In een grafheuvel in Zuid-Siberië vonden archeologen meer dan duizend cannabiszaden en chemische sporen die verband houden met cannabis in bewaard gebleven mensenhaar. De combinatie is volgens onderzoekers het vroegste direct gedateerde bewijs tot nu toe voor cannabisgebruik om de psychoactieve effecten, ongeveer 2.800 jaar geleden. De vondst wijst op blootstelling aan bedwelmende stoffen in cannabis, maar vertelt niet hoe de plant werd gebruikt of welke rol die speelde bij de begrafenis.
3
6
9
Waarom de haaranalyse belangrijk is
De vondst komt uit Tunnug 1, een monumentale grafheuvel in de Uyuk-vallei in de Russische republiek Tyva. Een internationaal team onder leiding van archeoloog Gino Caspari onderzocht de plek; de opgravingen begonnen in 2017.
4
18
Cannabiszaden in een graf tonen aan dat de plant daar aanwezig was, maar bewijzen op zichzelf niet dat mensen haar gebruikten om high te worden. Cannabis kan ook zijn gewaardeerd om andere toepassingen, zoals olie of vezels. De chemische sporen in mensenhaar maken de vondst daarom bijzonder: die zijn volgens de onderzoekers aanwijzingen voor daadwerkelijk contact met psychoactieve cannabis, niet alleen voor de aanwezigheid van de plant.
1
2
In het onderzochte haar vonden onderzoekers duidelijke signalen van cannabinol (CBN) en andere signalen die passen bij THC, de belangrijkste bedwelmende stof in cannabis. CBN kan ontstaan wanneer THC afbreekt. De resultaten worden daarom geïnterpreteerd als aanwijzing dat mensen aan psychoactieve cannabis zijn blootgesteld.
15
19
Wat de vondst wel en niet aantoont
Volgens de onderzoekers verschuift deze ontdekking het bekende bewijs voor psychoactief cannabisgebruik minstens 300 jaar terug ten opzichte van eerder gerapporteerd bewijs uit buurland China.
10
De haaranalyse kan echter niet vaststellen welke dosis iemand heeft binnengekregen. Ook konden de onderzoekers de hoeveelheid THC niet nauwkeurig meten. De studie maakt evenmin duidelijk of cannabis werd ingeademd of gegeten. Sommige berichtgeving spreekt van roken, maar Caspari zei volgens andere berichtgeving dat de manier van gebruik onbekend blijft. De voorzichtige conclusie is dan ook dat de vondst de gebruikswijze niet vaststelt.
8
18
23
24
Ook over de bewijskracht van de haaranalyse bestaat verschil van inzicht. Forensisch toxicoloog Volker Auwaerter bekritiseerde de analyse en stelde dat besmetting na de begrafenis niet kan worden uitgesloten. De resultaten zijn daarom het best te zien als een belangrijke, maar betwiste aanwijzing — niet als een definitief antwoord op alle vragen over cannabisgebruik in de oudheid.
21
30
Een rituele rol is mogelijk, maar niet bewezen
De zaden werden gevonden in een grafcontext. Onderzoekers hebben hun aanwezigheid in verband gebracht met rituelen rond de begrafenis. Sommige berichtgeving opperde dat cannabis mogelijk is gebruikt om mensen te kalmeren die bij offerpraktijken betrokken waren. De vondst bewijst echter niet dat cannabis daarvoor is ingezet, en toont evenmin aan dat er sprake was van een specifieke sjamanistische overtuiging of ceremonie.
6
7
17
De stevigste conclusie is beperkter: Tunnug 1 levert ongewoon vroeg bewijs dat mensen ongeveer 2.800 jaar geleden mogelijk aan psychoactieve cannabis zijn blootgesteld. De combinatie van zaden en chemische sporen in haar maakt die aanwijzing sterker dan zaden alleen. Tegelijk blijven mogelijke besmetting, de manier van gebruik en het doel ervan belangrijke onzekerheden.
3
9
18