Twee studies van onderzoekers van Imperial College London en de London School of Hygiene & Tropical Medicine schatten dat de zomerhitte van 2026 samenhing met 50.391 sterfgevallen in 854 Europese steden, verspreid over 30 landen. Volgens de onderzoekers waren 32.619 sterfgevallen — ongeveer 65% van het totaal — toe te schrijven aan de extra hitte als gevolg van door mensen veroorzaakte klimaatverandering, met name de opwarming door de verbranding van kolen, olie en gas.
5
8
Het gaat om een uitzonderlijk hoge schatting, maar niet om een volledige telling van alle hittegerelateerde sterfgevallen in Europa. De cijfers zijn gemodelleerd voor de onderzochte steden.
11
20
Hoe de bijdrage van klimaatverandering is berekend
De onderzoekers vergeleken de gemeten zomertemperaturen met temperaturen die volgens een model zouden zijn opgetreden in een wereld zonder door mensen veroorzaakte opwarming. Vervolgens gebruikten zij bekende verbanden tussen temperatuur en sterfte om het aantal sterfgevallen in beide scenario’s te schatten. Het verschil vormt hun schatting van de extra sterfte door de hitte die samenhangt met klimaatverandering.
16
32
De methode schat hoeveel sterfgevallen met hitte samenhangen; ze stelt niet voor ieder individu een afzonderlijke, rechtstreeks waargenomen doodsoorzaak vast. De gerapporteerde cijfers komen neer op ongeveer 17.800 sterfgevallen in het scenario zonder extra opwarming, tegenover 50.391 bij de waargenomen omstandigheden.
5
16
Bijna een derde viel tijdens de hittegolf eind juni
Bijna een derde van de geschatte sterfgevallen vond plaats tijdens de bijzonder intense periode van 17 juni tot en met 1 juli. De temperaturen lagen toen gemiddeld 5,3°C boven normaal, aldus berichtgeving over de studies.
7
Ouderen werden het zwaarst getroffen: mensen van 85 jaar en ouder waren goed voor ongeveer de helft van de geschatte sterfgevallen. Tegelijkertijd ging het naar schatting om zo’n 6.000 mensen jonger dan 65 jaar. Hittegerelateerde sterfte beperkte zich dus niet tot de oudste leeftijdsgroepen.
42
De cijfers gaan niet over heel Europa
De analyse omvatte 854 stedelijke gebieden. Die vertegenwoordigen volgens berichtgeving ongeveer 40% van de bevolking in de onderzochte landen. De schatting dekt daarmee niet alle inwoners van Europa, waaronder mensen buiten de onderzochte steden.
11
22
De analyse voor 2026 kijkt naar de maanden juni tot en met augustus. Sterfgevallen die samenhingen met de hittegolf in mei zijn niet in deze periode meegerekend. De cijfers zijn dus geen volledig overzicht van alle hittegerelateerde sterfte tijdens de hete periodes van 2026.
5
8
Vergelijkingen met 2022 en 2003 vragen om nuance
In berichtgeving zijn de bevindingen voor 2026 omschreven als een record binnen de historische vergelijkingen van de onderzoekers.
16
20 De vaak genoemde cijfers voor eerdere zomers hebben echter niet precies dezelfde reikwijdte. Een studie schatte 61.672 hittegerelateerde sterfgevallen in Europa van 30 mei tot en met 4 september 2022. In de periode van juni tot en met september 2003 werden 71.449 extra sterfgevallen geregistreerd.
17
19
Deze Europese totalen zijn niet rechtstreeks te vergelijken met de schatting voor 2026, die alleen 854 stedelijke gebieden omvat. Eén bericht noemt 29.480 als het eerdere cijfer voor 2022 in een vergelijking met de studie voor 2026. Dat laat zien dat vergelijkingen op basis van steden kunnen afwijken van bredere Europese schattingen.
23 De voorzichtige conclusie is daarom dat de studie 2026 als record aanmerkt binnen haar eigen vergelijkbare analyse; vergelijkingen tussen verschillende studies hangen af van de gebieden, perioden en meetmethoden.
16
17
19
23
Wat de studies wel en niet aantonen
De studies schatten een groot aantal hittegerelateerde sterfgevallen in de onderzochte steden en schrijven ongeveer twee derde daarvan toe aan de extra opwarming door menselijk handelen. Tegelijkertijd is één modeluitkomst niet hetzelfde als een volledige Europese telling: de analyse omvat geselecteerde steden en een afgebakende zomerperiode, en de uitkomst is gebaseerd op statistische modellering.
5
8
11
16
De beschikbare berichtgeving onderbouwt de centrale schatting, de toeschrijving aan klimaatverandering en de beschreven patronen naar leeftijd en periode. Ze bevat hier niet genoeg informatie om afzonderlijke sterftecijfers voor elk land in 2026 te controleren of de specifieke aanbevelingen van onderzoekers en externe deskundigen over aanpassing en uitstootbeleid te beoordelen.