De belangrijkste onderdelen:
De maatregel was een speerpunt van de tweede ambtstermijn van president Emmanuel Macron. Hij wilde de regels al bij de start van het schooljaar in september laten ingaan . De Franse constitutionele toetsing kan echter nog gevolgen hebben voor de definitieve planning .
Voor adverteerders betekent dit dat zelf opgegeven leeftijden niet langer volstaan. Elk platform moet kunnen aantonen dat gebruikers aan de leeftijdsgrens voldoen voordat zij toegang krijgen.
De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) hebben op 17 juni 2026 Cabinet Resolution No. 106 of 2026 uitgevaardigd. Daarmee werd 15 jaar de minimumleeftijd voor het aanmaken of beheren van een persoonlijk socialmedia-account. De VAE zijn het eerste Arabische land met een dergelijke regeling .
De regels gaan verder dan alleen het openen van een account:
De resolutie geldt voor elk platform dat in de VAE beschikbaar is of zich op gebruikers in het land richt, ongeacht waar de aanbieder gevestigd is . De regels treden volledig in werking in juni 2027 .
Japan kiest voorlopig voor een andere route. Een adviespanel van het Japanse Children and Families Agency adviseerde op 30 juli 2026 om boetes te overwegen voor socialmediabedrijven die kinderen onvoldoende beschermen .
De voorgestelde maatregelen omvatten:
Het adviespanel wil zijn eindrapport eind 2026 afronden. Daarna kunnen wetswijzigingen worden besproken tijdens de reguliere parlementszitting van 2027 .
De voorgestelde aanscherping zou een duidelijke verandering betekenen ten opzichte van de Japanse wet uit 2009, die platforms nu vooral verplicht om zich “naar beste vermogen” in te zetten voor de bescherming van minderjarigen .
Italië combineert wetgeving met preventie en ondersteuning. Het land richt zich dus niet alleen op de leeftijd van gebruikers, maar ook op de manier waarop platforms hun diensten ontwerpen.
Italiaanse senatoren dienden in april 2026 een wetsvoorstel in dat sociale platforms verantwoordelijker wil maken voor hun algoritmische ontwerp. Het voorstel, dat steun krijgt van de oppositiepartij Partito Democratico, zou platforms verplichten om:
Het voorstel richt zich onder meer op functies als oneindig scrollen en algoritmische versterking van content, die volgens de initiatiefnemers afhankelijk gedrag kunnen stimuleren . Het gaat voorlopig om een ontwerpwet, niet om geldende regelgeving.
Op 23 juli 2026 werd in Florence het project Discover – Fuori dal Guscio gelanceerd, het eerste gespecialiseerde Italiaanse centrum voor het voorkomen van digitale verslaving onder jongeren . Het initiatief is een samenwerking tussen ASL Toscana Centro, de gemeente Florence en coöperatie Retesviluppo .
De aanpak draait om voorlichting, begeleiding en activiteiten in de gemeenschap. Het doel is jongeren te helpen een gezondere relatie met technologie op te bouwen, in plaats van toegang uitsluitend via verboden te beperken .
Ook de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk werken aan leeftijdsgebonden beperkingen voor minderjarigen, maar hadden in juli 2026 nog geen definitieve nieuwe wetgeving aangenomen .
De Digital Services Act van de EU verplicht platforms al om systeemrisico’s voor minderjarigen te beoordelen en te beperken. Een specifiek Europees kader voor leeftijdsgrenzen is echter nog in ontwikkeling.
Frankrijk en de VAE verplichten platforms tot robuuste leeftijdscontroles; Japan overweegt vergelijkbare eisen . Dat maakt het voor merken steeds riskanter om te vertrouwen op zelf opgegeven leeftijden of informele platformcontroles.
Campagnes voor jongeren zullen waarschijnlijk moeten worden ontworpen met aantoonbare leeftijdssegmentatie, duidelijke toestemmingsprocessen en regionale verschillen in uitvoering. Eén wereldwijde campagne-instelling volstaat steeds minder.
Frankrijk en de VAE leggen de minimumleeftijd op 15 jaar. Daarmee sluit de ontwikkeling aan bij Australië, waar sinds december 2024 een verbod geldt voor gebruikers onder de 16 .
Voor merken betekent dit dat kinderen onder de 15 in deze markten niet langer rechtstreeks via persoonlijke socialmedia-accounts kunnen worden benaderd. De grens raakt niet alleen betaalde advertenties, maar ook influenceractiviteiten, communitybeheer en organische content.
Merken zullen waarschijnlijk meer nadruk leggen op:
De uitzondering voor ouderbeheerde accounts in de VAE laat bovendien zien dat de juridische vraag niet alleen is wie in beeld komt, maar ook wie het account bezit en beheert .
Het Italiaanse wetsvoorstel richt zich op de mechanismen die bepalen welke content gebruikers te zien krijgen . Daardoor kunnen niet alleen advertenties zelf, maar ook aanbevelingssystemen, influencercontent en programmatic plaatsingen onder een vergrootglas komen te liggen.
Merken zullen moeten kunnen uitleggen waarom content aan een bepaalde groep wordt aanbevolen en welke bescherming geldt wanneer minderjarigen ermee in aanraking komen.
De VAE koppelen de twaalfmaandstermijn aan de mogelijkheid van volledige blokkering van platforms . Dat creëert een harde deadline voor het opschonen van gebruikersbestanden, het invoeren van identiteitscontroles en het aanpassen van advertentie-instellingen.
Voor merken is platformcompliance daarmee geen uitsluitend technisch of juridisch project meer. Ook mediaplanning, creatorcontracten, dataverwerking en campagnegoedkeuring moeten erop worden afgestemd.
In de oorspronkelijke vraag werden een jaarlijkse Europese socialmedia-advertentiemarkt van € 35,5 miljard en een voorspelde daling van £ 1,3 miljard in de Britse digitale advertentiebestedingen genoemd. Deze cijfers konden niet onafhankelijk worden geverifieerd op basis van de bronnen die voor dit overzicht zijn gebruikt. Hoewel dergelijke bedragen geregeld in sectoranalyses worden genoemd, konden de precieze bron en methode niet worden bevestigd.
Ook de planning is niet overal definitief. In Frankrijk kan constitutionele toetsing de invoering beïnvloeden. In Japan gaat het nog om voorstellen en mogelijk toekomstige wetswijzigingen. Merken doen er daarom goed aan officiële aankondigingen en lokale uitvoeringsrichtlijnen te blijven volgen.
De richting is wel duidelijk: overheden verschuiven de verantwoordelijkheid voor online jeugdbescherming steeds meer naar platforms en, indirect, naar de merken die daarop adverteren. Wie jongeren wil blijven bereiken, zal niet alleen creatiever maar vooral aantoonbaar zorgvuldiger moeten werken.