Elke dreigingsactor krijgt een combinatie van twee woorden :
De eerste categorieën zijn:
| Tweede woord | Betekenis |
|---|---|
| CASTLE | Gelieerd aan de Volksrepubliek China |
| ION | Gelieerd aan Iran |
| NEPTUNE | Gelieerd aan Noord-Korea |
| RELIC | Gelieerd aan Rusland |
| COMET | Cybercrimineel |
Het bekendste voorbeeld is APT44, de groep die ook onder de naam Sandworm bekendstaat. In het nieuwe systeem heet die actor SANDWORM RELIC . De naam behoudt daarmee de bekende groepsnaam, terwijl ‘RELIC’ de aan Rusland gelieerde classificatie aangeeft.
GTIG heeft in eerste instantie enkele tientallen van de actiefste groepen opnieuw benoemd. Andere groepen volgen stapsgewijs . Voor clusters waarvan de identiteit nog niet voldoende is vastgesteld, blijft Google de aanduiding UNC gebruiken. Dat staat voor ‘uncategorized’, oftewel nog niet gecategoriseerd .
Voor beveiligingsteams betekent de overstap niet dat bestaande onderzoeksinformatie verloren gaat. Oude namen blijven in het Google Threat Intelligence-platform geïndexeerd en doorzoekbaar. Ook koppelingen met MITRE ATT&CK en aliassen die andere beveiligingsleveranciers gebruiken, blijven behouden .
Dat is belangrijk bij incidentrespons: analisten moeten nieuwe Google-namen kunnen terugvinden in oudere rapporten, waarschuwingen en systemen waarin nog APT- of UNC-codes staan.
De stap past in een bredere ontwikkeling binnen de beveiligingssector. Microsoft gebruikt namen die verwijzen naar weersverschijnselen, CrowdStrike werkt met dierennamen en Palo Alto Networks kiest voor een systeem gebaseerd op sterrenbeelden .
Google kiest daarbij voor een eigen aanpak, in plaats van aan te sluiten bij het initiatief voor een gezamenlijke naamgevingsstandaard dat Microsoft eerder voortrok . Of verschillende leveranciers uiteindelijk één gezamenlijke standaard gaan gebruiken, blijft daarmee onzeker. Voor verdedigers is vooral van belang dat de koppelingen tussen de verschillende namen duidelijk blijven — zeker wanneer tijdens een aanval iedere seconde telt.