen van voertuigen en het uitschakelen van personeel en posities aan het front.
De Houthi’s reageerden met een reeks raket- en droneaanvallen op Marib, een stad die in handen is van de regering en waar ook veel mensen wonen die door de oorlog zijn verdreven. Lokale autoriteiten zeiden dat vier ballistische raketten en vier drones woonwijken en gebieden bij kampen voor ontheemden troffen. Daarbij zouden mensen gewond zijn geraakt en huizen, voertuigen en andere eigendommen zijn beschadigd.
Later meldden functionarissen nieuwe raketlanceringen. Een vijfde raket zou één persoon hebben verwond; een zesde werd ’s nachts richting Marib gelanceerd. Andere berichtgeving sprak over zes ballistische raketten en vier drones die op woonwijken waren gericht. Daarbij zouden ook civiele voorzieningen, waaronder een bakkerij, zijn beschadigd.
De verschillende versies lopen uiteen wat betreft het aantal aanvallen en slachtoffers. Ze wijzen wel op hetzelfde risico: het geweld raakt niet alleen militaire doelen, maar ook stedelijke gemeenschappen en mensen die al eerder voor het conflict op de vlucht sloegen.
De escalatie breidde zich ook uit naar al-Makha, ook bekend als Mocha, aan de Rode Zee. Volgens regeringsgezinde militaire media kostte een Houthi-aanval daar het leven aan vier soldaten en drie burgers. Vijftien mensen zouden gewond zijn geraakt. Bij de aanval zouden bovendien elf drones zijn neergehaald.
Andere berichten beschreven nachtelijke aanvallen op al-Makha en Marib waarbij meerdere mensen omkwamen en civiele infrastructuur beschadigd raakte. Omdat de gemelde aantallen per bron verschillen, moeten de slachtoffercijfers voorzichtig worden geïnterpreteerd.
De huidige gevechten combineren ballistische raketten, aanvalsdrones, artillerie en grondoperaties op ver uit elkaar gelegen locaties. De Houthi’s gebruiken raketten en drones tegen militaire kampen, opslagplaatsen en stedelijke gebieden. Regeringstroepen zeggen op hun beurt drones in te zetten tegen Houthi-posities, bijeenkomsten en voertuigen.
Dat brengt twee belangrijke gevaren met zich mee. Ten eerste kunnen aanvallen ver achter de directe frontlinie worden uitgevoerd, waardoor het moeilijker wordt om de escalatie onder controle te houden. Ten tweede vergroot de nabijheid van militaire locaties, woonwijken en opvangkampen de kans op burgerslachtoffers en schade aan infrastructuur.
De melding dat bij al-Makha elf drones zijn neergehaald, onderstreept daarnaast het toenemende belang van luchtverdediging en systemen om drones uit te schakelen.
De belangrijkste ontwikkeling is niet één afzonderlijke claim over slachtoffers, maar het patroon als geheel. Houthi-aanvallen op regeringsposities en woonwijken worden gevolgd door drone- en artillerieaanvallen van regeringstroepen. Tegelijkertijd laait de strijd opnieuw op langs fronten die perioden van relatieve rust kenden.
De beschikbare berichtgeving bewijst niet dat in heel Jemen opnieuw een grootschalige oorlog is uitgebroken. Wel is sprake van een ernstige verslechtering van de situatie. Woongebieden en kampen voor ontheemden worden herhaaldelijk blootgesteld aan raket- en droneaanvallen. Hoe langer deze geweldsspiraal voortduurt, hoe groter het risico dat afzonderlijke uitwisselingen uitmonden in een gecoördineerd offensief en een bredere humanitaire crisis.
Voorlopig blijven de gemelde dodentallen omstreden. De duidelijkste conclusie is dat het conflict een gevaarlijkere fase ingaat: onbemande systemen en langeafstandswapens verhogen de druk op zowel strijders als burgers.
Regeringstroepen meldden vervolgens droneaanvallen op bijeenkomsten, voertuigen en posities van de Houthi’s aan het front bij Maqbanah, in het westen van Taiz. Ook werden aanvallen gemeld bij Jabal al-Zuhayb en in het gebied al-Urf van Maqbanah.
Volgens het Jemenitische leger kwamen daarbij drie Houthi-leden om het leven en raakten meerdere anderen gewond, onder wie commandanten in het veld. Deze informatie kwam uit militaire bronnen en is niet onafhankelijk geverifieerd.
De meldingen laten zien dat drones niet langer slechts incidenteel worden gebruikt. Ze worden steeds meer een vast onderdeel van de strijd: voor verkenning, het aanvallen van voertuigen en het uitschakelen van personeel en posities aan het front.
De Houthi’s reageerden met een reeks raket- en droneaanvallen op Marib, een stad die in handen is van de regering en waar ook veel mensen wonen die door de oorlog zijn verdreven. Lokale autoriteiten zeiden dat vier ballistische raketten en vier drones woonwijken en gebieden bij kampen voor ontheemden troffen. Daarbij zouden mensen gewond zijn geraakt en huizen, voertuigen en andere eigendommen zijn beschadigd.
Later meldden functionarissen nieuwe raketlanceringen. Een vijfde raket zou één persoon hebben verwond; een zesde werd ’s nachts richting Marib gelanceerd. Andere berichtgeving sprak over zes ballistische raketten en vier drones die op woonwijken waren gericht. Daarbij zouden ook civiele voorzieningen, waaronder een bakkerij, zijn beschadigd.
De verschillende versies lopen uiteen wat betreft het aantal aanvallen en slachtoffers. Ze wijzen wel op hetzelfde risico: het geweld raakt niet alleen militaire doelen, maar ook stedelijke gemeenschappen en mensen die al eerder voor het conflict op de vlucht sloegen.
De escalatie breidde zich ook uit naar al-Makha, ook bekend als Mocha, aan de Rode Zee. Volgens regeringsgezinde militaire media kostte een Houthi-aanval daar het leven aan vier soldaten en drie burgers. Vijftien mensen zouden gewond zijn geraakt. Bij de aanval zouden bovendien elf drones zijn neergehaald.
Andere berichten beschreven nachtelijke aanvallen op al-Makha en Marib waarbij meerdere mensen omkwamen en civiele infrastructuur beschadigd raakte. Omdat de gemelde aantallen per bron verschillen, moeten de slachtoffercijfers voorzichtig worden geïnterpreteerd.
De huidige gevechten combineren ballistische raketten, aanvalsdrones, artillerie en grondoperaties op ver uit elkaar gelegen locaties. De Houthi’s gebruiken raketten en drones tegen militaire kampen, opslagplaatsen en stedelijke gebieden. Regeringstroepen zeggen op hun beurt drones in te zetten tegen Houthi-posities, bijeenkomsten en voertuigen.
Dat brengt twee belangrijke gevaren met zich mee. Ten eerste kunnen aanvallen ver achter de directe frontlinie worden uitgevoerd, waardoor het moeilijker wordt om de escalatie onder controle te houden. Ten tweede vergroot de nabijheid van militaire locaties, woonwijken en opvangkampen de kans op burgerslachtoffers en schade aan infrastructuur.
De melding dat bij al-Makha elf drones zijn neergehaald, onderstreept daarnaast het toenemende belang van luchtverdediging en systemen om drones uit te schakelen.
De belangrijkste ontwikkeling is niet één afzonderlijke claim over slachtoffers, maar het patroon als geheel. Houthi-aanvallen op regeringsposities en woonwijken worden gevolgd door drone- en artillerieaanvallen van regeringstroepen. Tegelijkertijd laait de strijd opnieuw op langs fronten die perioden van relatieve rust kenden.
De beschikbare berichtgeving bewijst niet dat in heel Jemen opnieuw een grootschalige oorlog is uitgebroken. Wel is sprake van een ernstige verslechtering van de situatie. Woongebieden en kampen voor ontheemden worden herhaaldelijk blootgesteld aan raket- en droneaanvallen. Hoe langer deze geweldsspiraal voortduurt, hoe groter het risico dat afzonderlijke uitwisselingen uitmonden in een gecoördineerd offensief en een bredere humanitaire crisis.
Voorlopig blijven de gemelde dodentallen omstreden. De duidelijkste conclusie is dat het conflict een gevaarlijkere fase ingaat: onbemande systemen en langeafstandswapens verhogen de druk op zowel strijders als burgers.