De wedstrijdleiding oordeelde dat Sainz de procedure voor het terugbrengen in dezelfde ronde onder de safety car had overtreden. Concreet: hij bracht zichzelf terug in dezelfde ronde terwijl hij daar geen recht op had.
Volgens de F1-reglementen mogen auto's die een ronde achterliggen, wanneer de safety car laat in de race wordt ingezet, de safety car inhalen en zich weer achteraan het veld voegen dat op de leidende ronde zit – dit heet 'unlappen'. De cruciale vraag in het geval van Sainz was of hij als een 'achterliggende auto' werd beschouwd op het referentiepunt dat de racecontrol gebruikt om te bepalen welke auto's zichzelf mochten terugbrengen.
De verwarring draaide om de ongebruikelijke ligging van de pitstraatingang van Silverstone. In tegenstelling tot veel circuits, waar de pitstraatingang pas na de start/finishlijn afbuigt, splitst de pitstraat van Silverstone zich vóór de start/finishlijn af van het circuit.
Dit is hoe de gebeurtenissen zich ontvouwden:
Het probleem was dat Sainz op dat moment niet in aanmerking kwam om zichzelf terug te brengen. De timing-anomalie, veroorzaakt door de pitstraatingang, deed het lijken alsof hij op een rechtmatige manier een ronde had gewonnen, maar de wedstrijdleiding oordeelde later dat hij daar volgens de reglementen geen recht op had.
Volgens berichten rondom de race gaf Williams toe dat het team fouten had gemaakt bij het omgaan met de safety-carstatus van Sainz. De twee erkende fouten waren:
Williams aanvaardde dat Sainz feitelijk een ronde had gewonnen waar hij geen recht op had, en het team betwistte de bevinding van de wedstrijdleiding niet.
De beslissing van de wedstrijdleiding was gebaseerd op een eenvoudige conclusie: Sainz had de safety car ingehaald om zichzelf terug te brengen in dezelfde ronde, terwijl hij niet een van de auto's was die dat mochten doen. De ongebruikelijke pitstraatingang van Silverstone droeg bij aan de verwarring, maar de wedstrijdleiding oordeelde dat de reglementen duidelijk waren.
De straf van één ronde was de gekozen sanctie omdat het de onrechtmatig gewonnen ronde in de klassering ongedaan maakte – een meer precieze oplossing dan een tijdstraf in deze context. De straf was niet alleen ongebruikelijk vanwege het type, maar ook omdat deze na de race werd opgelegd, in plaats van tijdens de race.
Sainz finishte 12e op de baan, wat buiten de puntenpositie in de Formule 1 was (alleen de top 10 scoort punten). De straf van één ronde degradeerde hem naar de 17e plaats, maar omdat hij al buiten de punten viel, veranderde de sanctie de puntentoekenning van de race niet.
Met andere woorden: de straf was een statistische curiositeit – het veranderde de finishvolgorde op papier, maar liet de kampioenschapsstand onaangetast.
Het incident is een case study in hoe circuitspecifieke eigenaardigheden kunnen interageren met het dichte reglementenboek van de F1 en tot onverwachte uitkomsten kunnen leiden, en waarom zelfs de meest ongebruikelijke straffen soms niet meer zijn dan een voetnoot in de kampioenschapsstrijd.