Volgens TrendForce en andere analisten onderzoekt Nvidia varianten van de toekomstige Rubin Ultra-GPU met minder of andere HBM. Voor het rack-schaalsysteem Vera Rubin NVL72 zou het bedrijf de capaciteit van het systeemgeheugen al hebben verlaagd. Nvidia zelf presenteert deze keuzes niet als noodgedwongen bezuinigingen, maar als normale productplanning voor verschillende klantsegmenten. Dat verschil in uitleg is belangrijk: de prijs en beschikbaarheid van HBM4 beïnvloeden inmiddels rechtstreeks de productstrategie van Nvidia.
Vanaf het derde kwartaal van 2026 zou Nvidia de evaluatie van het HBM-ontwerp voor Rubin Ultra hebben verbreed. Het oorspronkelijke uitgangspunt was één configuratie met 12-Hi HBM4e — geheugenchips die in een stapel van twaalf lagen worden opgebouwd. Inmiddels test het bedrijf naar verluidt vier opties naast elkaar :
Een definitieve specificatie is nog niet vastgesteld . De mogelijke koerswijziging hangt samen met de verwachte wereldwijde DRAM-schaarste in 2027, die de wafercapaciteit voor HBM-productie kan beperken. Ook bestaat er onzekerheid over wanneer HBM4e bij alle drie grote geheugenchipfabrikanten volledig wordt gekwalificeerd .
Voor Nvidia betekent dit een klassieke afweging: de meest geavanceerde geheugenvariant kan betere prestaties bieden, maar een minder ambitieuze configuratie kan mogelijk eerder en in grotere aantallen worden geleverd.
Bij het Vera Rubin-platform zou de wijziging concreter zijn. Nvidia zou de SOCAMM-geheugencapaciteit in het Vera Rubin NVL72-systeem hebben gehalveerd: van 192 GB naar 96 GB per module .
Volgens analyses die TrendForce en GF Securities aanhalen, zou het totale Vera-CPU-geheugen per rack daardoor dalen van ongeveer 55 TB naar 28 TB. De GPU-HBM4-capaciteit zou met 20,7 TB per rack ongewijzigd blijven .
De maatregel moet kosten verlagen en de druk op de toeleveringsketen verminderen. Geheugen zou inmiddels naar schatting 29 procent van de totale materiaalkosten (BOM) van een Vera Rubin-platform uitmaken . BOM staat voor bill of materials: de gezamenlijke kosten van alle onderdelen in een systeem.
Niet alle bronnen zien de veranderingen als een verlaging van één vast vlaggenschipmodel. Nvidia zou ook meerdere klantspecifieke SKU's kunnen testen: uitvoeringen met verschillende geheugenniveaus voor uiteenlopende toepassingen en budgetten .
Dat scenario past bij Nvidia's eigen uitleg. Het bedrijf kan zo verschillende prestatieniveaus aanbieden zonder volledig afhankelijk te worden van één schaarse HBM-configuratie.
Nvidia heeft ontkend dat Vera of Rubin vanwege HBM-tekorten is teruggeschaald. In een blogbericht van 7 augustus 2026 stelde het bedrijf dat de besproken configuraties verschillende SKU's en klantgerichte optimalisaties zijn, en geen downgrade die door leveringsproblemen werd afgedwongen . Nvidia zegt bovendien voortdurend de rekenkracht, netwerkcomponenten en geheugencapaciteit aan te passen om voor klanten de beste balans tussen prestaties en efficiëntie te bereiken .
CEO Jensen Huang sprak zich eveneens optimistisch uit. In juni 2026 bevestigde hij dat Samsung, SK Hynix en Micron — de drie grootste geheugenchipfabrikanten — gecertificeerd waren om HBM4 te leveren. Vera Rubin zou toen al in volledige productie zijn, terwijl Rubin, Rubin Ultra en de Kyber-servers op schema lagen .
In juli wees Huang berichten over vertragingen van de hand. Volgens hem verliep de productie van Vera Rubin in “gigantische” volumes .
Daarmee ontstaat een duidelijke tegenstelling. TrendForce en andere analisten zien de extra HBM-tests als een plan om leveringsrisico's op te vangen. Nvidia noemt ze normale productvarianten die op verschillende klantbehoeften zijn afgestemd.
HBM4 zou voor heel 2026 zijn uitverkocht. Tegelijkertijd wordt verwacht dat de DRAM-schaarste tot in 2027 aanhoudt . Dat zorgt voor structurele druk op zowel de prijs als de beschikbaarheid van geheugen voor alle nieuwe Nvidia-platforms — van Vera Rubin tot Rubin Ultra en latere generaties.
Geheugen is niet langer slechts een ondersteunend onderdeel van een AI-systeem. Met een aandeel van ongeveer 29 procent van de totale BOM van Vera Rubin NVL72 — voor HBM en SOCAMM samen — is het een van de belangrijkste kostenfactoren .
Een lagere geheugencapaciteit kan daardoor twee problemen tegelijk aanpakken: het verlaagt de prijs van een systeem en maakt het mogelijk om met dezelfde schaarse voorraad meer systemen te bouwen.
Om voldoende geheugen veilig te stellen, probeert Nvidia productiecapaciteit op ongekende schaal vast te leggen. Nvidia en SK Group kondigden een strategisch initiatief aan ter waarde van meer dan 500 miljard dollar, inclusief een langlopende samenwerking met SK Hynix voor HBM4 in de Vera Rubin-generatie . Enkele dagen later kondigden Samsung Electronics en Broadcom een afzonderlijke samenwerking van 200 miljard dollar aan .
Samen vertegenwoordigen deze aangekondigde samenwerkingen ongeveer 700 miljard dollar. Ze illustreren hoe belangrijk de toegang tot voldoende geheugen tegen een aanvaardbare prijs is geworden voor de volledige AI-chipsector.
Nvidia lijkt zich voor te bereiden op een breder aanbod van SKU's met verschillende stapelhoogtes en geheugencapaciteiten . Dat moet het bedrijf meer speelruimte geven in situaties waarin de krachtigste HBM4e-stacks schaars blijven.
Als 12-Hi HBM4e niet snel genoeg kan worden gekwalificeerd of in voldoende aantallen beschikbaar komt, kan Nvidia mogelijk Rubin Ultra-systemen leveren met 8-Hi HBM4e of HBM4. De prestaties per chip kunnen dan lager uitvallen, maar Nvidia houdt wel de mogelijkheid om in volume te blijven leveren.
De berichten wijzen op reële prijs- en leveringsdruk. Nvidia onderzoekt lagere HBM-configuraties voor Rubin Ultra en zou de SOCAMM-capaciteit van Vera Rubin NVL72 al hebben verminderd. Officieel spreekt het bedrijf echter niet van een gedwongen downgrade, maar van klantgerichte tuning en verschillende productvarianten.
De definitieve geheugenconfiguratie van Rubin Ultra is nog niet bekendgemaakt. Wel is de trend duidelijk: de volgende generatie AI-hardware wordt niet alleen bepaald door GPU-prestaties, chipontwerp en verpakking. Ook de vraag hoeveel geavanceerd geheugen beschikbaar is — en tegen welke prijs — bepaalt welke systemen Nvidia uiteindelijk kan bouwen en leveren.