The Moscow Times en RBC-Ukraine omschreven de aankondiging als een voorbereiding op nog eens drie oorlogsjaren . De begrotingscijfers voor 2026 geven die interpretatie extra gewicht: Rusland richt zijn overheidsfinanciën structureel in op een langdurig conflict, ondanks de toenemende economische kosten.
De Russische federale begroting besteedde in 2025 ongeveer 16 biljoen roebel aan de oorlog en andere militaire uitgaven, goed voor circa 7,5% van het bruto binnenlands product . In de goedgekeurde begroting voor 2026–2028 gaat volgens beschikbare ramingen ongeveer 40% van de totale federale uitgaven naar de strijdkrachten en veiligheidsdiensten. Dat komt neer op circa 16,84 biljoen roebel, of ongeveer 238 miljard dollar .
Dat bedrag is bovendien niet noodzakelijk het eindpunt. Bloomberg meldde in juni 2026 dat Rusland de oorlog uitgaven in 2026 met nog eens 4 tot 5 biljoen roebel wil verhogen — ongeveer 40% bovenop de oorspronkelijke begroting . Volgens Reuters kan de totale federale uitgaven in 2026 daardoor oplopen tot 45,11 biljoen roebel .
De begrotingswet voor 2026 ging uit van een tekort van ongeveer 3,78 tot 3,8 biljoen roebel, oftewel 1,6% van het bbp. Daarmee zou Rusland voor het vijfde jaar op rij een begrotingstekort hebben .
De ontwikkeling in de eerste maanden wijst echter op een veel groter gat. Tussen januari en mei 2026 bedroeg het cumulatieve tekort al 6,01 biljoen roebel, of 2,6% van het bbp. Dat is anderhalf keer het officiële tekortdoel voor het hele jaar . Reuters meldde op 16 juli dat het tekort in 2026 mogelijk meer dan 1 biljoen roebel boven de begrotingsraming uitkomt — ongeveer 12,85 miljard dollar . De Financial Times schatte het tekort op de oorlogs- en defensiebegroting op circa 28 miljard dollar .
Moskou probeert de oplopende rekening op verschillende manieren te financieren. De btw is vanaf 2026 verhoogd van 20% naar 22%. Dat is de grootste belastingmaatregel die specifiek bedoeld is om de gevolgen van de hogere oorlogsuitgaven en dalende olie- en gasinkomsten op te vangen .
Daarnaast wil de Russische overheid 2 tot 3 biljoen roebel lenen op de binnenlandse markt . Binnenlandse staatsleningen zijn daarmee feitelijk de belangrijkste — en volgens sommige analyses vrijwel enige — bron van financiering van het tekort . Tegelijkertijd zal de jaarlijkse begrotingspost voor het aflossen en beheren van de staatsschuld in 2026 naar verwachting meer dan twee keer zo hoog zijn als vóór de oorlog .
Een tijdelijke stijging van de olieprijzen, mede door het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran, gaf de inkomsten een impuls. Daardoor liet Moskou in maart plannen vallen om 10% te bezuinigen op niet-gevoelige uitgaven . Die verlichting neemt de onderliggende druk op de begroting echter niet weg.
De Russische regering bereidde begin 2026 een korting van 10% voor op zogenoemde niet-gevoelige uitgaven. Defensie en sociale uitgaven zouden daarbij worden ontzien . De maatregel werd uiteindelijk opgeschort nadat de olieprijzen waren gestegen.
Toch blijft de verdeling van de middelen duidelijk in het voordeel van defensie. Sociaal beleid krijgt ongeveer 16% van de begrotingsuitgaven, tegenover circa 30% voor defensie alleen, dus zonder de bredere veiligheidsuitgaven mee te tellen . Het Bulletin van de Bank of Finland concludeerde dat civiele economische prioriteiten daardoor stelselmatig worden verdrongen .
Reuters' Breakingviews omschreef de militaire uitgaven als een last die de centrale begroting verstikt. Volgens de column voert Poetin de oorlog ten koste van de rijkdom van zijn land .
De combinatie van een meerjarige begroting waarin defensie vooropstaat, snel oplopende tekorten en afhankelijkheid van belastingverhogingen en binnenlandse leningen wijst op een Kremlin dat zich voorbereidt op een langdurige oorlog, in elk geval tot 2028 .
De boodschap van Poetin voor 2027–2029 sluit daarmee aan op de financiële realiteit van 2026:
Het beeld is dus niet dat Rusland simpelweg één jaar extra geld uittrekt voor de oorlog. De begrotingsplanning laat eerder zien dat Moskou rekening houdt met een conflict dat nog jaren kan voortduren — en met een steeds hogere prijs voor de rest van de economie.