De geselecteerde projecten bestrijken uiteenlopende terreinen. Hieronder staan de projecten en organisaties die in de aankondiging worden uitgelicht.
De Nuclear Threat Initiative onderzoekt of het juridisch mogelijk is om veilig informatie uit te wisselen over AI-capaciteiten, risico’s en risicobeperkende maatregelen. Daarna wil de organisatie een basismodel ontwikkelen voor een internationale infrastructuur die informatie over AI- en biosecurityrisico’s kan delen.
Het Institute for Security and Technology werkt aan een raamwerk om ongecontroleerde, zichzelf steeds verder verbeterende AI te meten en om reacties daarop te coördineren. Het onderzoek omvat definities en indicatoren voor zelfaanpassing, een gezamenlijke classificatie van incidenten tussen AI-labs en criteria voor escalatie. Ook worden routes uitgewerkt voor samenwerking tussen bedrijven en overheden.
Een bipartisan commissie van het American Enterprise Institute en het Urban Institute ontwikkelt scenario’s voor beperkte, gemiddelde en grote verstoring van banen en vaardigheden door AI. De onderzoekers willen meetbare signalen van arbeidsmarktverandering koppelen aan beleidsdraaiboeken die overheden kunnen inzetten wanneer de omstandigheden veranderen.
Het Progressive Policy Institute ontwerpt persoonsgebonden voorzieningen die mensen kunnen meenemen tussen banen en levensfasen. Het gaat onder meer om pensioen, zorg, verlof, onderwijs, scholing en arbeidsongeschiktheid.
Daarnaast wil het instituut een vorm van ‘livelihood insurance’ ontwikkelen: een verzekering die kan worden geactiveerd wanneer een volledige beroepsgroep door technologische veranderingen onder druk komt te staan. Het project brengt ook de wettelijke en technische stappen in kaart die nodig zijn om zulke ideeën uit te voeren.
De Tax Foundation modelleert hoe de opmars van AI de bronnen van overheidsinkomsten kan verschuiven, bijvoorbeeld tussen arbeidsinkomen, bedrijfswinsten en vermogenswinsten. Een geplande whitepaper beoordeelt mogelijke belastingopties aan de hand van criteria als neutraliteit, eenvoud, transparantie, stabiliteit, efficiëntie, innovatie, concurrentiekracht en budgettaire weerbaarheid.
Het Centre for European Policy Studies onderzoekt hoe AI-gerelateerde productiviteitswinst wordt verdeeld over werknemers, bedrijven, sectoren, regio’s en landen. De Europese Unie wordt daarbij vergeleken met de Verenigde Staten.
Op basis daarvan wil het centrum beleidsprincipes formuleren voor een vernieuwd Europees model voor sociale investeringen en vangnetten die zich kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. De geplande resultaten omvatten een studie, visualisaties en een bijeenkomst met belanghebbenden.
Nanyang Technological University bouwt en test privacyvriendelijke taalmodelagenten die op basis van individuele financiële transacties gedragsprofielen kunnen afleiden. Daarmee willen de onderzoekers simuleren hoe huishoudens mogelijk reageren op overheidstoeslagen en industriebeleid, voordat zulke maatregelen daadwerkelijk worden ingevoerd.
De geplande opleveringen zijn onder meer een controleerbaar prototype, een privacyvriendelijk schema voor profielen, voorspellingsrapporten en waarborgen voor verantwoord gebruik.
Hospital das Clínicas da Faculdade de Medicina da Universidade de São Paulo voert een gecontroleerde evaluatie uit voordat een prototype van AI-infrastructuur voor klinische informatie wordt ingezet in het Braziliaanse publieke zorgstelsel. Dat stelsel staat bekend als het SUS, het Sistema Único de Saúde.
Met synthetische of passend gedeïdentificeerde gegevens wordt onderzocht of het systeem versnipperde dossierinzage kan verminderen, de klinische workflow kan verbeteren en risicostratificatie op basis van medische kennis kan ondersteunen. Ook moet het patiënten kunnen helpen met wegwijs worden in de zorg, het vernieuwen van recepten en het opschalen van klachten. Het project houdt het oordeel van zorgverleners en menselijke controle nadrukkelijk in stand.
De betekenis van het programma zit niet in één nieuw product, maar in de breedte van de vragen die OpenAI laat onderzoeken. De projecten kijken zowel naar mogelijke voordelen van AI — zoals betere publieke dienstverlening en sterker beleidsonderzoek — als naar risico’s rond baanverlies, belastinginkomsten, biosecurity, privacy en de veiligheid van geavanceerde AI.
OpenAI presenteert de subsidies als een eerste stap om bewijs op te bouwen en debat te stimuleren over het beleid voor het zogenoemde ‘Intelligence Age’. Omdat de projecten slechts zes maanden duren, zullen de verwachte resultaten in 2027 vooral moeten uitwijzen welke voorstellen en prototypes meer zijn dan een eerste beleidsidee en in de praktijk waarde kunnen hebben.