Itamar Ben Gvir zei in een podcast dat Israël elke nacht 30 à 40 mensen in Gaza zou moeten doden, ook mensen die op dat moment geen directe bedreiging vormen. Ben Gvir steunt ook Palestijnse „emigratie” uit Gaza en Israëlische nederzettingen in het gebied.
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: What did Israeli National Security Minister Itamar Ben-Gvir say on a podcast hosted by former hostage Rom Braslavski about killing 30 to 40. Article summary: Ben-Gvir used the podcast to advocate a markedly more lethal and expansionist Gaza policy, but he does not command the Israel Defense Forces or have legal power to order Gaza strikes. His words are politically consequent. Topic tags: general, general web, user generated, news. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts wi
Itamar Ben-Gvir gebruikte een optreden in de podcast van de voormalige gijzelaar Rom Braslavski om te pleiten voor een veel dodelijker en expansionistischer beleid in Gaza. Hij riep op tot nachtelijke liquidaties, gebruikte ontmenselijkende taal over Palestijnen en herhaalde zijn steun voor Palestijnse „emigratie” en Israëlische nederzettingen.
De uitspraken zijn politiek zwaarwegend. Maar ze geven hem geen bevoegdheid om de Israëlische strijdkrachten — de IDF — rechtstreeks aan te sturen.
In de aflevering die op 15 augustus naar buiten kwam, zei Ben-Gvir dat Israël gerichte liquidaties in Gaza zou moeten uitvoeren en elke nacht „30 tot 40” mensen zou moeten uitschakelen. Volgens de berichtgeving moesten dat niet alleen mensen zijn die op dat moment een directe bedreiging vormen. Hij zei bovendien dat sommige mensen in Gaza „het leven niet waard zijn”, „niet zouden moeten leven” en „niet eens mensen zijn”.
Ben-Gvir deed deze uitspraken terwijl hij kritiek uitte op een vermindering van de Israëlische militaire aanvallen en publiekelijk afstand nam van de aanpak van premier Benjamin Netanyahu. Daarmee waren zijn woorden niet alleen een oproep tot meer geweld, maar ook een openlijke uitdaging aan het regeringsbeleid.
In het gesprek kwam ook de executie van veroordeelde terroristen door ophanging aan bod. Braslavski vroeg Ben-Gvir persoonlijk of hij onder de door Ben-Gvirs partij Otzma Yehudit gesteunde doodstrafwet zelf executies mocht uitvoeren. De beschikbare berichtgeving bevestigt dat deze uitwisseling plaatsvond en dat Ben-Gvir de wet politiek steunt. Daaruit blijkt niet automatisch ieder detail van zijn voorkeur voor de praktische uitvoering.
Ben-Gvir promoot daarnaast al langer wat hij de vrijwillige „emigratie” van Palestijnen uit Gaza noemt. Eind juli zei hij dat de vernietiging van Hamas en het aanmoedigen van Palestijnse emigratie de enige oplossing is waarbij Israël betrokken zou moeten willen zijn. Hij wees een overeenkomst met Hamas via bemiddelaars af.
Die standpunten sluiten aan bij zijn steun voor Israëlische nederzettingen en langdurige Israëlische controle over Gaza, in plaats van een onderhandelde terugtrekking.
Ben-Gvir is de Israëlische minister van Nationale Veiligheid. Zijn ministerie houdt toezicht op de Israëlische politie en de gevangenisdienst. Daardoor heeft hij aanzienlijke invloed op binnenlandse ordehandhaving, gevangenisbeleid en de bestuurlijke organisatie van politiediensten.
Zijn bevoegdheden hebben echter duidelijke grenzen:
Zijn uitspraken zijn daarmee niet vrijblijvend, maar zijn invloed is vooral politiek en institutioneel. Hij is kabinetsminister, leidt een extreemrechtse coalitiepartij en kan met de parlementaire steun van zijn partij druk uitoefenen op Netanyahu. Dat is iets anders dan operationele controle over de oorlog in Gaza.
Zuid-Afrika heeft in de zaak tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof — het ICJ — verklaringen van Israëlische politieke en militaire functionarissen aangehaald als materiaal waaruit mogelijk genocidale intentie kan worden afgeleid. In de oorspronkelijke aanvraag stelde Zuid-Afrika dat dergelijke uitspraken wezen op de bedoeling om Palestijnen in Gaza als groep te vernietigen.
De juridische nuance is belangrijk. De voorlopige maatregelen van het ICJ hielden niet vast dat Israël genocide had gepleegd. Het Hof oordeelde over de aannemelijkheid van rechten die onder het Genocideverdrag worden beschermd en legde maatregelen op die Israël verplichten verboden handelingen te voorkomen, waaronder het doden van leden van de beschermde groep. Ook moest Israël directe en openbare aanzetting tot genocide voorkomen en bestraffen.
Ben-Gvirs woorden zouden daarom door Zuid-Afrika of andere deelnemers kunnen worden aangehaald als context voor ontmenselijking, mogelijke intentie of aanzetting. De uitspraken vormen op zichzelf geen vaststelling van individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid van Ben-Gvir. Evenmin betekenen ze dat het ICJ definitief heeft vastgesteld dat Israël genocide heeft gepleegd. Israël verwerpt de genocidebeschuldiging en zegt dat zijn oorlog gericht is tegen Hamas, niet tegen Palestijnen als beschermde groep.
De podcast versterkt Ben-Gvirs aantrekkingskracht op een ultranationalistisch electoraat dat voorstander is van maximaal militair geweld, permanente Israëlische controle over Gaza, Israëlische nederzettingen en het vertrek van Palestijnen. Volgens berichtgeving krijgen dergelijke standpunten meer gewicht in de aanloop naar de Israëlische verkiezingen van 27 oktober, terwijl de Israëlische binnenlandse media deze specifieke aflevering relatief weinig aandacht hebben gegeven.
Die combinatie — weinig mainstream-aandacht, maar een duidelijke boodschap aan zijn eigen achterban — kan Ben-Gvirs onderhandelingspositie binnen de coalitie van Netanyahu versterken. Dat betekent niet dat hij het militaire beleid bepaalt. Wel kan het voor Netanyahu moeilijker worden om een compromis te sluiten dat Ben-Gvirs partij van zich vervreemdt.
De opmerkingen kwamen op een moment dat er onenigheid bestaat over de volgorde van Hamas-ontwapening en een Israëlische militaire terugtrekking. Israëlische functionarissen hebben gezegd dat troepen niet zullen terugtrekken zonder „echte ontwapening” van Hamas. Hamas stelt daartegenover dat de overdracht van zware wapens gekoppeld is aan het beëindigen van alle Israëlische militaire acties en de terugtrekking van Israëlische troepen.
Een door de Verenigde Staten gesteund raamwerk dat wordt geassocieerd met president Donald Trump zou de ontwapening van Hamas hebben gekoppeld aan een gefaseerde Israëlische terugtrekking. Netanyahu verwierp de terugtrekkingsbepalingen en zei dat Israël niet zou vertrekken voordat Hamas volledig was ontwapend.
Ben-Gvir gaat nog verder. Hij heeft de overeenkomst over ontwapening en terugtrekking onaanvaardbaar genoemd en pleit in plaats daarvan voor blijvende Israëlische controle, Palestijnse „emigratie” en nederzettingen in Gaza.
De politieke impasse bestaat daarmee uit drie concurrerende posities: Hamas koppelt ontwapening aan een Israëlische terugtrekking; het plan van Trump verbindt beide stappen; en Netanyahu houdt vol dat ontwapening eerst moet plaatsvinden. Ben-Gvir verwerpt het uitgangspunt van een onderhandelde terugtrekking zelf.
Zijn podcastoptreden moet vooral in die context worden begrepen: als een publieke eis tot escalatie en permanente controle, gesteund door politieke invloed maar niet door het bevel over de Israëlische militaire operaties.
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
Itamar Ben Gvir zei in een podcast dat Israël elke nacht 30 à 40 mensen in Gaza zou moeten doden, ook mensen die op dat moment geen directe bedreiging vormen.
Itamar Ben Gvir zei in een podcast dat Israël elke nacht 30 à 40 mensen in Gaza zou moeten doden, ook mensen die op dat moment geen directe bedreiging vormen. Ben Gvir steunt ook Palestijnse „emigratie” uit Gaza en Israëlische nederzettingen in het gebied.
Zijn uitspraken kunnen in de zaak bij het Internationaal Gerechtshof worden aangehaald als context voor ontmenselijking, mogelijke intentie of aanzetting.