Volgens het Syrische staatspersbureau SANA vielen Israëlische troepen voor zonsopgang de dorpen Maariyah (Maariya) en al-Arda (Al-Ardah/Al-Aridah) binnen.
De troepenmacht bestond uit drie militaire voertuigen en een bulldozer. Ze openden een weg in het gebied en richtten een militaire post op in al-Ardah. Israëlische troepen beschoten ook gebieden in de provincies Quneitra en Daraa in combinatie met de grondoperatie. Het Syrische Al-Ekhbariya-kanaal en SANA berichtten beiden over de operatie als de laatste in een reeks escalerende Israëlische grondactiviteiten in het Yarmouk-bekken.
Op 25 juli 2026 bekritiseerde António Guterres tijdens een tweedaags bezoek aan Damascus — zijn eerste als VN-chef — expliciet de Israëlische acties in het zuiden van Syrië. Guterres stelde dat "elke schending van de territoriale integriteit van Syrië onaanvaardbaar is" en benadrukte dat de Golanhoogte Syrisch grondgebied is. Hij riep de internationale gemeenschap op om het Syrische volk te steunen en drong aan op een einde aan de Israëlische schendingen.
Op 26 juli ging Guterres verder en kondigde aan dat de VN later die maand een gedetailleerd rapport aan de VN-Veiligheidsraad zou voorleggen over Israëlische schendingen in Syrië. Hij noemde schendingen van de Syrische soevereiniteit "onaanvaardbaar" en drong aan op naleving van het Disengagement-akkoord van 1974.
Na de val van het Assad-regime in december 2024 heeft Israël zijn militaire aanwezigheid in Syrië drastisch opgevoerd:
De inval van 26 juli is dus geen op zichzelf staande gebeurtenis, maar de nieuwste in een aanhoudende, multi-frontale Israëlische campagne van grondinvasies, luchtaanvallen en territoriale consolidatie die al meer dan 19 maanden na de val van Assad onverminderd doorgaat.