Vanaf 2021 konden spelers in Pokémon Go korte video’s maken van hun omgeving. Dat gebeurde onder meer bij het nomineren of verbeteren van een PokéStop: een herkenbare plek in de echte wereld die in het spel als locatie fungeert. In ruil voor de scans kregen spelers in-game beloningen, zoals Poké Balls en Stardust .
Op zichzelf leek zo’n opdracht onschuldig en kleinschalig. Maar miljoenen spelers filmden op die manier straten, parken, pleinen en soms binnenruimtes. In de loop der jaren zou dat hebben geleid tot ongeveer 30 miljard gegeotagde scans van de fysieke wereld .
Niantic gebruikte deze gegevens voor de ontwikkeling van een Visual Positioning System (VPS). Zo’n systeem vergelijkt een livebeeld van een camera met een gedetailleerde 3D-kaart. Aan de hand van gebouwen, terreinvormen en andere visuele kenmerken kan het vervolgens de locatie, hoogte en kijkrichting bepalen — ook wanneer een satellietsignaal ontbreekt .
Dat is vooral relevant in zogenoemde GPS-ontzegde omgevingen: plaatsen waar GPS wordt verstoord, nagebootst of simpelweg niet beschikbaar is. De techniek kan daar een alternatief of aanvulling op satellietnavigatie bieden.
De link met defensietechnologie ontstond mede door een reorganisatie van Niantic. Nadat Scopely in 2025 de gamingactiviteiten van Niantic had overgenomen, werd de geospatiale technologie ondergebracht bij een afzonderlijk bedrijf: Niantic Spatial. Dat bedrijf kreeg ook de beschikking over de opgebouwde VPS-technologie en de bijbehorende dataset .
In december 2025 kondigden Niantic Spatial en Vantor een samenwerking aan. Vantor heette daarvoor Maxar Intelligence en richt zich op geospatiale inlichtingen en defensietoepassingen. Het doel was een geïntegreerd positioneringssysteem te ontwikkelen waarmee lucht- en grondplatforms zonder GPS kunnen navigeren .
In juni 2026 beschreven de bedrijven hun plannen in een gezamenlijk bericht over een gedeeld coördinatensysteem voor operaties in GPS-ontzegde omstandigheden . Daarbij worden Niantic Spatial’s grondgebaseerde VPS en Vantors Raptor-software voor visuele positionering vanuit de lucht gecombineerd. Raptor is bedoeld voor autonome drones en andere platformen .
Vantors positie binnen het Amerikaanse overheids- en defensielandschap werd in mei 2026 verder onderstreept door een contract ter waarde van 70 miljoen dollar. De National Geospatial-Intelligence Agency (NGA) kende het bedrijf een eerste optiejaar toe voor het beheren en verbeteren van GEGD Pro, een commercieel platform voor geospatiale inlichtingen dat volgens Vantor 1,2 miljoen overheidsgebruikers bij meer dan 250 organisaties bedient . Dat contract gaat over een breder inlichtingenplatform en bewijst op zichzelf niet dat Pokémon Go-data in militaire systemen is gebruikt.
Daar ligt de kern van het conflict. Niantic Spatial ontkent dat Pokémon Go-data rechtstreeks is gebruikt om modellen voor militaire drones te trainen. Tegenover IGN benadrukte het bedrijf bovendien dat de overeenkomst met Vantor nog in een vroeg stadium verkeert .
Vantor ontkent het gebruik van Pokémon Go-beelden zelf. Toen het bedrijf werd gevraagd of een ingezet navigatiemodel was getraind met de van Pokémon Go afgeleide dataset van Niantic, weigerde het dat volgens de berichtgeving te bevestigen of te ontkennen .
Beide bedrijven verwijzen naar de gebruikersvoorwaarden. Daarin zouden bepalingen staan die dataverzameling en gebruik voor ‘spatial mapping’ en technologieën van partners toestaan .
Critici vinden dat onvoldoende. Spelers kregen een spelbeloning voor het maken van scans, niet een duidelijke uitleg dat hun beelden mogelijk konden bijdragen aan navigatiesystemen voor militaire toepassingen . Algemene voorwaarden zijn volgens privacyvoorvechters te breed en te juridisch om in dit geval van geïnformeerde toestemming te spreken .
De controverse wordt ingewikkelder doordat moderne AI-modellen de oorspronkelijke trainingsgegevens niet bewaren als een overzichtelijke verzameling bestanden. Nadat gegevens in een model zijn verwerkt, is het doorgaans praktisch onmogelijk om precies aan te wijzen welk beeld of welke dataset een bepaalde uitkomst heeft beïnvloed.
Zelfs als de bedrijven gelijk hebben dat ruwe Pokémon Go-beelden niet rechtstreeks in een militair model zijn geladen, blijft de vraag welke rol de onderliggende VPS-technologie speelde. Die technologie zou immers zijn gebouwd en verfijnd met behulp van de circa 30 miljard scans, waarna zij in de samenwerking met Vantor wordt geïntegreerd .
Een onafhankelijke auditor kan een gesloten AI-model niet eenvoudig openen om de herkomst van afzonderlijke kennis vast te stellen. De modelgewichten en trainingsprocessen zijn bedrijfseigendom. Daardoor ontstaat een verantwoordingsprobleem: een bedrijf kan het gebruik van een specifieke dataset ontkennen, terwijl een systeem wel voortbouwt op technologie die met die dataset is ontwikkeld .
De Pokémon Go-kwestie staat daarmee voor een breder verschijnsel dat vaak function creep wordt genoemd: gegevens worden uiteindelijk voor een ander doel gebruikt dan waarvoor gebruikers ze oorspronkelijk aanleverden. Een scan die begon als onderdeel van een vrolijke gamefunctie kan via bedrijfsdeals en technologische doorontwikkeling terechtkomen in systemen voor navigatie in conflictgebieden .
De opvallende keten ziet er volgens de berichtgeving als volgt uit: een game spelen → een PokéStop scannen → een wereldwijde 3D-kaart opbouwen → geospatiale AI ontwikkelen → samenwerken met een defensiebedrijf → technologie geschikt maken voor autonome militaire platformen .
De belangrijkste vraag is daarom niet alleen of Pokémon Go-beelden rechtstreeks een militaire drone hebben getraind. Het gaat ook om de vraag of een algemene ‘ik ga akkoord’-knop voldoende is wanneer gegevens via meerdere bedrijven en toepassingen uiteindelijk in een defensieketen kunnen belanden. Privacyonderzoekers en belangenorganisaties pleiten daarom voor strengere grenzen aan secundair gebruik van via games verzamelde data, zeker wanneer autonome systemen of militaire toepassingen in beeld komen .
Vanaf 2021 konden spelers in Pokémon Go korte video’s maken van hun omgeving. Dat gebeurde onder meer bij het nomineren of verbeteren van een PokéStop: een herkenbare plek in de echte wereld die in het spel als locatie fungeert. In ruil voor de scans kregen spelers in-game beloningen, zoals Poké Balls en Stardust .
Op zichzelf leek zo’n opdracht onschuldig en kleinschalig. Maar miljoenen spelers filmden op die manier straten, parken, pleinen en soms binnenruimtes. In de loop der jaren zou dat hebben geleid tot ongeveer 30 miljard gegeotagde scans van de fysieke wereld .
Niantic gebruikte deze gegevens voor de ontwikkeling van een Visual Positioning System (VPS). Zo’n systeem vergelijkt een livebeeld van een camera met een gedetailleerde 3D-kaart. Aan de hand van gebouwen, terreinvormen en andere visuele kenmerken kan het vervolgens de locatie, hoogte en kijkrichting bepalen — ook wanneer een satellietsignaal ontbreekt .
Dat is vooral relevant in zogenoemde GPS-ontzegde omgevingen: plaatsen waar GPS wordt verstoord, nagebootst of simpelweg niet beschikbaar is. De techniek kan daar een alternatief of aanvulling op satellietnavigatie bieden.
De link met defensietechnologie ontstond mede door een reorganisatie van Niantic. Nadat Scopely in 2025 de gamingactiviteiten van Niantic had overgenomen, werd de geospatiale technologie ondergebracht bij een afzonderlijk bedrijf: Niantic Spatial. Dat bedrijf kreeg ook de beschikking over de opgebouwde VPS-technologie en de bijbehorende dataset .
In december 2025 kondigden Niantic Spatial en Vantor een samenwerking aan. Vantor heette daarvoor Maxar Intelligence en richt zich op geospatiale inlichtingen en defensietoepassingen. Het doel was een geïntegreerd positioneringssysteem te ontwikkelen waarmee lucht- en grondplatforms zonder GPS kunnen navigeren .
In juni 2026 beschreven de bedrijven hun plannen in een gezamenlijk bericht over een gedeeld coördinatensysteem voor operaties in GPS-ontzegde omstandigheden . Daarbij worden Niantic Spatial’s grondgebaseerde VPS en Vantors Raptor-software voor visuele positionering vanuit de lucht gecombineerd. Raptor is bedoeld voor autonome drones en andere platformen .
Vantors positie binnen het Amerikaanse overheids- en defensielandschap werd in mei 2026 verder onderstreept door een contract ter waarde van 70 miljoen dollar. De National Geospatial-Intelligence Agency (NGA) kende het bedrijf een eerste optiejaar toe voor het beheren en verbeteren van GEGD Pro, een commercieel platform voor geospatiale inlichtingen dat volgens Vantor 1,2 miljoen overheidsgebruikers bij meer dan 250 organisaties bedient . Dat contract gaat over een breder inlichtingenplatform en bewijst op zichzelf niet dat Pokémon Go-data in militaire systemen is gebruikt.
Daar ligt de kern van het conflict. Niantic Spatial ontkent dat Pokémon Go-data rechtstreeks is gebruikt om modellen voor militaire drones te trainen. Tegenover IGN benadrukte het bedrijf bovendien dat de overeenkomst met Vantor nog in een vroeg stadium verkeert .
Vantor ontkent het gebruik van Pokémon Go-beelden zelf. Toen het bedrijf werd gevraagd of een ingezet navigatiemodel was getraind met de van Pokémon Go afgeleide dataset van Niantic, weigerde het dat volgens de berichtgeving te bevestigen of te ontkennen .
Beide bedrijven verwijzen naar de gebruikersvoorwaarden. Daarin zouden bepalingen staan die dataverzameling en gebruik voor ‘spatial mapping’ en technologieën van partners toestaan .
Critici vinden dat onvoldoende. Spelers kregen een spelbeloning voor het maken van scans, niet een duidelijke uitleg dat hun beelden mogelijk konden bijdragen aan navigatiesystemen voor militaire toepassingen . Algemene voorwaarden zijn volgens privacyvoorvechters te breed en te juridisch om in dit geval van geïnformeerde toestemming te spreken .
De controverse wordt ingewikkelder doordat moderne AI-modellen de oorspronkelijke trainingsgegevens niet bewaren als een overzichtelijke verzameling bestanden. Nadat gegevens in een model zijn verwerkt, is het doorgaans praktisch onmogelijk om precies aan te wijzen welk beeld of welke dataset een bepaalde uitkomst heeft beïnvloed.
Zelfs als de bedrijven gelijk hebben dat ruwe Pokémon Go-beelden niet rechtstreeks in een militair model zijn geladen, blijft de vraag welke rol de onderliggende VPS-technologie speelde. Die technologie zou immers zijn gebouwd en verfijnd met behulp van de circa 30 miljard scans, waarna zij in de samenwerking met Vantor wordt geïntegreerd .
Een onafhankelijke auditor kan een gesloten AI-model niet eenvoudig openen om de herkomst van afzonderlijke kennis vast te stellen. De modelgewichten en trainingsprocessen zijn bedrijfseigendom. Daardoor ontstaat een verantwoordingsprobleem: een bedrijf kan het gebruik van een specifieke dataset ontkennen, terwijl een systeem wel voortbouwt op technologie die met die dataset is ontwikkeld .
De Pokémon Go-kwestie staat daarmee voor een breder verschijnsel dat vaak function creep wordt genoemd: gegevens worden uiteindelijk voor een ander doel gebruikt dan waarvoor gebruikers ze oorspronkelijk aanleverden. Een scan die begon als onderdeel van een vrolijke gamefunctie kan via bedrijfsdeals en technologische doorontwikkeling terechtkomen in systemen voor navigatie in conflictgebieden .
De opvallende keten ziet er volgens de berichtgeving als volgt uit: een game spelen → een PokéStop scannen → een wereldwijde 3D-kaart opbouwen → geospatiale AI ontwikkelen → samenwerken met een defensiebedrijf → technologie geschikt maken voor autonome militaire platformen .
De belangrijkste vraag is daarom niet alleen of Pokémon Go-beelden rechtstreeks een militaire drone hebben getraind. Het gaat ook om de vraag of een algemene ‘ik ga akkoord’-knop voldoende is wanneer gegevens via meerdere bedrijven en toepassingen uiteindelijk in een defensieketen kunnen belanden. Privacyonderzoekers en belangenorganisaties pleiten daarom voor strengere grenzen aan secundair gebruik van via games verzamelde data, zeker wanneer autonome systemen of militaire toepassingen in beeld komen .