In deze analyse verwijst de term kortetermijnhouders — vaak afgekort als STH’s — doorgaans naar houders van wie de munten minder dan 155 dagen geleden voor het laatst on-chain zijn verplaatst. De gerealiseerde prijs van deze groep is een schatting van de gemiddelde aankoopprijs van die munten.
Drie indicatoren geven het huidige beeld weer:
De cijfers zijn afkomstig uit verschillende datamomenten en moeten daarom niet worden gelezen als een live, tick-by-tick marktoverzicht. Zo noemde een eerder rapport een kostprijs van $68.700 en een verlies van ongeveer 7,2%, terwijl de latere analyse uitkwam op circa $67.300 en 6%. De bredere conclusie blijft hetzelfde: recente kopers staan nog onder hun break-evenniveau.
De STH MVRV zou 98 opeenvolgende dagen onder de pariteitsgrens van 1,0 zijn gebleven — meer dan drie maanden. Die duur is relevant, omdat een langdurige periode onder de kostprijs het vertrouwen van recente kopers kan aantasten. Bovendien kijken veel houders dan naar hetzelfde niveau waarop ze hun investering kunnen terugverdienen.
Als bitcoin richting ongeveer $67.300 herstelt, komt de gemiddelde kortetermijnhouder weer in de buurt van break-even. Dat kan de druk van verkopen met verlies verminderen. Tegelijk kan juist dat niveau voor weerstand zorgen: beleggers die maanden op herstel hebben gewacht, kunnen ervoor kiezen om rond hun aankoopprijs uit te stappen. De kostprijs is daarmee zowel een mogelijk opluchtingspunt als een potentiële aanbodzone.
MVRV beschrijft vooral de positie van een groep. SOPR geeft meer inzicht in het gedrag van de munten die worden verkocht. Samen vertellen de indicatoren een genuanceerd verhaal:
Daarom past de omschrijving gecontroleerde verliesfase momenteel beter dan een bevestigde capitulatie. Dat betekent niet dat de markt gezond is of dat een verdere daling uitgesloten is. Het betekent alleen dat de huidige data wel op aanzienlijke ongerealiseerde verliezen wijst, maar nog niet op een situatie waarin houders die verliezen massaal en diep realiseren.
Dat capitulatie nog niet is begonnen, betekent niet dat de latente verkoopdruk verdwenen is. In de aangehaalde analyse wordt $59.300 genoemd als een belangrijk steunniveau. Zolang dit niveau standhoudt, zou de bearish marktstructuur niet wezenlijk worden aangetast. Een doorbraak zou het risico op een diepere correctie vergroten.
Een overtuigende daling onder die grens kan de ongerealiseerde verliezen bij kortetermijnhouders verder laten oplopen. Vervolgens wordt het de vraag of het huidige beheerste verkoopgedrag standhoudt. Stop-lossorders, afbouw van hefboomposities en terughoudende houders die alsnog verkopen, zouden elkaar dan kunnen versterken. Dat is een mogelijk scenario, geen voorspelling. De huidige indicatoren bewijzen op zichzelf niet dat een breuk van de steun automatisch tot capitulatie leidt.
Het duidelijkste opluchtingssignaal voor deze groep zou een aanhoudend herstel richting de geschatte kostprijs van ongeveer $67.300 zijn. Een terugkeer naar MVRV-pariteit op 1,0 zou de gemiddelde ongerealiseerde verliezen verkleinen en de noodzaak om onder druk te verkopen kunnen verminderen.
Een terugkeer naar break-even garandeert echter geen directe bullish uitbraak. Sommige recente kopers kunnen dat niveau juist aangrijpen om zonder verlies uit te stappen, zeker nadat ze 98 dagen onder water hebben gestaan. Daardoor ontstaat een spanningsveld: een herstel kan verliesgedreven verkoop afremmen, maar tegelijk extra aanbod aantrekken van houders die hun positie quitte willen sluiten.
De data over bitcoin-kortetermijnhouders wijst op aanhoudende stress zonder bevestigde capitulatie. Een STH MVRV rond 0,94, een gemiddeld ongerealiseerd verlies van ongeveer 6% en 98 dagen onder break-even laten zien dat recente kopers onder druk staan. De zevendaagse SOPR rond 0,996 suggereert daarentegen dat de gerealiseerde verliezen gemiddeld nog beperkt blijven.
Vooralsnog lijkt de markt daarom eerder in een kwetsbare consolidatie- of gecontroleerde verliesfase te zitten dan in een volledige uitverkoop. Binnen dit raamwerk zijn ongeveer $59.300 aan de onderkant en $67.300 als het break-evenniveau de belangrijkste aandachtspunten. Geen van beide niveaus is op zichzelf een gegarandeerd marktsignaal.
In deze analyse verwijst de term kortetermijnhouders — vaak afgekort als STH’s — doorgaans naar houders van wie de munten minder dan 155 dagen geleden voor het laatst on-chain zijn verplaatst. De gerealiseerde prijs van deze groep is een schatting van de gemiddelde aankoopprijs van die munten.
Drie indicatoren geven het huidige beeld weer:
De cijfers zijn afkomstig uit verschillende datamomenten en moeten daarom niet worden gelezen als een live, tick-by-tick marktoverzicht. Zo noemde een eerder rapport een kostprijs van $68.700 en een verlies van ongeveer 7,2%, terwijl de latere analyse uitkwam op circa $67.300 en 6%. De bredere conclusie blijft hetzelfde: recente kopers staan nog onder hun break-evenniveau.
De STH MVRV zou 98 opeenvolgende dagen onder de pariteitsgrens van 1,0 zijn gebleven — meer dan drie maanden. Die duur is relevant, omdat een langdurige periode onder de kostprijs het vertrouwen van recente kopers kan aantasten. Bovendien kijken veel houders dan naar hetzelfde niveau waarop ze hun investering kunnen terugverdienen.
Als bitcoin richting ongeveer $67.300 herstelt, komt de gemiddelde kortetermijnhouder weer in de buurt van break-even. Dat kan de druk van verkopen met verlies verminderen. Tegelijk kan juist dat niveau voor weerstand zorgen: beleggers die maanden op herstel hebben gewacht, kunnen ervoor kiezen om rond hun aankoopprijs uit te stappen. De kostprijs is daarmee zowel een mogelijk opluchtingspunt als een potentiële aanbodzone.
MVRV beschrijft vooral de positie van een groep. SOPR geeft meer inzicht in het gedrag van de munten die worden verkocht. Samen vertellen de indicatoren een genuanceerd verhaal:
Daarom past de omschrijving gecontroleerde verliesfase momenteel beter dan een bevestigde capitulatie. Dat betekent niet dat de markt gezond is of dat een verdere daling uitgesloten is. Het betekent alleen dat de huidige data wel op aanzienlijke ongerealiseerde verliezen wijst, maar nog niet op een situatie waarin houders die verliezen massaal en diep realiseren.
Dat capitulatie nog niet is begonnen, betekent niet dat de latente verkoopdruk verdwenen is. In de aangehaalde analyse wordt $59.300 genoemd als een belangrijk steunniveau. Zolang dit niveau standhoudt, zou de bearish marktstructuur niet wezenlijk worden aangetast. Een doorbraak zou het risico op een diepere correctie vergroten.
Een overtuigende daling onder die grens kan de ongerealiseerde verliezen bij kortetermijnhouders verder laten oplopen. Vervolgens wordt het de vraag of het huidige beheerste verkoopgedrag standhoudt. Stop-lossorders, afbouw van hefboomposities en terughoudende houders die alsnog verkopen, zouden elkaar dan kunnen versterken. Dat is een mogelijk scenario, geen voorspelling. De huidige indicatoren bewijzen op zichzelf niet dat een breuk van de steun automatisch tot capitulatie leidt.
Het duidelijkste opluchtingssignaal voor deze groep zou een aanhoudend herstel richting de geschatte kostprijs van ongeveer $67.300 zijn. Een terugkeer naar MVRV-pariteit op 1,0 zou de gemiddelde ongerealiseerde verliezen verkleinen en de noodzaak om onder druk te verkopen kunnen verminderen.
Een terugkeer naar break-even garandeert echter geen directe bullish uitbraak. Sommige recente kopers kunnen dat niveau juist aangrijpen om zonder verlies uit te stappen, zeker nadat ze 98 dagen onder water hebben gestaan. Daardoor ontstaat een spanningsveld: een herstel kan verliesgedreven verkoop afremmen, maar tegelijk extra aanbod aantrekken van houders die hun positie quitte willen sluiten.
De data over bitcoin-kortetermijnhouders wijst op aanhoudende stress zonder bevestigde capitulatie. Een STH MVRV rond 0,94, een gemiddeld ongerealiseerd verlies van ongeveer 6% en 98 dagen onder break-even laten zien dat recente kopers onder druk staan. De zevendaagse SOPR rond 0,996 suggereert daarentegen dat de gerealiseerde verliezen gemiddeld nog beperkt blijven.
Vooralsnog lijkt de markt daarom eerder in een kwetsbare consolidatie- of gecontroleerde verliesfase te zitten dan in een volledige uitverkoop. Binnen dit raamwerk zijn ongeveer $59.300 aan de onderkant en $67.300 als het break-evenniveau de belangrijkste aandachtspunten. Geen van beide niveaus is op zichzelf een gegarandeerd marktsignaal.