De aandacht voor agentische AI is eveneens veelzeggend. Systemen die zelfstandig plannen kunnen maken en handelingen kunnen uitvoeren via tools of werkprocessen, moeten uitgebreider worden getest dan op de kwaliteit van één antwoord. Zo moet worden onderzocht welke acties zijn toegestaan, hoe het systeem omgaat met dubbelzinnige instructies en of technische beperkingen schadelijke of onbedoelde handelingen kunnen voorkomen.
De partijen willen ook informatie, best practices en governancekaders uitwisselen. Daarmee kunnen technische tests worden verbonden aan praktische beslissingen: welke risico’s moeten worden onderzocht, welke drempelwaarden gelden, wie toegang krijgt tot een model en wat er gebeurt wanneer een ernstige kwetsbaarheid wordt ontdekt.
Dat is een bredere benadering dan alleen de prestaties van een model op benchmarks meten. Een model kan indrukwekkend scoren en toch ongeschikt zijn voor bijvoorbeeld publieke dienstverlening of kritieke infrastructuur als toegangsrechten, monitoring, meldprocedures of menselijk toezicht niet goed geregeld zijn.
Het derde onderdeel is het verkennen van beleidsopties voor betrouwbare toegang tot frontier-modellen. Het uitgangspunt is gecontroleerde beschikbaarheid: zeer krachtige systemen moeten toegankelijk kunnen zijn voor legitiem onderzoek en nuttig werk, maar niet zonder passende waarborgen voor hun mogelijkheden en risico’s.
Het memorandum wijst daarmee op een gelaagde aanpak van AI-veiligheid: test het systeem, deel wat uit die tests wordt geleerd, beperk de toegang waar nodig en leg via governance vast wie verantwoordelijk is.
Anthropics Claude Mythos Preview is een duidelijk voorbeeld van het zogenoemde dual-useprobleem bij frontier-AI. Anthropic zegt dat het bedrijf samen met ongeveer 50 partners binnen Project Glasswing meer dan 10.000 softwarekwetsbaarheden met een hoge of kritieke ernst heeft gevonden in software die van systemisch belang is. Ook meldde het bedrijf dat Mythos kwetsbaarheden — waaronder zero-days — kon opsporen en misbruiken in grote besturingssystemen en browsers.
Die capaciteit kan verdedigers helpen om fouten te vinden voordat criminelen dat doen. Tegelijk kan dezelfde capaciteit de stap van het ontdekken naar het uitbuiten van een kwetsbaarheid verkorten als het model breed wordt vrijgegeven of onvoldoende wordt afgeschermd. Daarom hield Anthropic Mythos via Project Glasswing achter beperkte toegang, in plaats van het model publiek beschikbaar te maken.
De beschikbare informatie bewijst echter niet dat Claude Mythos specifiek de aanleiding was voor het memorandum tussen Singapore en Microsoft. Mythos kan beter worden gezien als een voorbeeld van de snel veranderende risico-omgeving die gestructureerde evaluatie, gecontroleerde toegang en duidelijke governance steeds belangrijker maakt.
De beperkte toegang binnen Project Glasswing is een vorm van risicobeheer. Anthropic gaf een afgebakende groep partners toegang voor defensief beveiligingsonderzoek, in plaats van het model breed te verspreiden. Zo blijft de blootstelling beperkt, terwijl beveiligingsteams wel kunnen onderzoeken waartoe het systeem in staat is.
Beperkte toegang is geen volledig veiligheidssysteem. Daarvoor zijn ook screening, monitoring, veilige verwerking en verantwoord melden nodig. Toch illustreert deze aanpak het principe achter het onderzoek naar betrouwbare toegang in het memorandum: toegang moet aansluiten bij de mogelijkheden en risico’s van een model, en niet worden behandeld alsof ieder frontier-model gewoon een nieuwe publieke softwareversie is.
Een fout opsporen is niet hetzelfde als het probleem oplossen. Singapore’s Cyber Security Agency (CSA) adviseerde organisaties om kwetsbaarheden met een kritieke of hoge ernst te patchen, multifactorauthenticatie op interfaces en gateways in te schakelen en onnodige toegangsrechten opnieuw te beoordelen. Zulke maatregelen verkleinen de kans dat aanvallers zwakke plekken misbruiken terwijl organisaties onderzoek doen en herstelwerk uitvoeren.
De beschikbare informatie biedt bovendien onvoldoende basis om te zeggen dat ongeveer 10.000 bevindingen van Mythos grotendeels zijn verholpen. Een latere beoordeling meldde dat 1.596 kwetsbaarheden bij onderhoudsteams waren gemeld, maar dat er slechts 97 waren opgelost. Dat betekent niet dat het project geen defensieve waarde had, wel dat beweringen dat “veel” van de bevindingen zijn gerepareerd voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd.
De belangrijkste les is dus niet alleen technisch, maar ook organisatorisch: AI-veiligheid vereist een proces om risico’s te herkennen, ze verantwoord te melden, herstelwerk te prioriteren en de blootstelling te beperken zolang een oplossing nog ontbreekt.
Microsoft brengt ervaring mee met de ontwikkeling van frontier-modellen, bedrijfsinfrastructuur en de praktische evaluatie en beheersing van toegang tot AI-systemen. De geformuleerde reikwijdte van het memorandum is echter breder dan één model van Microsoft: het gaat om benaderingen voor veiligheidstests en betrouwbare toegang tot frontier-modellen in het algemeen.
De aangeleverde informatie onderbouwt enkele specifiekere beweringen niet als formele onderdelen van deze overeenkomst. Dat geldt onder meer voor claims over Microsofts MAI-model, toegang via Azure AI Foundry tot modellen van OpenAI en Anthropic, en vergelijkbare afspraken met het UK AI Security Institute of het Amerikaanse Centre for AI Standards and Innovation. Deze details moeten daarom niet worden gepresenteerd als toezeggingen die onder het Singaporese memorandum vallen.
Alles bij elkaar vormen de onderdelen van de overeenkomst een praktische veiligheidsketen:
Dat is de kern van het memorandum. De overeenkomst maakt frontier-AI niet vanzelf veilig en neemt de risico’s die Claude Mythos zichtbaar maakt niet weg. Wel verbindt ze technische evaluatie aan toegangsbeheer en cybersecurity. Het doel is om geavanceerde AI veiliger, betrouwbaarder en beter controleerbaar te maken voordat hoge prestaties worden verward met daadwerkelijke gebruiksgereedheid.