De prestaties van Nissans coureurs waren in de twee campagnes waarin Nato naast Rowland reed duidelijk ongelijk verdeeld. Rowland groeide uit tot de kopman van het team, terwijl Nato relatief weinig bijdroeg aan de score. Volgens RacingNews365 eindigde de Fransman het afgelopen seizoen met 20 punten als voorlaatste in het rijderskampioenschap, liefst 117 punten achter Rowland.
Dat resultaat volgde op een eerder seizoen waarin Nato met 21 punten twintigste werd. Het verschil van één punt zegt op zichzelf weinig, maar de context is belangrijk: ook de tweede Nissan-auto leverde opnieuw niet de constante ondersteuning die het team nodig had in het constructeurskampioenschap.
De komst van de Gen4-regels bood Nissan bovendien een logisch moment om de bezetting opnieuw te bekijken. Seizoen 12 was het laatste jaar met de Gen3 Evo-auto, terwijl de fabrikant Rowland al voor meerdere jaren had vastgelegd als leider van de volgende technische fase.
Nato sloot seizoen 12 af met 20 punten en de negentiende plaats, zo bleek uit de berichtgeving na de finale in Londen. Zijn vorige campagne eindigde met 21 punten en de twintigste plaats.
De cijfers wijzen dus op een vergelijkbaar eindresultaat, niet op een grote doorbraak. Nato liet dit seizoen wel enkele betere individuele prestaties zien, waaronder een gemelde vijfde plaats, maar hij wist die uitschieters niet om te zetten in een lange reeks puntenfinishes.
Vooral zijn vorm in het slot van het seizoen was zorgelijk. Rond de ronde in Madrid had hij in de twaalf voorgaande races slechts drie punten verzameld, nadat hij in de eerste race in Shanghai als zesde was geëindigd. Ook de finale in Londen bracht geen duidelijke ommekeer. Nato werd vijftiende in de eerste race, terwijl de chaotische tweede race vooral bekendstond om de ongebruikelijke ontknoping van het kampioenschap.
De algemene conclusie ligt daarmee voor de hand: Nato kon nog altijd individuele sterke resultaten neerzetten, maar was niet constant genoeg om zijn racezitje bij Nissan ook in de volgende technische era te behouden.
Nato combineerde Formula E al met het FIA World Endurance Championship (WEC), waarin hij uitkomt voor het Cadillac Hypercar-programma van Hertz Team JOTA. Die dubbele verplichting wordt steeds moeilijker vol te houden nu beide kalenders voller raken en vaker samenvallen.
De verwachte Gen4-kalender van Formula E zou directe clashes en extra logistieke druk rond belangrijke WEC-evenementen veroorzaken. Genoemde voorbeelden zijn een gelijktijdige wedstrijd in Spa en Monaco en een opeenhoping van races rond Interlagos en Shanghai.
Dat is meer dan een kwestie van een krappe reisplanning. Fabrieksteams hebben hun coureurs nodig voor tests, voorbereiding, simulatorwerk en raceweekenden. Enduranceprogramma’s vragen op hun beurt om continuïteit tijdens lange wedstrijden en om beschikbaarheid voor verplichtingen van de fabrikant. Nato miste eerder al Formula E-races vanwege zijn WEC-programma; bij minstens één kalenderconflict kreeg zijn contract bij Cadillac/JOTA voorrang.
Een volledig Formula E-seizoen naast een fabrieksprogramma in de Hypercar-klasse lijkt daarom steeds minder praktisch. Nato zou wel aan Formula E verbonden kunnen blijven als reserve- of ontwikkelingscoureur, maar de beschikbare berichtgeving wijst er sterker op dat endurance racing voorlopig zijn hoofdfocus wordt.
Naar verwachting zet Nato zijn samenwerking met Cadillac en Hertz Team JOTA in het WEC voort, in plaats van direct op zoek te gaan naar een ander voltijds zitje in Formula E. In de aankondiging van zijn vertrek werd het einde van zijn Nissan-hoofdstuk bevestigd, terwijl hij in de beschikbare berichten niet nadrukkelijk aan een ander beschikbaar racezitje werd gekoppeld.
Dat betekent niet automatisch dat Nato definitief uit de elektrische eenzitters verdwijnt. Een rol als reserve-, test- of ontwikkelingscoureur blijft denkbaar, mede dankzij zijn ervaring met de Nissan-machines. Zo’n mogelijkheid moet echter niet worden verward met een bevestigd toekomstig contract in Formula E.
Oliver Rowland is de bevestigde spil van Nissans Gen4-project. De regerend wereldkampioen tekende een nieuwe meerjarige overeenkomst en blijft daarmee het gezicht van de Japanse fabrikant in de volgende fase.
Victor Martins wordt in meerdere berichten genoemd als de belangrijkste kandidaat om Nato te vervangen. Hij heeft al met Nissan-techniek in Formula E getest en geldt als de waarschijnlijke nieuwe teamgenoot van Rowland.
De belangrijke kanttekening: in het beschikbare materiaal ging het nog om een verwachte overeenkomst, niet om een formele aankondiging van Nissan. Als de deal rondkomt, zou de combinatie Rowland-Martins Nissan een mix geven van bewezen kampioenschapsniveau en een jongere coureur met eerdere Formula E-testervaring.
De Gen4-periode van Formula E staat gepland om op 18 december 2026 van start te gaan tijdens de E-Prix van Jeddah. Nato’s vertrek is daarom meer dan een gewone rijderswissel: het maakt deel uit van Nissans bredere poging om een nieuwe technische cyclus te beginnen met een vaste kopman en een vernieuwde tweede stoel.
De prestaties van Nissans coureurs waren in de twee campagnes waarin Nato naast Rowland reed duidelijk ongelijk verdeeld. Rowland groeide uit tot de kopman van het team, terwijl Nato relatief weinig bijdroeg aan de score. Volgens RacingNews365 eindigde de Fransman het afgelopen seizoen met 20 punten als voorlaatste in het rijderskampioenschap, liefst 117 punten achter Rowland.
Dat resultaat volgde op een eerder seizoen waarin Nato met 21 punten twintigste werd. Het verschil van één punt zegt op zichzelf weinig, maar de context is belangrijk: ook de tweede Nissan-auto leverde opnieuw niet de constante ondersteuning die het team nodig had in het constructeurskampioenschap.
De komst van de Gen4-regels bood Nissan bovendien een logisch moment om de bezetting opnieuw te bekijken. Seizoen 12 was het laatste jaar met de Gen3 Evo-auto, terwijl de fabrikant Rowland al voor meerdere jaren had vastgelegd als leider van de volgende technische fase.
Nato sloot seizoen 12 af met 20 punten en de negentiende plaats, zo bleek uit de berichtgeving na de finale in Londen. Zijn vorige campagne eindigde met 21 punten en de twintigste plaats.
De cijfers wijzen dus op een vergelijkbaar eindresultaat, niet op een grote doorbraak. Nato liet dit seizoen wel enkele betere individuele prestaties zien, waaronder een gemelde vijfde plaats, maar hij wist die uitschieters niet om te zetten in een lange reeks puntenfinishes.
Vooral zijn vorm in het slot van het seizoen was zorgelijk. Rond de ronde in Madrid had hij in de twaalf voorgaande races slechts drie punten verzameld, nadat hij in de eerste race in Shanghai als zesde was geëindigd. Ook de finale in Londen bracht geen duidelijke ommekeer. Nato werd vijftiende in de eerste race, terwijl de chaotische tweede race vooral bekendstond om de ongebruikelijke ontknoping van het kampioenschap.
De algemene conclusie ligt daarmee voor de hand: Nato kon nog altijd individuele sterke resultaten neerzetten, maar was niet constant genoeg om zijn racezitje bij Nissan ook in de volgende technische era te behouden.
Nato combineerde Formula E al met het FIA World Endurance Championship (WEC), waarin hij uitkomt voor het Cadillac Hypercar-programma van Hertz Team JOTA. Die dubbele verplichting wordt steeds moeilijker vol te houden nu beide kalenders voller raken en vaker samenvallen.
De verwachte Gen4-kalender van Formula E zou directe clashes en extra logistieke druk rond belangrijke WEC-evenementen veroorzaken. Genoemde voorbeelden zijn een gelijktijdige wedstrijd in Spa en Monaco en een opeenhoping van races rond Interlagos en Shanghai.
Dat is meer dan een kwestie van een krappe reisplanning. Fabrieksteams hebben hun coureurs nodig voor tests, voorbereiding, simulatorwerk en raceweekenden. Enduranceprogramma’s vragen op hun beurt om continuïteit tijdens lange wedstrijden en om beschikbaarheid voor verplichtingen van de fabrikant. Nato miste eerder al Formula E-races vanwege zijn WEC-programma; bij minstens één kalenderconflict kreeg zijn contract bij Cadillac/JOTA voorrang.
Een volledig Formula E-seizoen naast een fabrieksprogramma in de Hypercar-klasse lijkt daarom steeds minder praktisch. Nato zou wel aan Formula E verbonden kunnen blijven als reserve- of ontwikkelingscoureur, maar de beschikbare berichtgeving wijst er sterker op dat endurance racing voorlopig zijn hoofdfocus wordt.
Naar verwachting zet Nato zijn samenwerking met Cadillac en Hertz Team JOTA in het WEC voort, in plaats van direct op zoek te gaan naar een ander voltijds zitje in Formula E. In de aankondiging van zijn vertrek werd het einde van zijn Nissan-hoofdstuk bevestigd, terwijl hij in de beschikbare berichten niet nadrukkelijk aan een ander beschikbaar racezitje werd gekoppeld.
Dat betekent niet automatisch dat Nato definitief uit de elektrische eenzitters verdwijnt. Een rol als reserve-, test- of ontwikkelingscoureur blijft denkbaar, mede dankzij zijn ervaring met de Nissan-machines. Zo’n mogelijkheid moet echter niet worden verward met een bevestigd toekomstig contract in Formula E.
Oliver Rowland is de bevestigde spil van Nissans Gen4-project. De regerend wereldkampioen tekende een nieuwe meerjarige overeenkomst en blijft daarmee het gezicht van de Japanse fabrikant in de volgende fase.
Victor Martins wordt in meerdere berichten genoemd als de belangrijkste kandidaat om Nato te vervangen. Hij heeft al met Nissan-techniek in Formula E getest en geldt als de waarschijnlijke nieuwe teamgenoot van Rowland.
De belangrijke kanttekening: in het beschikbare materiaal ging het nog om een verwachte overeenkomst, niet om een formele aankondiging van Nissan. Als de deal rondkomt, zou de combinatie Rowland-Martins Nissan een mix geven van bewezen kampioenschapsniveau en een jongere coureur met eerdere Formula E-testervaring.
De Gen4-periode van Formula E staat gepland om op 18 december 2026 van start te gaan tijdens de E-Prix van Jeddah. Nato’s vertrek is daarom meer dan een gewone rijderswissel: het maakt deel uit van Nissans bredere poging om een nieuwe technische cyclus te beginnen met een vaste kopman en een vernieuwde tweede stoel.