AI staat hoog op de zorgenlijst van securityteams. 67% van de respondenten denkt dat aanvallen met AI zijn toegenomen, terwijl 58% AI-gestuurde malware als grootste zorg noemt . Toch benadrukt Bitdefender dat de daadwerkelijke verspreiding van AI-versterkte aanvallen lager ligt dan veel professionals vrezen
.
Dat betekent niet dat het risico theoretisch is: 63% van de organisaties zegt in de afgelopen twaalf maanden een aanval met een AI-component te hebben meegemaakt . Aanvallers gebruiken generatieve AI bovendien om minder ervaren cybercriminelen te ondersteunen en de tijd tussen toegang en schade te verkorten
.
Bijna iedereen — 96% van de ondervraagden — beschouwt generatieve AI als een bedreiging voor cybersecurity. Ruim een derde, 36%, zegt dat het kwaadaardige gebruik ervan versnelt .
Voor het eerst staat attack surface reduction, oftewel het verkleinen van het digitale aanvalsoppervlak, bovenaan de operationele agenda. 68% van de securityleiders vindt het cruciaal om onnodige tools en applicaties uit te schakelen . In de Verenigde Staten ligt dat aandeel op 75% en in Singapore op 71%
.
De verschuiving komt voort uit een simpel probleem: alleen detecteren en reageren is niet langer genoeg. Uit de analyse van Bitdefender blijkt dat 84% van de aanvallen met een hoge ernst gebruikmaakt van living-off-the-land-technieken (LOTL) . Daarbij misbruiken aanvallers legitieme hulpmiddelen die al in een organisatie aanwezig zijn, zoals PowerShell, Windows Management Instrumentation (WMI) en PsExec.
In plaats van systemen met zichtbare malware binnen te dringen, proberen aanvallers steeds vaker in te loggen met gestolen inloggegevens en vertrouwde beheertools. Oftewel: ze breken niet zozeer in, maar loggen in .
Het rapport signaleert een duidelijke bestuurlijke en communicatieve kloof:
Wanneer de prioriteiten van bestuur en operationele teams uiteenlopen, kunnen investeringen verkeerd terechtkomen en blijven praktische beveiligingsproblemen langer liggen .
Een van de meest verontrustende uitkomsten gaat niet over technologie, maar over de omgang met incidenten. 58% van de securityprofessionals zegt opdracht te hebben gekregen een datalek vertrouwelijk te houden, zelfs wanneer zij vonden dat het gemeld moest worden . Dat is 38% meer dan in de bevindingen van Bitdefender uit 2023
. Vooral CISO’s en CIO’s ervaren deze druk vaker dan medewerkers in operationele functies
.
De verschillen tussen landen zijn groot. Singapore staat bovenaan met 75,7%, gevolgd door de Verenigde Staten met 73,8%, het Verenigd Koninkrijk met 58,1%, Italië met 52,8% en Duitsland met 48,4%. Frankrijk rapporteert het laagste aandeel: 35,4% .
Bitdefender waarschuwt dat een cultuur waarin incidenten worden stilgehouden de naleving van regelgeving, het vertrouwen van belanghebbenden en de weerbaarheid op lange termijn kan aantasten .
In het openbare rapport en de bijbehorende blog staat geen afzonderlijke sectie met de titel ‘datasoevereiniteit’. Wel worden de resultaten per land uitgesplitst en komen grensoverschrijdende regelgeving en verplichtingen rond het melden van datalekken aan bod in verband met de bevinding dat 58% onder druk werd gezet om te zwijgen .
De grote regionale verschillen — van 35,4% in Frankrijk tot 75,7% in Singapore — kunnen wijzen op uiteenlopende nationale regelgevingskaders en verwachtingen rond gegevensbeheer. Het beschikbare materiaal bewijst echter niet dat datasoevereiniteit op zichzelf de oorzaak van die verschillen is.
Respondenten konden maximaal drie belangrijke uitdagingen noemen bij het verharden van hun aanvalsoppervlak :
Ook wildgroei aan beveiligingstools en toenemende complexiteit vormen volgens het rapport een belangrijke operationele rem. Het opruimen van ongebruikte beheerdersaccounts, slapende applicaties en overmatige toegangsrechten wordt daarmee een nieuwe verdedigingslinie .
Het rapport schetst een cybersecuritysector die van koers verandert. De belangrijkste conclusies zijn:
Het rapport bevat dus geen aparte analyse van datasoevereiniteit. Wel maken de internationale verschillen en de discussie over meldplichten duidelijk dat regelgeving en nationale verwachtingen een belangrijke context vormen voor de crisis rond verzwegen datalekken.