Verspreid over het netwerk werden minstens 59 rails geteld. Circa twintig daarvan lijken lang genoeg voor grotere en nieuwere Geran-modellen. Volgens de berichtgeving waren zeven van de tien locaties betrokken bij recente aanvallen op Kyiv. Daarmee lijkt de bouwactiviteit verband te houden met de huidige Russische campagne, en niet alleen met een mogelijke toekomstige capaciteit.
De locatie Tsimbulova in de Russische regio Orjol laat de ontwikkeling goed zien. Daar zouden twee rails ongeveer 85 meter lang zijn — een aanwijzing dat de basis wordt aangepast voor straalaangedreven drones.
Een groter aantal lanceerlocaties geeft Rusland meer mogelijkheden om aanvallen op te zetten en maakt het voor Oekraïne lastiger om de infrastructuur op te sporen en aan te vallen. Bases dichter bij Oekraïne verkorten bovendien de vliegafstand. Daardoor kunnen meer drones in golven worden ingezet en krijgt de Oekraïense luchtverdediging te maken met een bredere en minder voorspelbare dreiging.
De druk was zichtbaar tijdens de nachtelijke aanval van 16 op 17 augustus. De Oekraïense luchtmacht meldde dat Rusland 128 UAV’s van het type Shahed, Gerbera en Parodiya — lokdrones — lanceerde vanuit de richtingen Koersk, Orjol, Primorsko-Achtarsk en het bezette Donetsk. Volgens Oekraïne werden 106 drones geneutraliseerd; op veertien locaties waren er inslagen.
‘Geneutraliseerd’ omvat drones die zijn neergeschoten of onderdrukt door luchtverdediging en elektronische oorlogsvoering. Het betekent niet dat elke dreiging zonder schade werd vernietigd. De cijfers tonen dus zowel het bereik van de Oekraïense verdediging als de moeilijkheid om iedere drone in een grote, gemengde aanval tegen te houden.
Rusland voegt niet simpelweg meer lanceerplaatsen toe voor dezelfde toestellen. De berichtgeving wijst ook op een verschuiving naar snellere, straalaangedreven Geran-4- en Geran-5-drones, die moeilijker te onderscheppen zouden zijn. Volgens Oekraïense inlichtingeninformatie, aangehaald door het Institute for the Study of War, verlegt Rusland zijn productie naar deze nieuwere varianten.
Andere berichtgeving beschrijft daarnaast een straalaangedreven BM-35 met een snelheid van meer dan 350 kilometer per uur en een bereik van meer dan 200 kilometer. Die cijfers zijn gebaseerd op Russische claims en Oekraïense inschattingen en zijn daarom niet onafhankelijk geverifieerd.
De bredere ontwikkeling is echter consistent: Rusland past zijn drones aan om de snelheid te verhogen en het werk van Oekraïense onderscheppingsvliegtuigen, helikopters, drones en grondgebonden luchtverdediging moeilijker te maken. Het gebruik van lokdrones naast aanvalsdrones kan de capaciteit van de verdediging bovendien verder uitputten.
Volgens de berichtgeving hebben de nieuwere Geran-varianten een bereik waarmee Warschau en andere NAVO-locaties vanuit sommige van de geïdentificeerde bases theoretisch bereikbaar zouden zijn. De betekenis van het onderzoek is daarom niet dat een aanval op Warschau of de Baltische staten op handen is. Wel wijst het erop dat Rusland infrastructuur opbouwt voor een bredere regionale aanvalsmogelijkheid.
Dat onderscheid is belangrijk. Een lanceerbasis, een gemeld maximaal bereik en de positie van een doelwit tonen samen een potentiële capaciteit — geen intentie. Voor de NAVO ontstaat er wel een planningsprobleem: luchtverdediging, toezicht, vroegtijdige waarschuwing en het delen van inlichtingen worden belangrijker wanneer de lanceercapaciteit over meerdere locaties is verspreid.
Afzonderlijke waarschuwingen van de Litouwse minister van Defensie gingen over mogelijke Russische provocaties of false-flagaanvallen met Oekraïens gemaakte drones tegen kritieke infrastructuur in de Baltische regio. Die waarschuwingen verdienen aandacht, maar vormen geen bewijs dat Rusland een onmiddellijke aanval op de NAVO voorbereidt.
De duidelijkste conclusie uit het onderzoek is dat Rusland droneoorlogvoering institutionaliseert. De combinatie van nieuwe bases, tientallen lanceerrails, grotere straalaangedreven ontwerpen en voortdurende productie wijst op een model voor een langdurige campagne, niet op incidentele geïmproviseerde aanvallen.
Voor Oekraïne betekent dit meer lanceerplaatsen om in de gaten te houden en mogelijk grotere of snellere salvo’s om te onderscheppen. Voor de NAVO betekent het een groeiende conventionele aanvalscapaciteit aan de oostflank van het bondgenootschap.
De beschikbare informatie rechtvaardigt zorgen over Ruslands groeiende opties — maar niet de verdergaande bewering dat de nieuwe bases bewijzen dat Moskou op korte termijn heeft besloten de NAVO aan te vallen.