Dat verklaart waarom grote afnemers hun toewijzingen jaren vooruit proberen vast te leggen. Het gaat daarbij niet alleen om een gunstige prijs. De belangrijkste vraag is of geplande AI-infrastructuur überhaupt gebouwd kan worden.
De geheugenmarkt stond traditioneel bekend om scherpe wisselingen tussen tekorten en overproductie. Daardoor waren inkoopcontracten vaak relatief kort en bleven zowel producenten als klanten kwetsbaar voor plotselinge veranderingen in de vraag.
Dat model verschuift. Samsung zei dat het met grote klanten werkt aan contracten van drie tot vijf jaar. SK hynix maakte later bekend dat het langlopende afspraken met ongeveer tien klanten had gesloten.
Dergelijke contracten kunnen vaste volumes, vooruitbetalingen, minimum- en maximumprijzen of formules bevatten die meebewegen met de markt. Ze leggen dus niet noodzakelijk één prijs vast voor elke levering gedurende de hele looptijd. SK hynix heeft benadrukt dat het verschillende prijsstructuren gebruikt in plaats van één standaardmodel.
Voor AI-bedrijven is de ruil duidelijk: een lang contract verkleint het risico dat er later geen geheugen beschikbaar is, maar kan ook financiële verplichtingen opleveren voordat de toekomstige vraag vaststaat.
De resultaten van Micron illustreren hoeveel onderhandelingsmacht schaarste aan producenten geeft. Het bedrijf rapporteerde in het derde kwartaal van boekjaar 2026 een omzet van 41,46 miljard dollar, tegenover 23,86 miljard dollar in het voorgaande kwartaal. De cijfers gingen gepaard met een aanzienlijk sterkere vooruitblik.
Micron maakte daarnaast 16 Strategic Customer Agreements bekend, met looptijden van drie tot vijf jaar. Deze overeenkomsten bevatten bindende toezeggingen om bepaalde volumes af te nemen. Het bedrijf verwacht dat uiteindelijk meer dan de helft van zijn omzet onder dergelijke afspraken kan vallen zodra de onderhandelingen zijn afgerond.
Daarmee verandert ook de rol van een geheugenproducent. In plaats van vrijwel volledig afhankelijk te zijn van volatiele spotprijzen of kortlopende contracten, kan een fabrikant klantentoezeggingen gebruiken om investeringen in fabrieken, geavanceerde verpakking en procestechnologie te ondersteunen.
Klanten krijgen op hun beurt meer zicht op toekomstige leveringen, maar nemen ook meer risico als hun eigen plannen voor datacenters veranderen.
Langlopende contracten maken niet van de ene op de andere dag nieuwe wafers. Voor extra halfgeleidercapaciteit zijn bouw, installatie van apparatuur, procesontwikkeling, productiestart en kwalificatie door klanten nodig.
Micron verwacht dat de eerste fabriek in Idaho halverwege 2027 wafers produceert. De productie zou vooral in 2028 op gang komen. Volgens latere bedrijfsinformatie wordt de eerste waferproductie van een tweede fabriek in Idaho tegen het einde van 2028 verwacht.
Die planning verklaart waarom leveranciers en klanten nu al zo ver vooruit onderhandelen. Zelfs wanneer vandaag nieuwe investeringen worden goedgekeurd, kan het nog jaren duren voordat bruikbare en door klanten goedgekeurde volumes beschikbaar zijn.
Ook Microns investeringsplannen in de Verenigde Staten laten de omvang van de reactie zien. In bedrijfsdocumenten noemt de fabrikant ongeveer 150 miljard dollar voor binnenlandse geheugenproductie en 50 miljard dollar voor onderzoek en ontwikkeling. Dat is niet hetzelfde als het grotere bedrag van 200 miljard dollar voor productie en onderzoek dat in sommige commentaren wordt genoemd; daarvoor is hier geen even sterke onafhankelijke onderbouwing beschikbaar.
De contracten wijzen op aanhoudende prijsmacht voor geheugenproducenten, maar leveren geen betrouwbare publieke voorspelling op voor de DRAM- of HBM-prijzen in 2027.
Een overeenkomst kan een producent beschermen met een minimumprijs, prijzen met de markt laten meebewegen of prijszekerheid ruilen voor volumegaranties en vooruitbetalingen. Berichten over de nieuwe afspraken beschrijven verschillende structuren, waaronder prijsbodems, prijsplafonds en marktgekoppelde mechanismen.
De gemelde Nvidia-contracten moeten daarom vooral worden gelezen als bewijs dat bedrijven toegang tot schaarse capaciteit proberen veilig te stellen. Ze bewijzen niet dat geheugenprijzen in 2027 op een bepaald niveau blijven. Een klant kan de levering vastleggen en toch een deel van het prijsrisico behouden.
Uitspraken van producenten en de planning van nieuwe fabrieken ondersteunen het scenario dat de geheugenmarkt minstens tot en met 2027 krap blijft. Eventuele verlichting zou dan geleidelijk komen. Sommige marktvolgers zien 2028 als het moment waarop extra aanbod de druk merkbaar kan verminderen.
Dat blijft een scenario, geen zekerheid. De balans kan eerder omslaan als AI-investeringen vertragen, modellen efficiënter met geheugen omgaan, klanten datacenterprojecten uitstellen of annuleren, of nieuwe productie sneller op gang komt dan verwacht.
Bovendien kunnen de langlopende contracten die bedrijven tegen tekorten moeten beschermen de volgende neergang versterken. Als meerdere klanten capaciteit reserveren om niet zonder geheugen te komen zitten, maar hun implementatieplannen later terugschroeven, kunnen producenten nog steeds voor contractuele verplichtingen produceren terwijl klanten met overtollige voorraden blijven zitten.
Wanneer nieuwe fabrieken vervolgens hun productie opvoeren, kan de klassieke geheugencyclus terugkeren: eerst schaarste, daarna overaanbod en dalende prijzen. Dat is het zogenoemde zweepslageffect: kleine veranderingen in de uiteindelijke vraag kunnen verderop in de keten uitgroeien tot veel grotere schommelingen in bestellingen en voorraden.
De kern van Nvidia’s gemelde afspraken is dat geheugen dichter naar het centrum van de AI-planning schuift. HBM-aanvoer, DRAM-toewijzingen, verpakkingscapaciteit en klantkwalificatie worden onderdeel van de routekaart voor AI-platforms, in plaats van details die pas na de aanschaf van accelerators worden geregeld.
Voor leveranciers bieden meerjarige contracten meer omzetzekerheid en een sterkere basis voor kapitaalinvesteringen. Voor bouwers van AI-systemen vergroten ze de kans dat het benodigde geheugen beschikbaar is. Voor de markt als geheel zorgen ze voor een meer contractuele en strategische geheugensector, maar niet voor een sector die immuun is voor plotselinge vraaguitval.
AI verandert de geheugenmarkt van een bedrijfstak die vooral op de vraag reageert in een sector waarin leveranciers en klanten jaren vooruit onderhandelen. Op korte termijn betekent dat krappe toewijzingen en meer prijsmacht voor producenten. De openstaande vraag is of deze contracten de markt stabieler maken, of alleen de volgende voorraadcorrectie uitstellen.