Daarmee bouwt hij voort op waarschuwingen uit juni. Toen zei Kazimir dat inflatie die zich door de economie verspreidt de ECB ertoe zal dwingen de rente verder te verhogen. Ook zag hij de prijsdruk niet vanzelf verdwijnen zonder ingrijpen .
De kern van Kazimirs argument is het risico op tweede-ronde-effecten. Daarmee wordt bedoeld dat een aanvankelijke prijsstijging — bijvoorbeeld door duurdere olie en gas — vervolgens leidt tot hogere lonen en bredere prijsverhogingen.
Kazimir stelt dat deze effecten zich al beginnen te manifesteren en zonder optreden van de ECB kunnen aanhouden . Hogere energiekosten werken volgens hem door in de lonen en in de prijzen van andere goederen en diensten. Zelfs een mogelijk vredesakkoord tussen de Verenigde Staten en Iran zou de inflatie niet zonder verdere renteverhogingen snel terugbrengen naar 2% .
Kazimir heeft bovendien gezegd dat de ECB niet zal aarzelen om in te grijpen als het risico bestaat dat de inflatie langere tijd boven de doelstelling blijft .
Zijn standpunt is duidelijk havikachtig — een term die in de financiële wereld wordt gebruikt voor beleidsmakers die vooral de inflatie willen bestrijden, ook als dat ten koste kan gaan van de groei.
Daar staat onder meer ECB-bestuurslid Kocher tegenover. Die zei op 24 juli dat hij nog geen hard bewijs van tweede-ronde-effecten ziet. Tegelijk benadrukte hij dat de ECB zal handelen als de inflatievooruitzichten verslechteren .
Ook ECB-president Christine Lagarde hield de opties open. Na het rentebesluit van juli zei zij dat sommige bestuurders zich hadden afgevraagd of een nieuwe verhoging al passend was. De beslissing om de rente ongewijzigd te laten was unaniem, maar de discussie binnen de Raad van Bestuur was dus wel degelijk aanwezig .
Tijdens de vergadering van 22 en 23 juli hield de ECB de depositorente op 2,25%. In haar verklaring zei de centrale bank de intensiteit en duur van de energieschok nauwlettend te volgen, evenals de indirecte en tweede-ronde-effecten ervan .
Dat taalgebruik liet de deur open voor nieuwe renteverhogingen. De pauze in juli werd door de financiële markten daarom eerder gezien als een tussenstap dan als het definitieve einde van de verhogingscyclus. Volgens Reuters rekenden markten op ongeveer twee extra renteverhogingen voor het einde van 2026, te beginnen tijdens de vergadering van 9 en 10 september .
De ontwikkeling betekent een scherpe draai ten opzichte van 2025, toen de ECB de rente gedurende een groot deel van het jaar verlaagde. Na de eerste verhoging in juni 2026 volgde in juli een pauze — maar nog geen duidelijke aanwijzing dat de rente haar piek heeft bereikt.
De meest recente ramingen van de ECB-staf uit juni 2026 ondersteunen de zorgen over de inflatie .
De hogere inflatie wordt vooral toegeschreven aan de stijgende energieprijzen als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten. Als de olieprijs daalt zoals de termijnmarkten momenteel verwachten, zou de inflatie in 2028 weer naar de ECB-doelstelling van 2% kunnen terugkeren. De centrale bank benadrukt wel dat de vooruitzichten zeer onzeker zijn .
Ook professionele voorspellers hebben hun verwachtingen bijgesteld. In de enquête van de ECB over het tweede kwartaal van 2026 werd de verwachte HICP-inflatie voor 2026 duidelijk verhoogd naar 2,7%. De langetermijnverwachting voor 2030 bleef op 2,0% staan .
Dat is een forse verandering ten opzichte van de ramingen van december 2025. Toen verwachtte de ECB-staf nog een gemiddelde inflatie van 1,9% in zowel 2026 als 2027 . De energieschok als gevolg van het conflict heeft dat beeld in korte tijd volledig veranderd.
Binnen de Raad van Bestuur tekent zich daarmee een duidelijker meningsverschil af:
Een eerder gevoel van consensus binnen de ECB lijkt daardoor onder druk te staan. In het verslag van de vergadering van september 2025 stond nog dat een consensus was ontstaan dat de rente zich op een goede plek bevond en dicht bij het einde van de beleidscyclus was . De nieuwe energieschok heeft die eensgezindheid doorbroken.
Voor financiële markten is vooral van belang of de ECB de woorden van Kazimir omzet in beleid. Een renteverhoging kan de inflatieverwachtingen temperen, maar maakt lenen tegelijk duurder. Dat raakt onder meer bedrijven, huizenkopers en huishoudens met variabele rente.
De ECB moet daarbij een lastige balans vinden. De inflatie ligt volgens de ramingen duidelijk boven de doelstelling, terwijl de economische groei zwak blijft. Een hogere rente kan de prijsdruk afremmen, maar ook de vraag en investeringen verder verzwakken.
Kort samengevat: Kazimir leidt binnen de ECB de roep om een renteverhoging in september. Hij vreest dat hogere energieprijzen via lonen en andere prijzen blijvende inflatie veroorzaken. Het besluit om de rente in juli op 2,25% te houden was unaniem, maar liet ruimte voor nieuwe verhogingen. De inflatiecijfers en marktverwachtingen wijzen momenteel in de richting van verdere verkrapping.
Toch staat niets vast. De ECB zal de komende weken vooral letten op nieuwe inflatiegegevens, waaronder de cijfers over augustus, en op de nieuwe ramingen die in september verschijnen. Ook de ontwikkeling van het conflict in het Midden-Oosten en de energieprijzen kan de beslissing alsnog een andere kant op sturen.