In zijn Global Risk Outlook voor het derde kwartaal van 2026 plaatste Fitch een door AI veroorzaakte beurscorrectie bij de belangrijkste wereldwijde kredietrisico’s voor de nabije toekomst. De kredietbeoordelaar noemde die dreiging naast geopolitieke risico’s, zoals een mogelijk conflict tussen de Verenigde Staten en Iran en verstoring van de Straat van Hormuz .
Fitch wijst op drie kwetsbaarheden: sterk opgelopen technologiewaarderingen, recorduitgaven aan AI-infrastructuur en zeer onzekere rendementen op middellange en lange termijn . De kredietvooruitzichten voor de Verenigde Staten zijn volgens de instelling steeds sterker afhankelijk van het vertrouwen in AI-investeringen. Tegelijkertijd ondervinden consumentgerichte sectoren en private kredietmarkten meer tegenwind .
Er is ook een begrotingsrisico. Als AI op grote schaal banen verdringt, kunnen belastinggrondslagen in ontwikkelde economieën krimpen. Dat zou de financiële positie van overheden verder onder druk zetten, boven op de risico’s in aandelen- en kredietmarkten .
Moody’s Ratings waarschuwde in juli 2026 dat de wereldwijde opbouw van AI-infrastructuur inmiddels ongeveer 1 biljoen dollar per jaar vergt. Die uitgaven verminderen de vrije kasstroom en vergroten de balansrisico’s bij de grootste cloudbedrijven, de zogenoemde hyperscalers. Zelfs bedrijven met grote kasreserves, zoals Amazon, Meta, Alphabet en Microsoft, moeten daarvoor meer gebruikmaken van schuld, aandelenuitgiftes en financiering buiten de balans .
Moody’s noemt een mogelijke correctie van AI-aandelen een van zijn zes belangrijkste kredietrisico’s voor 2026. Een dergelijke neergang zou niet alleen start-ups en chipfabrikanten raken, maar ook datacenters en commercieel vastgoed in technologiehubs. Waarschijnlijk gevolg: strengere financieringsvoorwaarden en een zwakkere economische groei .
De kredietbeoordelaar signaleert daarnaast een mogelijke ‘AI-productiviteitsschok’. Snelle automatisering kan leiden tot brede verliezen van kantoorbanen, waardoor belastinginkomsten dalen en fiscale en maatschappelijke kredietrisico’s toenemen .
In april 2026 verlaagde Moody’s de vooruitzichten voor business development companies (BDC’s) in de private kredietmarkt naar negatief. BDC’s zijn beleggingsvehikels die leningen verstrekken aan vooral middelgrote bedrijven. De aanpassing volgde op een golf van terugbetalingsverzoeken en een hoge schuldenlast .
BDC’s met minstens 15 procent blootstelling aan software- en IT-bedrijven — gebruikt als benadering voor AI-blootstelling — zagen hun beurswaarde sinds het begin van het jaar met 16,8 procent dalen. Bij vehikels met minder dan 10 procent blootstelling was de gemiddelde daling 8,1 procent .
De wereldwijde chipsector kreeg op 21 november 2025 een forse tik nadat het aandeel Nvidia sterk was gedaald. Angst voor een ‘AI-zeepbel’ leidde tot een bredere herwaardering van bedrijven die van de AI-groei profiteren .
Fitch hield zijn vooruitzichten voor de Noord-Amerikaanse halfgeleidersector in december 2025 nog op ‘neutraal’. De verwachting was dat een sterke AI-vraag macro-economische en handelsrisico’s bij consumentgerichte markten zou compenseren . Die balans wordt echter getest nu beleggers de waarderingen opnieuw tegen het licht houden.
Een daling van chipkoersen is op zichzelf geen kredietcrisis. Ze kan wel een belangrijk signaal zijn: als beleggers minder willen betalen voor AI-groei, kunnen de financieringskosten oplopen voor bedrijven die zwaar hebben geïnvesteerd in datacenters, servers en chips.
De uitgaven aan rekenkracht en digitale infrastructuur lopen volgens Moody’s veel sneller op dan de omzet die AI-toepassingen momenteel genereren . Dat verschil maakt het onzeker of investeringen zich op tijd terugverdienen.
Onderzoek van de University of Sydney wijst eveneens op een negatieve relatie tussen buitensporige, bedrijfsspecifieke AI-investeringen en kredietrisico. Overinvestering kan de winstgevendheid aantasten en wijzen op extra risicobereidheid en concurrentiedruk. Het belangrijkste doorgeefkanaal is de kasstroom: verstandige AI-investeringen kunnen de kwaliteit daarvan verbeteren, maar te hoge uitgaven kunnen haar juist verzwakken .
Ook de BIS noemt de houdbaarheid van AI-gerelateerde investeringen een groeiende financiële kwetsbaarheid. Die kwetsbaarheid komt boven op aanhoudende inflatierisico’s en verslechterende overheidsfinanciën .
De financiering van de AI-infrastructuur heeft inmiddels een duidelijke weerslag op de obligatiemarkt. Eind 2025 hadden hyperscalers voor meer dan 100 miljard dollar aan bedrijfsobligaties uitgegeven — ruim drie keer het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren. AI-gerelateerde schuld was toen goed voor ongeveer 30 procent van de nieuwe investment-grade-uitgifte in Amerikaanse dollars .
Analisten van JPMorgan schatten de totale schuld die door AI-bedrijven is uitgegeven op ongeveer 1,2 biljoen dollar. Grote Amerikaanse banken hadden eind 2025 daarnaast ongeveer 450 miljard dollar aan krediettoezeggingen aan AI-gerelateerde bedrijven en sectoren uitstaan; daarvan was 150 miljard dollar daadwerkelijk opgenomen .
In november 2025 begonnen obligatiebeleggers zich zorgen te maken over het grote aanbod. Reuters meldde dat kredietverstrekkers zich terugtrokken uit de markt voor bedrijfsobligaties, wat de financieringskosten kan verhogen en de winst van bedrijven kan drukken .
In juli 2026 liepen de kredietspreads — de extra rente bovenop relatief veilige staatsobligaties — voor technologiebedrijven die de AI-infrastructuur bouwen verder op. Naar verwachting kunnen die spreads nog groter worden naarmate de schulden toenemen. Dat zet zowel zwaar gefinancierde ‘neoclouds’ als de grote hyperscalers onder druk .
Goldman Sachs waarschuwt bovendien dat het aanbod van nieuwe AI-schuld de vraag kan gaan overtreffen. Beleggers zouden tot nu toe vooral naar het rendement kijken en minder naar het kredietrisico van de uitgevers .
Private credit is kredietverlening buiten de traditionele openbare obligatiemarkt, vaak door fondsen, verzekeraars of andere niet-bancaire instellingen. Fitch ziet de beperkte transparantie van deze markt als een groeiend probleem. De snelle uitbreiding van niet-bancaire leningen voor AI-infrastructuur maakt het lastiger om de kwaliteit van leningen en de onderlinge verbanden in kaart te brengen .
Moody’s wijst op de hoge schuldenlast bij beursgenoteerde private kredietvehikels en op de uitstroom uit niet-beursgenoteerde vehikels. Die laatste groep vertegenwoordigt ongeveer 60 procent van de activa in de sector . Moody’s Analytics waarschuwt daarnaast dat de toenemende investeringen van Amerikaanse levensverzekeraars in private credit een mogelijk besmettingskanaal vormen .
De Chicago Fed stelt dat de directe blootstelling van grote banken aan AI-gerelateerde bedrijven over het algemeen beheersbaar is. Het grotere gevaar zit volgens de centrale bank in het zogenaamde staart risico: een uitzonderlijk zware schok die via onderlinge verbindingen toch grote verliezen veroorzaakt. Denk aan problemen bij private kredietfondsen, dalende waarden van datacenters en verliezen op commercieel vastgoed .
De meeste directe risico’s zijn geconcentreerd in de Verenigde Staten, maar Fitch ziet verschillende routes waarlangs de gevolgen internationaal kunnen worden. Daarbij gaat het vooral om grensoverschrijdende technologieketens en private kredietverlening . Een correctie bij Amerikaanse technologiebedrijven kan zo doorwerken naar chipproducenten, energieleveranciers, datacenterbouwers en kredietverstrekkers in andere landen.
De BIS waarschuwt dat AI-gerelateerde financiële kwetsbaarheden een bredere neergang in de kredietcyclus kunnen versterken wanneer tegelijk de inflatie hardnekkig blijft en overheidsbegrotingen verzwakken .
Morgan Stanley benadrukt dat AI op langere termijn de productiviteit en bedrijfsmodellen ingrijpend kan veranderen. Op korte termijn zijn de gevolgen voor kredietmarkten echter concreter: hogere kapitaaluitgaven, meer obligatie-uitgiftes, een oplopende schuldenlast en een groter verschil tussen bedrijven die AI succesvol te gelde maken en bedrijven die vooral investeren in de verwachting van toekomstige inkomsten .
De waarschuwingen betekenen niet dat een wereldwijde kredietcrisis onvermijdelijk is. Wel wijzen ze op een kwetsbare combinatie van hoge verwachtingen, forse investeringen en financiering met geleend geld.
Een correctie zou vooral problematisch worden als meerdere factoren tegelijk optreden: dalende chipkoersen, tegenvallende resultaten bij hyperscalers, hogere rente op nieuwe schuld en liquiditeitsproblemen bij private kredietfondsen. Dan kunnen lagere waarderingen de onderliggende activa aantasten, terwijl bedrijven tegelijk duurder moeten lenen. Via banken, verzekeraars, fondsen en vastgoedmarkten kunnen verliezen zich vervolgens verder verspreiden.
De gezamenlijke boodschap van Fitch, Moody’s, de BIS en de Chicago Fed is daarom vooral een waarschuwing over kapitaaldiscipline. De AI-boom kan duurzaam blijken, maar alleen als inkomsten, productiviteit en kasstromen uiteindelijk in de buurt komen van de enorme investeringen die nu al worden gedaan.