Volgens Microsoft werd OneDrive Photos zonder voorafgaande melding of toestemming per gebruiker geïnstalleerd op een deel van de Windows 11-apparaten . Er waren ook meldingen over zakelijke systemen. Microsoft stelde later dat de uitrol naar door Microsoft Intune beheerde bedrijfsapparaten niet de bedoeling was . Intune is het beheerplatform waarmee organisaties Windows-apparaten centraal configureren en apps uitrollen.
Aanvankelijk kon OneDrive Photos niet los van OneDrive worden verwijderd. Wie de nieuwe app kwijt wilde, moest de volledige OneDrive-synchronisatieclient verwijderen — een onderdeel dat voor veel Microsoft 365-gebruikers belangrijk is voor het synchroniseren van bestanden . Microsoft zegt dat een toekomstige update afzonderlijke verwijdering mogelijk maakt, maar heeft niet uitgelegd waarom de app al werd uitgerold voordat die optie beschikbaar was .
De grootste zorgen draaien om de functie ‘Personen’. Die gebruikt AI om vergelijkbare gezichten in een fotobibliotheek te herkennen en foto's per persoon te groeperen. Dat wordt door Microsoft en verschillende berichtgevers omschreven als gezichtsherkenning of biometrische verwerking .
Daarbij kwamen verschillende aandachtspunten naar voren:
IT-beheerders reageerden het felst. In berichtgeving van Windows Latest en andere technologieplatforms werd de uitrol “onaanvaardbaar” genoemd. Sommige beheerders zeiden bovendien dat Microsoft “nooit van zijn fouten leert” .
Hun belangrijkste bezwaren:
Microsoft probeert al jaren het vertrouwen in Windows te herstellen. Daarbij benadrukt het bedrijf onder meer minder overbodige software, meer keuzevrijheid en een betere kwaliteit van het besturingssysteem. De OneDrive Photos-affaire staat haaks op die boodschap.
Ten eerste werd de keuze van de gebruiker omzeild: software verscheen op het apparaat zonder een duidelijke vraag om toestemming . Ten tweede overlapt de app met de bestaande Foto's-app die al standaard bij Windows 11 wordt geleverd. Dat maakt het besturingssysteem niet bepaald overzichtelijker en past slecht bij het beeld van een slanker Windows .
Voor bedrijven is het vertrouwensprobleem nog groter. IT-beheerders willen controle houden over welke software op beheerde computers terechtkomt. Een consumentgerichte foto-app die bovendien een persoonlijk account vereist, wekt dan de indruk dat Windows nog steeds deels als distributiekanaal voor extra Microsoft-diensten wordt gebruikt — in plaats van als stabiel, professioneel platform .
Microsoft kan de schade daarom niet alleen herstellen met een aparte verwijderoptie. Het zal ook moeten laten zien dat zijn belofte van “verantwoorde AI” niet uitsluitend gaat over wat een functie met foto's doet, maar ook over de manier waarop die functie op apparaten terechtkomt. Bij privacygevoelige software is toestemming geen detail achteraf; het hoort het uitgangspunt te zijn.