Dat onderscheid is belangrijk. Een multiplicator rond één beschrijft de geschatte reactie van de productie binnen een bepaalde periode. Het betekent niet dat elke euro aan defensie-uitgaven automatisch leidt tot een permanente toename van de nationale welvaart.
Het resultaat hangt onder meer af van het tempo van de bestedingen, de economische situatie, het soort materieel dat wordt aangeschaft en de vraag of de productie binnen of buiten Europa plaatsvindt.
In recente projecties van het Eurosysteem wordt de begrotingsstimulans voor defensie en infrastructuur gezien als steun voor de groei van de eurozone. Het effect zou in de loop van de ramingsperiode sterker worden. Eerdere ECB-analyses schatten eveneens dat nieuwe defensiemaatregelen de groei in 2026 en 2027 kunnen ondersteunen, terwijl het effect op de inflatie in het basisscenario beperkt blijft.
Voor de ECB telt niet alleen hoeveel regeringen aankondigen uit te geven. Belangrijker is hoe de uitgaven doorwerken op de vraag, het aanbod en de hardnekkigheid van de inflatie.
Een geleidelijke stijging van de defensie-uitgaven kan relatief beperkte prijsgevolgen hebben als bedrijven hun productie kunnen uitbreiden en werknemers kunnen overstappen naar sectoren waar nieuwe orders binnenkomen. Een plotselinge inkoopgolf kan daarentegen knelpunten blootleggen in onder meer technisch personeel, engineering, gespecialiseerde materialen en industriële toeleveringsketens.
Dat werkt op twee manieren door in het monetaire beleid:
De ECB-modellen wijzen in de onderzochte scenario’s op een positief effect op de productie en gemiddeld op een bescheiden effect op de inflatie. Tegelijkertijd is de onzekerheid aanzienlijk. De centrale bank kan daarom niet automatisch reageren op een aangekondigde defensiedoelstelling. Ze moet kijken naar de daadwerkelijk uitgegeven bedragen, capaciteitsbeperkingen en de gerealiseerde inflatie.
Eenzelfde Europees defensieprogramma kan in verschillende landen tot heel andere begrotingsproblemen leiden. Regeringen met gezonde overheidsfinanciën kunnen hun uitgaven mogelijk verhogen zonder direct andere prioriteiten weg te drukken. Landen met hoge schulden of weinig begrotingsruimte staan voor een scherpere keuze tussen defensie, civiele investeringen, publieke diensten en houdbare schuld.
De ECB heeft een scenario onderzocht waarin de defensie-uitgaven stijgen van ongeveer 2% van het bbp in 2025 naar 3,5% in 2029. In dat scenario komt de begrotingsverruiming tegen 2029 uit op ongeveer 1,8% van het bbp. Dit is een aanname voor de eurozone als geheel, geen voorspelling dat elk euroland hetzelfde pad zal volgen of dezelfde gevolgen zal ondervinden.
Ook de manier waarop de uitgaven worden gefinancierd verandert de economische doorwerking:
Dit zijn economische mechanismen, geen garanties. De uitkomst hangt af van de timing van betalingen, de geloofwaardigheid van begrotingsplannen en de reactie van financiële markten.
Defensie-uitgaven hebben een groter binnenlands economisch effect wanneer Europese bedrijven het materieel en de diensten leveren. In de Financial Stability Review merkt de ECB op dat inkoop van defensiematerieel binnen de EU zou leiden tot een hogere begrotingsmultiplicator.
Bij aankopen buiten Europa vloeit een deel van de extra vraag naar het buitenland. Dat kan nog steeds militaire waarde opleveren, maar het directe effect op de Europese productie is kleiner en de ontwikkeling van lokale industriële capaciteit wordt minder sterk gestimuleerd.
Gezamenlijke inkoop, systemen die goed op elkaar aansluiten en uitbreiding van de Europese productie kunnen daarom zowel de strategische als de economische opbrengst verbeteren. Dat voordeel ontstaat niet vanzelf: overheden moeten dubbele programma’s vermijden, doelmatig investeren en de capaciteit snel genoeg uitbreiden om aan de vraag te voldoen.
Onderzoek en ontwikkeling voor defensie kunnen bredere productiviteitsvoordelen opleveren wanneer technologieën later ook in civiele toepassingen worden gebruikt. De ECB wijst daarnaast op de omvangrijke financieringsbehoefte voor defensie, naast de groene en digitale transities van Europa.
Die mogelijke wisselwerking mag echter niet worden opgevat als een gegarandeerd rendement op militaire uitgaven. Veel hangt af van de kwaliteit van aanbestedingen, de verspreiding van onderzoek naar civiele sectoren, de adoptie door bedrijven en de vraag of defensie-investeringen productieve civiele projecten aanvullen in plaats van verdringen.
De boodschap van de ECB is voorwaardelijk optimistisch. De Europese defensieopbouw kan de productie in de eurozone ondersteunen. De huidige modelramingen plaatsen de gemiddelde multiplicator van overheidsuitgaven over twee jaar dicht bij één.
De economische uitkomst wordt minder gunstig wanneer de uitgaven sneller stijgen dan het aanbod kan volgen, wanneer een groot deel van de orders buiten Europa terechtkomt of wanneer oplopende schulden andere investeringen beperken.
Voor het monetaire beleid zijn vooral het tempo, de samenstelling en de doorwerking naar de inflatie van belang. Voor regeringen ligt de uitdaging in het versterken van de defensie zonder dat een noodzakelijke veiligheidsreactie uitmondt in een onbeheersbare vraagschok of grotere begrotingsverschillen tussen landen.