MetLife Stadium gebruikt normaal kunstgras voor de thuiswedstrijden van de New York Giants en New York Jets . Voor WK-wedstrijden schrijft FIFA natuurgras voor. Daarom werd het veld vanaf mei 2026 ingrijpend aangepast.
Op de bestaande basis kwamen ongeveer zeshonderd rollen Tahoma 31-bermudagras, geteeld in North Carolina . De aanleg omvatte onder meer drainage, zandlagen, verwarming onder het veld en ledverlichting om het gras te laten doorgroeien. Volgens FIFA was de aanpak het resultaat van meer dan vijf jaar onderzoek en samenwerking met gespecialiseerde grasleveranciers .
De kritiek begon tijdens de eerste wedstrijden in het stadion en draaide telkens om dezelfde punten: een droge toplaag, weinig tempo en een ondergrond die eerder aan kunstgras of beton deed denken.
De klachten gingen niet alleen over comfort. Een droge en stugge ondergrond kan het tempo uit een wedstrijd halen, de bal minder voorspelbaar laten rollen en de manier beïnvloeden waarop spelers draaien, versnellen en passen. De aangeleverde bronnen tonen wel de uitgesproken kritiek van spelers en coaches, maar leveren geen onafhankelijke vaststelling dat de grasmat daadwerkelijk onveilig was.
FIFA wees de kritiek nadrukkelijk van de hand. De wereldvoetbalbond stelde in meerdere verklaringen dat alle zestien WK-velden, inclusief de tijdelijke grasmat in New York en New Jersey, in “uitstekende” staat verkeerden en aan de strenge FIFA-normen voldeden .
FIFA benadrukte bovendien dat er meer dan vijf jaar was gewerkt aan onderzoek, tests en technische innovatie met gespecialiseerde veldexperts . In plaats van te spreken over een fout in de aanleg, wees de bond vooral op het seizoensweer en de zomerse hitte als verklaring voor de klachten over de droogte van het veld .
Daarmee stonden twee lezingen tegenover elkaar: spelers en coaches beschreven wat zij onder hun voeten voelden, terwijl FIFA verwees naar technische normen en eigen controles.
De finale tussen titelverdediger Argentinië en Spanje was de zwaarst mogelijke proef voor de omstreden grasmat. Het veld was ongeveer twee maanden eerder aangelegd en had tegen die tijd al acht wedstrijden en de zomerhitte moeten doorstaan.
Ook buiten het veld waren de belangen uitzonderlijk groot:
In zo’n decor zou elk slecht stuiterende bal, elke onverwachte rol en elke zichtbare droge plek extra aandacht krijgen. De finale moest dus niet alleen bepalen wie de wereldtitel veroverde, maar fungeerde ook als examen voor FIFA’s tijdelijke grasstrategie.
De kwestie rond MetLife Stadium laat een structureel probleem zien: meerdere NFL-stadions zijn ontworpen rond kunstgras, terwijl het mondiale voetbal op het hoogste niveau een natuurlijke, consistente ondergrond verlangt. Voor het WK werden zulke locaties tijdelijk omgebouwd, met transport van gras, extra infrastructuur en technische voorzieningen.
In New Jersey botste die ambitieuze oplossing met de ervaring van spelers op het veld. Zolang FIFA en de teams die ervaring verschillend beoordelen, blijft de vraag hangen of tijdelijke grasmatten in Americanfootballstadions de standaard van topvoetbal echt kunnen halen. De finale tussen Argentinië en Spanje maakte van die vraag een wereldwijd bekeken praktijktest.