Achter de crash zat een combinatie van drie krachten: langetermijnbezitters die na maanden van accumulatie begonnen te verkopen, institutioneel geld dat via Amerikaanse spot-ETF’s uitstroomde en een cascade van gedwongen verkopen op de derivatenmarkt. Geopolitieke spanningen en onzekerheid over de rente maakten beleggers bovendien voorzichtiger.
In het eerste kwartaal van 2026 leek de markt nog vooral te worden gekenmerkt door accumulatie. Langetermijnbezitters — doorgaans entiteiten die hun Bitcoin minstens 155 dagen vasthouden — hadden hun gezamenlijke bezit opgebouwd tot bijna 16,3 miljoen BTC .
Dat beeld veranderde eind mei en begin juni. Volgens on-chainanalisten kwamen deze houders weer in beweging en begonnen zij agressief te distribueren. In de eerste dagen van juni verkochten zij voor ongeveer 2,4 miljard dollar aan Bitcoin .
Ook oude, jarenlang slapende wallets werden actief. In mei verplaatsten 165 lang slapende wallets samen ongeveer 5.073 BTC. Eén adres dat sinds augustus 2010 niets had bewogen, kwam op 31 mei weer tot leven . De activiteit zette door in juni: op 1 juni verplaatste een wallet uit het tijdperk van 2014 ongeveer 109,86 BTC .
Het signaal was belangrijker dan de omvang van één afzonderlijke transactie. De markt zag de sterkste handen — beleggers die maandenlang aanbod hadden opgenomen — nu juist verkopen terwijl de koopvraag verzwakte.
De verkoop door langetermijnbezitters vormde slechts één deel van het verhaal. Ook de institutionele vraag via Amerikaanse spot-Bitcoin-ETF’s droogde op. Op 2 juni hadden deze fondsen elf handelsdagen op rij netto-uitstroom geregistreerd . De uitstroom over de eerste twee dagen van juni liep op 3 juni al op tot meer dan 1 miljard dollar .
Daarna werden de cijfers historisch. In één week verloren Amerikaanse spot-Bitcoin-ETF’s ongeveer 3,4 miljard dollar aan nettovermogen, de grootste uitstroom sinds de lancering van deze fondsen in januari 2024 . In de drie voorafgaande weken was volgens de beschikbare berichtgeving al circa 3,8 miljard dollar uit het ETF-complex weggevloeid, binnen een reeks van vijf opeenvolgende verliesweken die terugging tot eind januari .
BlackRocks iShares Bitcoin Trust, beter bekend als IBIT, gold daarbij als een belangrijke graadmeter voor institutionele belangstelling. Het fonds noteerde op 28 mei een uitstroom van bijna 527 miljoen dollar, de op één na grootste eendaagse uitstroom sinds de lancering . Op 2 juni verdween nog eens ongeveer 440 miljoen dollar uit IBIT, terwijl de bredere uitstroomreeks de elfde dag bereikte . Op 29 mei was al 177,94 miljoen dollar uit het fonds gehaald .
Niet alle gevraagde cijfers zijn in de beschikbare bronnen terug te vinden. Zo is er geen betrouwbare, specifieke informatie over procentuele verkoopreducties door Jane Street en Goldman Sachs. Ook kon geen afzonderlijk cumulatief ETF-bedrag worden vastgesteld dat precies op 15 mei begint. Wel is het beeld duidelijk: institutionele verkoop hield gedurende meerdere weken druk op de Bitcoinprijs.
De scherpste klap viel op de derivatenmarkt. Toen Bitcoin belangrijke steunniveaus doorbrak, werden posities van handelaren die met geleend geld op een stijging hadden ingezet automatisch gesloten.
Op 3 juni werd in 24 uur voor bijna 1,84 miljard dollar aan hefboomposities geliquideerd. Dat was de grootste dergelijke golf sinds 5 februari . Van dat bedrag bestond meer dan 1,66 miljard dollar uit longposities, tegenover ongeveer 200 miljoen dollar aan shortposities. Daarmee kwam circa 90 procent van de liquidaties voor rekening van bullish posities .
Bitcoin-longposities waren goed voor 883,66 miljoen dollar van de verliezen. Ether-longposities voegden daar nog 475,73 miljoen dollar aan toe .
De liquidatiegolf was bovendien al een dag eerder begonnen. Op 2 juni werd in één etmaal voor ongeveer 727 miljoen dollar aan leveraged longposities weggevaagd toen Bitcoin met 5 procent onder 68.000 dollar zakte . De hoeveelheid hefboom in de markt was volgens beschikbare analyses opgelopen tot niveaus die voor het laatst vóór de crash van oktober 2025 waren gezien .
Verschillende katalysatoren kwamen in een zeer korte periode samen:
Voor een specifieke stand of recente geschiedenis van een genoemde Bitcoin Volatility Index is in de beschikbare berichtgeving geen betrouwbare bron gevonden.
Deze correctie was opvallend omdat vrijwel alle belangrijke marktgroepen tegelijk verkochten: oude Bitcoinbezitters, institutionele ETF-beleggers en handelaren met hefboomposities.
De bodem van 61.300 dollar betekende een daling van ongeveer 13 procent in drie handelsdagen , een verlies van ruim 25 procent sinds het begin van juni en een daling van meer dan 12 procent op weekbasis . Bitcoin zakte daarmee naar de onderkant van zijn consolidatiezone voor 2026 en bereikte het laagste niveau sinds 6 februari .
Of dit een capitulatiebodem vormt of het begin is van een langere neerwaartse trend, hangt onder meer af van twee vragen: gaan langetermijnbezitters opnieuw accumuleren en keert institutioneel kapitaal terug naar de spot-ETF’s die na 2024 een belangrijke bron van vraag waren?
Let op: de beschikbare bronnen leveren geen betrouwbare cijfers voor een specifieke Bitcoin Volatility Index, procentuele positiesluitingen door Jane Street en Goldman Sachs, een exact cumulatief ETF-bedrag vanaf 15 mei of een afzonderlijke ‘mid-june high’ waarmee de daling kan worden berekend.
Achter de crash zat een combinatie van drie krachten: langetermijnbezitters die na maanden van accumulatie begonnen te verkopen, institutioneel geld dat via Amerikaanse spot-ETF’s uitstroomde en een cascade van gedwongen verkopen op de derivatenmarkt. Geopolitieke spanningen en onzekerheid over de rente maakten beleggers bovendien voorzichtiger.
In het eerste kwartaal van 2026 leek de markt nog vooral te worden gekenmerkt door accumulatie. Langetermijnbezitters — doorgaans entiteiten die hun Bitcoin minstens 155 dagen vasthouden — hadden hun gezamenlijke bezit opgebouwd tot bijna 16,3 miljoen BTC .
Dat beeld veranderde eind mei en begin juni. Volgens on-chainanalisten kwamen deze houders weer in beweging en begonnen zij agressief te distribueren. In de eerste dagen van juni verkochten zij voor ongeveer 2,4 miljard dollar aan Bitcoin .
Ook oude, jarenlang slapende wallets werden actief. In mei verplaatsten 165 lang slapende wallets samen ongeveer 5.073 BTC. Eén adres dat sinds augustus 2010 niets had bewogen, kwam op 31 mei weer tot leven . De activiteit zette door in juni: op 1 juni verplaatste een wallet uit het tijdperk van 2014 ongeveer 109,86 BTC .
Het signaal was belangrijker dan de omvang van één afzonderlijke transactie. De markt zag de sterkste handen — beleggers die maandenlang aanbod hadden opgenomen — nu juist verkopen terwijl de koopvraag verzwakte.
De verkoop door langetermijnbezitters vormde slechts één deel van het verhaal. Ook de institutionele vraag via Amerikaanse spot-Bitcoin-ETF’s droogde op. Op 2 juni hadden deze fondsen elf handelsdagen op rij netto-uitstroom geregistreerd . De uitstroom over de eerste twee dagen van juni liep op 3 juni al op tot meer dan 1 miljard dollar .
Daarna werden de cijfers historisch. In één week verloren Amerikaanse spot-Bitcoin-ETF’s ongeveer 3,4 miljard dollar aan nettovermogen, de grootste uitstroom sinds de lancering van deze fondsen in januari 2024 . In de drie voorafgaande weken was volgens de beschikbare berichtgeving al circa 3,8 miljard dollar uit het ETF-complex weggevloeid, binnen een reeks van vijf opeenvolgende verliesweken die terugging tot eind januari .
BlackRocks iShares Bitcoin Trust, beter bekend als IBIT, gold daarbij als een belangrijke graadmeter voor institutionele belangstelling. Het fonds noteerde op 28 mei een uitstroom van bijna 527 miljoen dollar, de op één na grootste eendaagse uitstroom sinds de lancering . Op 2 juni verdween nog eens ongeveer 440 miljoen dollar uit IBIT, terwijl de bredere uitstroomreeks de elfde dag bereikte . Op 29 mei was al 177,94 miljoen dollar uit het fonds gehaald .
Niet alle gevraagde cijfers zijn in de beschikbare bronnen terug te vinden. Zo is er geen betrouwbare, specifieke informatie over procentuele verkoopreducties door Jane Street en Goldman Sachs. Ook kon geen afzonderlijk cumulatief ETF-bedrag worden vastgesteld dat precies op 15 mei begint. Wel is het beeld duidelijk: institutionele verkoop hield gedurende meerdere weken druk op de Bitcoinprijs.
De scherpste klap viel op de derivatenmarkt. Toen Bitcoin belangrijke steunniveaus doorbrak, werden posities van handelaren die met geleend geld op een stijging hadden ingezet automatisch gesloten.
Op 3 juni werd in 24 uur voor bijna 1,84 miljard dollar aan hefboomposities geliquideerd. Dat was de grootste dergelijke golf sinds 5 februari . Van dat bedrag bestond meer dan 1,66 miljard dollar uit longposities, tegenover ongeveer 200 miljoen dollar aan shortposities. Daarmee kwam circa 90 procent van de liquidaties voor rekening van bullish posities .
Bitcoin-longposities waren goed voor 883,66 miljoen dollar van de verliezen. Ether-longposities voegden daar nog 475,73 miljoen dollar aan toe .
De liquidatiegolf was bovendien al een dag eerder begonnen. Op 2 juni werd in één etmaal voor ongeveer 727 miljoen dollar aan leveraged longposities weggevaagd toen Bitcoin met 5 procent onder 68.000 dollar zakte . De hoeveelheid hefboom in de markt was volgens beschikbare analyses opgelopen tot niveaus die voor het laatst vóór de crash van oktober 2025 waren gezien .
Verschillende katalysatoren kwamen in een zeer korte periode samen:
Voor een specifieke stand of recente geschiedenis van een genoemde Bitcoin Volatility Index is in de beschikbare berichtgeving geen betrouwbare bron gevonden.
Deze correctie was opvallend omdat vrijwel alle belangrijke marktgroepen tegelijk verkochten: oude Bitcoinbezitters, institutionele ETF-beleggers en handelaren met hefboomposities.
De bodem van 61.300 dollar betekende een daling van ongeveer 13 procent in drie handelsdagen , een verlies van ruim 25 procent sinds het begin van juni en een daling van meer dan 12 procent op weekbasis . Bitcoin zakte daarmee naar de onderkant van zijn consolidatiezone voor 2026 en bereikte het laagste niveau sinds 6 februari .
Of dit een capitulatiebodem vormt of het begin is van een langere neerwaartse trend, hangt onder meer af van twee vragen: gaan langetermijnbezitters opnieuw accumuleren en keert institutioneel kapitaal terug naar de spot-ETF’s die na 2024 een belangrijke bron van vraag waren?
Let op: de beschikbare bronnen leveren geen betrouwbare cijfers voor een specifieke Bitcoin Volatility Index, procentuele positiesluitingen door Jane Street en Goldman Sachs, een exact cumulatief ETF-bedrag vanaf 15 mei of een afzonderlijke ‘mid-june high’ waarmee de daling kan worden berekend.