De industrie in de eurozone heeft in augustus een duidelijke stap vooruit gezet. De definitieve S&P Global Manufacturing PMI steeg van 51,9 in juli naar 52,7: het hoogste niveau sinds mei 2022. De uitkomst lag slechts 0,1 punt onder de voorlopige raming van 52,8. Een PMI boven 50 wijst op groei ten opzichte van de vorige maand.
2
5
Belangrijker dan alleen het hoofdcijfer is de verandering onder de motorkap. De opleving lijkt minder afhankelijk van het wegwerken van oude orderboeken en meer van nieuwe vraag. In juli kwam de sterke productie nog deels voort uit het afhandelen van achterstanden; in augustus namen de nieuwe orders het snelst toe sinds begin 2022.
2
3
Orders geven productie meer fundament
De fabrieksproductie groeide voor de derde maand op rij sneller. De productie-index kwam uit op 53,3, het hoogste punt in vierenhalf jaar, tegenover 52,9 in juli.
12
Dat is een gunstiger combinatie voor de sector: productie die wordt ondersteund door nieuwe opdrachten is doorgaans duurzamer dan productie die alleen voortkomt uit bestaande orders. Ook de buitenlandse vraag verbeterde. De exportomzet nam pas voor de tweede keer in ongeveer vierenhalf jaar toe, met opvallend sterke groei in Oostenrijk, Duitsland en Nederland.
18
19
Niet elk euroland profiteert evenveel
De cijfers schetsen geen gelijkmatig herstel in de hele muntunie. Duitsland was een belangrijke aanjager en noteerde de sterkste groei in de industrie in meer dan vier jaar. Ook Frankrijk keerde terug naar groei.
4
6
Tegelijkertijd kromp de Italiaanse industrie voor het eerst sinds januari. Spanje bleef eveneens onder de grens van 50, wat duidt op krimp.
4
25
Voor bedrijven, beleggers en beleidsmakers is dat een belangrijk voorbehoud: één cijfer voor de eurozone kan grote verschillen in nationale vraag en industriële activiteit verhullen. Er is sprake van herstel, maar nog niet van een breed en synchroon herstel.
Kostendruk neemt af, maar risico's blijven
De prijsontwikkelingen boden enige verlichting. Zowel de inflatie van inkoopkosten als die van verkoopprijzen daalde naar het laagste niveau in zes maanden. De stijging van de inputkosten was bovendien de zwakste sinds vóór het begin van de oorlog in het Midden-Oosten.
12
14
Dat betekent niet dat de kosten weer laag of stabiel zijn. De sector blijft gevoelig voor verstoringen in de aanvoerketens en voor energieprijzen. Volgens Reuters wijst de enquête erop dat producenten de schokken door olieprijzen en logistieke problemen tot dusver hebben opgevangen; daarmee is niet gezegd dat die risico's verdwenen zijn.
2
3
Conclusie
De definitieve PMI van 52,7 is een betekenisvolle verbetering voor de industrie van de eurozone. Sneller groeiende nieuwe orders, een sterke productietoename en een voorzichtige terugkeer van exportgroei geven het herstel meer vraaggedreven fundament dan eerder in de zomer.
2
12
De zwakke plek is de ongelijke verdeling van die groei. Duitsland en Frankrijk trokken het gemiddelde omhoog, terwijl Italië en Spanje achterbleven. De industriële opleving is dus reëel, maar nog niet overal in de eurozone even sterk of even robuust.