De rally zette zich door in juli. Op 3 juli bereikte de index opnieuw een recordhoogte van 652,77 punten en stevende af op de grootste wekelijkse winst in meer dan een maand . Dit record werd "ondersteund door winsten in cyclische aandelen", zoals Siemens, doordat beleggers de verwachting van een aanstaande Amerikaanse renteverhoging naar achteren schoven .
De belangrijkste macro-economische katalysator van het kwartaal was het Amerikaanse banenrapport van 2 juli. Het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics rapporteerde dat de economie in juni slechts 57.000 banen had toegevoegd, ver onder de consensusverwachting van 110.000 . De cijfers van de voorgaande twee maanden werden naar beneden bijgesteld met in totaal 74.000 banen . Deze tegenvaller zorgde ervoor dat de verwachtingen van een renteverhoging door de Fed sterk afnamen; de CME FedWatch-data gaven een kans van 75,6% dat de Fed de rente in juli zou handhaven .
Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan zorgde de inflatie in de eurozone voor extra rugwind. Flash-schattingen van Eurostat toonden aan dat de jaarlijkse inflatie in de eurozone in juni daalde tot 2,8%, een daling ten opzichte van 3,2% in mei, mede geholpen door olieprijzen die terugvielen naar het niveau van voor de oorlog . De kerninflatie daalde tot 2,4%, eveneens lager dan verwacht . De combinatie van een afkoelende Amerikaanse arbeidsmarkt en dalende inflatie in de eurozone stuwde de Europese aandelenkoersen, doordat de angst voor wereldwijde renteverhogingen wegebde.
In tegenstelling tot het marktverhaal van renteverlagingen, verhoogde de Europese Centrale Bank (ECB) de rente juist tijdens het kwartaal. Op 11 juni 2026 verhoogde de ECB haar drie belangrijkste rentetarieven met 25 basispunten – de eerste verhoging sinds 2023 – waarmee de depositorente op 2,25% kwam . De ECB noemde "hardnekkige inflatie in de dienstensector en een veerkrachtige economie" als redenen voor deze stap . Dit besluit ging in tegen een peiling van Reuters van december 2025, waarin alle 96 ondervraagde economen verwachtten dat de rente tot eind 2026 gelijk zou blijven . De positieve macro-economische impuls voor aandelen kwam dus van Amerikaanse zijde, niet van de ECB.
Technologieaandelen waren een belangrijke aanjager van de kwartaalwinst van de STOXX 600. Reuters berichtte dat op 30 juni "technologieaandelen de aanval leidden met een winst van 2,5%" en hun grootste kwartaalwinst sinds 2001 boekten . De sector profiteerde van hernieuwd AI-optimisme na een eerdere verkoopgolf .
De rally verbreedde zich in de loop van het kwartaal naar meer sectoren. Op 3 juli zorgden winsten in cyclische aandelen, waaronder industrieel concern Siemens, ervoor dat de STOXX 600 een record bereikte . Ook de records in februari werden ondersteund door stijgingen in de bank- en defensiesector . Op 18 februari steeg de STOXX 600 met 0,8% naar een recordhoogte van 626,36 punten, gedreven door defensie- en bankaandelen .
De wellicht meest ingrijpende katalysator was het voorlopige akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran op 15 juni. Reuters meldde dat de STOXX 600 een recordhoogte bereikte "in het kielzog van een voorlopig akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran om hun conflict te beëindigen en de Straat van Hormuz te heropenen" . Deze de-escalatie wegnam een groot geopolitiek risico en verminderde de zorgen over verstoringen van de energielevering, die de olieprijzen eerder hadden opgedreven.
Een van de grootste M&A-verhalen van het kwartaal was de langdurige overnamestrijd om de Britse budgetluchtvaartmaatschappij easyJet. De Amerikaanse investeerder Castlelake maakte in mei 2026 voor het eerst zijn belangstelling voor easyJet kenbaar . In de weken daarna wees het bestuur van easyJet vier opeenvolgende biedingen af, waaronder een bod van £4,7 miljard (625 pence per aandeel) en een bod van £4,93 miljard (£6,50 per aandeel) .
Op 5 juli werd het vijfde en verbeterde bod van Castlelake van £6,90 per aandeel – waarmee de maatschappij op £5,5 miljard ($7,34 miljard) werd gewaardeerd – eindelijk geaccepteerd, en het bestuur van easyJet stemde in principe in met de overname . Het bod vertegenwoordigde een premie van 73% ten opzichte van de slotkoers van easyJet op 29 mei, toen Castlelake zijn belangstelling voor het eerst kenbaar maakte .
Het aandeel easyJet steeg op 6 juli met 10% en bereikte een vierjarig hoogtepunt . Analisten wezen echter op mogelijke regelgevingshindernissen, zoals de EU-eigendomsregels die vereisen dat luchtvaartmaatschappijen voor een meerderheid in handen zijn van EU- of EER-onderdanen, evenals de noodzaak van goedkeuring door de aandeelhouders . Het aandeel noteerde die dag op £6,14 – nog steeds ruim onder het bodbedrag van £6,90 – wat duidt op enig scepticisme bij beleggers over de voltooiing van de deal .
Claims dat JPMorgan en Barclays hun STOXX 600-doelen tijdens het kwartaal hebben verhoogd, konden binnen het bestek van deze factcheck niet onafhankelijk worden geverifieerd. Evenmin konden specifieke bewegingen zoals Sodexo die zijn omzetverwachting verhoogde, Bayer die zijn Roundup-activiteiten consolideerde, SKF die een joint venture aanging, en Nordea die de winstverwachtingen overtrof, worden bevestigd door de geraadpleegde bronnen. Deze worden als niet-geverifieerd beschouwd.
De rally zette zich door in juli. Op 3 juli bereikte de index opnieuw een recordhoogte van 652,77 punten en stevende af op de grootste wekelijkse winst in meer dan een maand . Dit record werd "ondersteund door winsten in cyclische aandelen", zoals Siemens, doordat beleggers de verwachting van een aanstaande Amerikaanse renteverhoging naar achteren schoven .
De belangrijkste macro-economische katalysator van het kwartaal was het Amerikaanse banenrapport van 2 juli. Het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics rapporteerde dat de economie in juni slechts 57.000 banen had toegevoegd, ver onder de consensusverwachting van 110.000 . De cijfers van de voorgaande twee maanden werden naar beneden bijgesteld met in totaal 74.000 banen . Deze tegenvaller zorgde ervoor dat de verwachtingen van een renteverhoging door de Fed sterk afnamen; de CME FedWatch-data gaven een kans van 75,6% dat de Fed de rente in juli zou handhaven .
Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan zorgde de inflatie in de eurozone voor extra rugwind. Flash-schattingen van Eurostat toonden aan dat de jaarlijkse inflatie in de eurozone in juni daalde tot 2,8%, een daling ten opzichte van 3,2% in mei, mede geholpen door olieprijzen die terugvielen naar het niveau van voor de oorlog . De kerninflatie daalde tot 2,4%, eveneens lager dan verwacht . De combinatie van een afkoelende Amerikaanse arbeidsmarkt en dalende inflatie in de eurozone stuwde de Europese aandelenkoersen, doordat de angst voor wereldwijde renteverhogingen wegebde.
In tegenstelling tot het marktverhaal van renteverlagingen, verhoogde de Europese Centrale Bank (ECB) de rente juist tijdens het kwartaal. Op 11 juni 2026 verhoogde de ECB haar drie belangrijkste rentetarieven met 25 basispunten – de eerste verhoging sinds 2023 – waarmee de depositorente op 2,25% kwam . De ECB noemde "hardnekkige inflatie in de dienstensector en een veerkrachtige economie" als redenen voor deze stap . Dit besluit ging in tegen een peiling van Reuters van december 2025, waarin alle 96 ondervraagde economen verwachtten dat de rente tot eind 2026 gelijk zou blijven . De positieve macro-economische impuls voor aandelen kwam dus van Amerikaanse zijde, niet van de ECB.
Technologieaandelen waren een belangrijke aanjager van de kwartaalwinst van de STOXX 600. Reuters berichtte dat op 30 juni "technologieaandelen de aanval leidden met een winst van 2,5%" en hun grootste kwartaalwinst sinds 2001 boekten . De sector profiteerde van hernieuwd AI-optimisme na een eerdere verkoopgolf .
De rally verbreedde zich in de loop van het kwartaal naar meer sectoren. Op 3 juli zorgden winsten in cyclische aandelen, waaronder industrieel concern Siemens, ervoor dat de STOXX 600 een record bereikte . Ook de records in februari werden ondersteund door stijgingen in de bank- en defensiesector . Op 18 februari steeg de STOXX 600 met 0,8% naar een recordhoogte van 626,36 punten, gedreven door defensie- en bankaandelen .
De wellicht meest ingrijpende katalysator was het voorlopige akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran op 15 juni. Reuters meldde dat de STOXX 600 een recordhoogte bereikte "in het kielzog van een voorlopig akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran om hun conflict te beëindigen en de Straat van Hormuz te heropenen" . Deze de-escalatie wegnam een groot geopolitiek risico en verminderde de zorgen over verstoringen van de energielevering, die de olieprijzen eerder hadden opgedreven.
Een van de grootste M&A-verhalen van het kwartaal was de langdurige overnamestrijd om de Britse budgetluchtvaartmaatschappij easyJet. De Amerikaanse investeerder Castlelake maakte in mei 2026 voor het eerst zijn belangstelling voor easyJet kenbaar . In de weken daarna wees het bestuur van easyJet vier opeenvolgende biedingen af, waaronder een bod van £4,7 miljard (625 pence per aandeel) en een bod van £4,93 miljard (£6,50 per aandeel) .
Op 5 juli werd het vijfde en verbeterde bod van Castlelake van £6,90 per aandeel – waarmee de maatschappij op £5,5 miljard ($7,34 miljard) werd gewaardeerd – eindelijk geaccepteerd, en het bestuur van easyJet stemde in principe in met de overname . Het bod vertegenwoordigde een premie van 73% ten opzichte van de slotkoers van easyJet op 29 mei, toen Castlelake zijn belangstelling voor het eerst kenbaar maakte .
Het aandeel easyJet steeg op 6 juli met 10% en bereikte een vierjarig hoogtepunt . Analisten wezen echter op mogelijke regelgevingshindernissen, zoals de EU-eigendomsregels die vereisen dat luchtvaartmaatschappijen voor een meerderheid in handen zijn van EU- of EER-onderdanen, evenals de noodzaak van goedkeuring door de aandeelhouders . Het aandeel noteerde die dag op £6,14 – nog steeds ruim onder het bodbedrag van £6,90 – wat duidt op enig scepticisme bij beleggers over de voltooiing van de deal .
Claims dat JPMorgan en Barclays hun STOXX 600-doelen tijdens het kwartaal hebben verhoogd, konden binnen het bestek van deze factcheck niet onafhankelijk worden geverifieerd. Evenmin konden specifieke bewegingen zoals Sodexo die zijn omzetverwachting verhoogde, Bayer die zijn Roundup-activiteiten consolideerde, SKF die een joint venture aanging, en Nordea die de winstverwachtingen overtrof, worden bevestigd door de geraadpleegde bronnen. Deze worden als niet-geverifieerd beschouwd.