Physical Superintelligence (PSI) zegt dat een intern onderzoekssysteem, met een niet-openbaar model van Anthropic, het Aaronson–Ambainis-vermoeden heeft bewezen. Dat probleem stond sinds 2008 open. PSI publiceerde op 6 november 2026 een paper en een formalisering in Lean 4. Volgens het bedrijf had het systeem op de derde dag een volledig bewijs, dat Lean vervolgens accepteerde. Een wetenschappelijk tijdschrift heeft het resultaat nog niet peerreviewed.
6
7
13
15
Wat PSI over het onderzoek meldt
Volgens PSI leverde het systeem tijdens de derde dag van zijn run op de eigen infrastructuur een volledig bewijs op. Daarna werkte het aan verwante problemen en verbeterde het resultaat nog twee keer, melden verslagen van de aankondiging. De beschikbare informatie geeft niet aan welke grenzen achtereenvolgens werden verbeterd en beschrijft het redeneerproces niet stap voor stap.
5
11
14
David Turturean, medewerker van PSI’s technische staf, leidde het werk en ontwikkelde het onderzoekssysteem. Volgens berichtgeving bepaalde hij de aanpak, liet hij het systeem een eerste versie opstellen en controleerde hij die. Hij wordt genoemd als degene die verantwoordelijk is voor de juistheid van de paper.
1
7
Het gebruikte model is niet bij naam genoemd. PSI zegt alleen dat het om een niet-openbaar Anthropic-model ging. De beschikbare bronnen maken niet duidelijk welke rol Anthropic verder speelde of dat het bedrijf het resultaat zelf heeft onderschreven.
6
15
Waar gaat het vermoeden over?
In de gepubliceerde formulering gaat het om een reëel veelterm van graad hoogstens d, die op de Booleaanse kubus tussen nul en één blijft. Als de variantie van die veelterm minstens ε bedraagt, moet er een variabele zijn met een betekenisvolle invloed. PSI’s repository vermeldt onder meer een ondergrens van (ε/d)^7 voor die invloed, naast een sterkere genoemde grens.
41
In gewone taal: een begrensde, relatief eenvoudige functie kan niet flink variëren terwijl elke afzonderlijke invoervariabele daar nauwelijks aan bijdraagt. De betekenis voor quantumcomputers zit in de querycomplexiteit: hoe vaak een algoritme zijn invoer moet raadplegen. Volgens de gerapporteerde consequentie kan een klassiek algoritme voor ja-neevragen op de meeste uniform willekeurige invoeren de acceptatiekans van een quantumalgoritme benaderen zonder daarvoor exponentieel meer invoerraadplegingen nodig te hebben.
4
Dat is niet hetzelfde als zeggen dat klassieke computers quantumcomputers altijd efficiënt kunnen nabootsen. Een grens aan het aantal keren dat een algoritme de invoer leest, zegt op zichzelf niet hoeveel rekenwerk er tussen die raadplegingen nodig is. Het resultaat betekent dus ook niet dat quantumcomputers geen praktische voordelen kunnen hebben.
4
16
Wat Lean-controle wel en niet aantoont
PSI heeft zowel een wiskundige paper als een formalisering in Lean 4 gepubliceerd. Lean is een proof assistant: software die controleert of een formeel argument volgt uit de definities en aannames die erin zijn vastgelegd. De repository bevat ook documentatie over controles die bij de voorbereiding van de publicatie zijn uitgevoerd.
10
21
41
Dat een formele uitwerking door Lean wordt geaccepteerd, is relevante steun voor de interne geldigheid van die uitwerking. Het beantwoordt echter niet automatisch de vraag of de geformaliseerde stelling precies overeenkomt met het oorspronkelijke vermoeden. Formele verificatie, wiskundige interpretatie door vakgenoten en peerreview toetsen verwante, maar verschillende zaken. Voorzichtig geformuleerd: PSI heeft een belangrijke bewijsclaim gedaan en een publiek controleerbare formalisering gepubliceerd; onafhankelijke beoordeling blijft nodig voordat het resultaat als definitief gevestigd kan gelden.
15
41
De beschikbare samenvattingen bevestigen de door PSI gemelde tijdlijn, de gepubliceerde formalisering en de acceptatie door Lean. Ze bieden niet genoeg details om zelfstandig vast te stellen hoe het bewijs voortbouwt op eerder werk of welke specifieke technische route het volgt. Daarover valt op basis van alleen de aankondiging geen betrouwbare conclusie te trekken.
Wat nog moet blijken
Nog onduidelijk zijn de identiteit van het model, de precieze betrokkenheid van Anthropic en de uitkomst van een grondige beoordeling door onderzoekers buiten PSI. De eerstvolgende belangrijke stap is dat wiskundigen en computerwetenschappers zowel de formele uitwerking als de aansluiting ervan op het oorspronkelijke vermoeden zorgvuldig onderzoeken.
6
15
De voorzichtige conclusie bestaat daarmee uit twee delen: PSI heeft een opvallende claim gedaan en een machinaal controleerbare formalisering gepubliceerd; onafhankelijke toetsing blijft belangrijk om vast te stellen hoe stevig het resultaat staat.