De beschikbare loondata van de ECB ondersteunen het beeld van beperkte druk. De loontracker van de ECB stond op 2,6 procent. De druk op de onderhandelde lonen zou in de eerste helft van 2026 afnemen en zich gedurende het jaar op lagere niveaus stabiliseren.
De gematigde loonontwikkeling beschrijft vooral de situatie tot nu toe. Dat beeld kan veranderen als de verstoringen van de energievoorziening langer aanhouden.
Markten houden steeds meer rekening met langdurigere beperkingen voor de scheepvaart door de Straat van Hormuz. De hoop op een diplomatieke doorbraak tussen Washington en Teheran is afgenomen, waardoor een risicopremie in de energieprijzen blijft zitten en zorgen over het aanbod toenemen.
De ECB heeft gewaarschuwd dat de energieschok die verband houdt met de oorlog tussen Iran en de Verenigde Staten de inflatie in de eurozone kan opdrijven en tegelijkertijd de economische groei kan afremmen. Volgens ECB-projecties zouden langdurig hogere olieprijzen, een geleidelijke heropening van de zeestraat en aanhoudende verstoringen leiden tot lagere groei en hogere inflatie in de eurozone.
Dat levert een lastige combinatie op voor het rentebeleid. Hogere energieprijzen stuwen de inflatie omhoog, terwijl het verlies aan koopkracht, hogere productiekosten en problemen in de toelevering de vraag en de groei kunnen verzwakken.
Voor de ECB draait het daarom om één centrale vraag: blijft de schok beperkt tot energieprijzen, of slaat die ook over naar lonen, diensten en de inflatieverwachtingen voor de langere termijn?
De opmerkingen van Rehn wijzen niet op een vooraf vastgelegde beleidskoers. Voor het rentebesluit van 10 september zal de ECB waarschijnlijk vooral twee ontwikkelingen tegen elkaar afwegen:
Uit de ECB-enquête onder professionele voorspellers bleek bovendien dat de verwachtingen voor de totale en de kerninflatie op korte termijn in het tweede kwartaal van 2026 naar boven zijn bijgesteld. De langetermijnverwachtingen voor de totale inflatie bleven onveranderd. Dat onderscheid is belangrijk: een tijdelijke stijging op korte termijn is minder verontrustend dan een verlies van vertrouwen in de prijsstabiliteit op middellange termijn.
De praktische conclusie is dat het ECB-besluit minder zal afhangen van de omvang van de energiestijging op zichzelf dan van de aanwijzingen dat de schok aanhoudt. Beleidsmakers zullen letten op loonakkoorden, diensteninflatie, inflatieverwachtingen en de mate waarin bedrijven hogere kosten doorberekenen.
Ook voor de valutamarkt zijn de gevolgen tweeledig. Als beleggers concluderen dat aanhoudende energie-inflatie de ECB dwingt de rente langer hoog te houden, kunnen de verwachte rentes in de eurozone stijgen. Dat zou de euro kunnen steunen.
Een langdurige verstoring rond Hormuz verslechtert echter ook de Europese energierekening en de groeivooruitzichten. Als beleggers zich sterker richten op de zwakkere Europese activiteit en het geopolitieke risico dan op mogelijke ECB-verkrapping, kan de vraag naar Amerikaanse dollars toenemen. Dat zou EUR/USD onder druk zetten. Marktanalyses hebben precies deze tegenstelling benadrukt: zelfs als duurdere energie de kans op een nieuwe ECB-renteverhoging vergroot, kan de groeischok voor de euro zwaarder wegen.
De belangrijkste marktvraag is daarom of de energieschok vooral wordt gezien als een inflatieprobleem waarop de ECB moet reageren, of als een groter probleem voor de Europese ruilvoet en economische groei.
Rehns opmerkingen laten beide scenario’s open. Eén voorwaarde staat wel centraal: gematigde loongroei blijft alleen geruststellend zolang de inflatieverwachtingen verankerd blijven.