De potentiële capaciteitswinst is daarmee enorm. Maar bij de meeste bedrijven blijft ze vooral potentieel.
BCG noemt dit de ‘adoption-value gap’: de kloof tussen het invoeren van AI en het creëren van echte bedrijfswaarde. Een krachtige tool aan medewerkers geven is namelijk iets anders dan het werk opnieuw organiseren.
Veel organisaties passen hun werkstromen en procedures onvoldoende aan. Ook krijgen werknemers vaak geen duidelijke aanwijzingen over wat zij met de vrijgekomen tijd moeten doen. Daardoor blijven oude stappen, goedkeuringslagen en andere inefficiënties gewoon bestaan. De capaciteit neemt toe, maar productiviteitscijfers en kosten dalen niet — en kunnen in sommige gevallen zelfs stijgen .
“ Iedereen praat over AI die werk vervangt, maar in werkelijkheid gaat het om het opnieuw doordenken van de menselijke meerwaarde binnen dat werk,” zei BCG-auteur Vinciane Beauchene .
De kernvraag voor managers is dan ook niet alleen welke taken AI kan overnemen, maar vooral: welk waardevol werk komt ervoor in de plaats?
De moeite om AI-winst te verzilveren is niet alleen een organisatorisch probleem. De technologie zorgt ook voor een tegenstrijdige ervaring bij werknemers — door BCG de ‘joy paradox’ genoemd.
Aan de ene kant zegt twee derde van de regelmatige AI-gebruikers dat AI hun algemene werktevredenheid heeft verbeterd . Vervelende of repetitieve taken verdwijnen, waardoor ruimte ontstaat voor interessanter werk.
Aan de andere kant zegt 49% van alle respondenten dat zij inmiddels meer tijd besteden aan het beheren en aansturen van AI-tools dan aan het werk zelf . Daarnaast meldt 41% van de regelmatige gebruikers een hogere cognitieve belasting. Het voortdurend schrijven van prompts, controleren van antwoorden en corrigeren van fouten blijkt dus een intensieve vorm van werk die leidinggevenden niet altijd zien .
Het aanvankelijke gevoel dat AI alles moeiteloos oplost, blijkt daardoor van korte duur. Zonder goede werkafspraken kan een deel van de efficiëntiewinst verschuiven naar nieuwe controle- en coördinatietaken.
De belangrijkste factor die bedrijven met duidelijke impact onderscheidt van bedrijven zonder resultaat, is volgens BCG niet de geavanceerdheid van hun AI-tools of de omvang van hun investeringen. Het is strategische duidelijkheid.
Een expliciete en goed gecommuniceerde AI-strategie vergroot de bedrijfsimpact met 25 procentpunten . Dat effect blijft zelfs zichtbaar bij organisaties die geen toegang hebben tot de meest geavanceerde tools. Een heldere strategie stemt inspanningen op elkaar af, maakt verwachtingen duidelijk en dwingt bestuurders om een cruciale vraag te beantwoorden:
Wat moeten medewerkers doen met de vijf tot tien uur per week die AI hun teruggeeft?
Zonder concreet antwoord op die vraag verdwijnen de voordelen in de bestaande organisatie. Volgens BCG-auteur Sylvain Duranton neemt de aanvankelijke ‘AI-honeymoon’ — de combinatie van nieuwigheid en intellectuele uitdaging — snel af als een richtinggevend kader ontbreekt .
De kleine groep bedrijven die de kloof wél weet te dichten, behandelt AI daarom niet als een gewone technologie-implementatie. Daar wordt AI gezien als een brede verandering van werk, vaardigheden en werkprocessen, met een duidelijke aansturing vanuit de top van de organisatie .
De potentiële capaciteitswinst is daarmee enorm. Maar bij de meeste bedrijven blijft ze vooral potentieel.
BCG noemt dit de ‘adoption-value gap’: de kloof tussen het invoeren van AI en het creëren van echte bedrijfswaarde. Een krachtige tool aan medewerkers geven is namelijk iets anders dan het werk opnieuw organiseren.
Veel organisaties passen hun werkstromen en procedures onvoldoende aan. Ook krijgen werknemers vaak geen duidelijke aanwijzingen over wat zij met de vrijgekomen tijd moeten doen. Daardoor blijven oude stappen, goedkeuringslagen en andere inefficiënties gewoon bestaan. De capaciteit neemt toe, maar productiviteitscijfers en kosten dalen niet — en kunnen in sommige gevallen zelfs stijgen .
“ Iedereen praat over AI die werk vervangt, maar in werkelijkheid gaat het om het opnieuw doordenken van de menselijke meerwaarde binnen dat werk,” zei BCG-auteur Vinciane Beauchene .
De kernvraag voor managers is dan ook niet alleen welke taken AI kan overnemen, maar vooral: welk waardevol werk komt ervoor in de plaats?
De moeite om AI-winst te verzilveren is niet alleen een organisatorisch probleem. De technologie zorgt ook voor een tegenstrijdige ervaring bij werknemers — door BCG de ‘joy paradox’ genoemd.
Aan de ene kant zegt twee derde van de regelmatige AI-gebruikers dat AI hun algemene werktevredenheid heeft verbeterd . Vervelende of repetitieve taken verdwijnen, waardoor ruimte ontstaat voor interessanter werk.
Aan de andere kant zegt 49% van alle respondenten dat zij inmiddels meer tijd besteden aan het beheren en aansturen van AI-tools dan aan het werk zelf . Daarnaast meldt 41% van de regelmatige gebruikers een hogere cognitieve belasting. Het voortdurend schrijven van prompts, controleren van antwoorden en corrigeren van fouten blijkt dus een intensieve vorm van werk die leidinggevenden niet altijd zien .
Het aanvankelijke gevoel dat AI alles moeiteloos oplost, blijkt daardoor van korte duur. Zonder goede werkafspraken kan een deel van de efficiëntiewinst verschuiven naar nieuwe controle- en coördinatietaken.
De belangrijkste factor die bedrijven met duidelijke impact onderscheidt van bedrijven zonder resultaat, is volgens BCG niet de geavanceerdheid van hun AI-tools of de omvang van hun investeringen. Het is strategische duidelijkheid.
Een expliciete en goed gecommuniceerde AI-strategie vergroot de bedrijfsimpact met 25 procentpunten . Dat effect blijft zelfs zichtbaar bij organisaties die geen toegang hebben tot de meest geavanceerde tools. Een heldere strategie stemt inspanningen op elkaar af, maakt verwachtingen duidelijk en dwingt bestuurders om een cruciale vraag te beantwoorden:
Wat moeten medewerkers doen met de vijf tot tien uur per week die AI hun teruggeeft?
Zonder concreet antwoord op die vraag verdwijnen de voordelen in de bestaande organisatie. Volgens BCG-auteur Sylvain Duranton neemt de aanvankelijke ‘AI-honeymoon’ — de combinatie van nieuwigheid en intellectuele uitdaging — snel af als een richtinggevend kader ontbreekt .
De kleine groep bedrijven die de kloof wél weet te dichten, behandelt AI daarom niet als een gewone technologie-implementatie. Daar wordt AI gezien als een brede verandering van werk, vaardigheden en werkprocessen, met een duidelijke aansturing vanuit de top van de organisatie .