De bevindingen zijn daarnaast besproken door onder meer The Guardian, Al Jazeera, Le Monde en Anadolu Agency. Ook cijfers van de Verenigde Naties en andere mensenrechtenorganisaties wijzen op een sterke toename van het aantal dodelijke slachtoffers onder Palestijnse minderjarigen.
B’Tselem telt tussen 7 oktober 2023 en eind juni 2026 241 gedode Palestijnse kinderen en tieners op de Westelijke Jordaanoever. In dezelfde periode kwamen daar volgens het rapport minstens 1.086 Palestijnen om het leven .
Een eerdere dataset van B’Tselem, die betrekking had op een andere periode en telmethode, vermeldde in maart 2026 263 gedode minderjarigen tussen 2023 en 2025 . De verschillende totalen onderstrepen dat cijfers in de rapportages niet altijd dezelfde peildatum of definities gebruiken.
Het rapport stelt dat in 2025 54 minderjarigen door Israëlische troepen zijn gedood. B’Tselem omschrijft dat als het hoogste jaarlijkse aantal sinds het begin van de Israëlische bezetting in 1967 .
In de aangeleverde onderliggende cijfers worden voor 2023 en 2024 echter hogere aantallen genoemd — respectievelijk 121 en 92 kinderen . Dat wijst erop dat de bronnen mogelijk verschillende periodes, categorieën of verantwoordelijke partijen hanteren. Het aantal van 54 en de kwalificatie van B’Tselem worden daarom hier weergegeven als de bevinding en formulering van de organisatie zelf.
B’Tselem beschrijft de dodelijke schietpartijen als onderdeel van een structureel beleid. Directeur Yuli Novak zei dat het “wijdverbreide en ongekende doden van Palestijnse kinderen en tieners op de Westelijke Jordaanoever” voortkomt uit een Israëlisch beleid dat het doden van Palestijnen vrijwel zonder verantwoording mogelijk maakt .
Die kritiek wordt volgens het rapport ondersteund door Yesh Din, een Israëlische mensenrechtenorganisatie die de handhaving van het militaire recht volgt. Yesh Din zegt geen aanklachten te kennen tegen Israëlische soldaten voor het doden van Palestijnse minderjarigen op de Westelijke Jordaanoever in deze periode .
Ook de VN waarschuwde in een situatieoverzicht van juni 2026 voor een “veronderstelling van straffeloosheid” in het bezette Palestijnse gebied . Een rapport van de VN is geen strafrechtelijke uitspraak, maar kan wel bijdragen aan het internationale dossier over mogelijke schendingen van het oorlogsrecht .
Het rapport beschrijft niet alleen het gebruik van dodelijk geweld, maar ook wat er daarna gebeurde. B’Tselem documenteerde twaalf gevallen in 2025 waarin kinderen of tieners door geweervuur zwaar gewond raakten en vervolgens soms tientallen minuten zonder medische zorg bleven. Volgens de organisatie hielden Israëlische troepen hulpverleners en ambulances tegen .
Daarnaast noemt B’Tselem gevallen waarin de lichamen van gedode Palestijnen niet aan hun families werden teruggegeven . Het VN-Mensenrechtenbureau documenteerde eerder eveneens situaties waarin medische hulp aan gewonde Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever werd vertraagd of belemmerd; dat gebeurde volgens de VN in minstens 244 gevallen .
Volgens B’Tselem kunnen de dodelijke incidenten op de Westelijke Jordaanoever niet los worden gezien van Israëls militaire campagne in Gaza . Volgens cijfers van het Palestijnse ministerie van Volksgezondheid en VN-bronnen zijn daar sinds oktober 2023 meer dan 21.000 Palestijnse kinderen gedood .
Een afzonderlijke VN-onderzoekscommissie publiceerde op 23 juni 2026 een rapport over het geweld tegen Palestijnse kinderen. De commissie stelde dat Israëlische autoriteiten en veiligheidstroepen kinderen in Gaza doelbewust hebben getroffen en kwalificeerde de beschreven feiten als genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in Gaza; voor de Westelijke Jordaanoever sprak zij van oorlogsmisdaden .
Tussen 7 oktober 2023 en 7 oktober 2025 werden in Gaza volgens de commissie minstens 20.179 kinderen gedood en 44.143 gewond. Kinderen vormden daarmee 30 procent van alle dodelijke slachtoffers in die periode . De Israëlische regering heeft de conclusies van de commissie verworpen .
De recente cijfers passen in een ontwikkeling die volgens Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al-Haq al vóór de huidige oorlog zichtbaar was. Het aantal gedode Palestijnse kinderen op de Westelijke Jordaanoever steeg volgens Al-Haq van 17 in 2021 naar 36 in 2022, 121 in 2023, 92 in 2024 en 54 in 2025 .
B’Tselem had 2023 eerder al omschreven als een uitzonderlijk dodelijk jaar voor kinderen op de Westelijke Jordaanoever. De organisatie stelt nu dat de dodelijke geweldspiraal en het gebrek aan vervolging sindsdien zijn blijven voortduren .
Het rapport van B’Tselem vormt onderdeel van een groeiend archief van documentatie door VN-instellingen en mensenrechtenorganisaties. De rapporten kunnen zelf geen verdachten vervolgen of veroordelen, maar ze kunnen wel worden gebruikt bij onderzoek naar mogelijke schendingen van het internationaal humanitair recht .
De centrale conclusie van B’Tselem is dat het hoge aantal gedode minderjarigen niet uitsluitend kan worden verklaard door afzonderlijke militaire incidenten. Volgens de organisatie wijzen de cijfers, de belemmering van medische hulp, het achterhouden van lichamen en het ontbreken van aanklachten samen op een patroon waarin Palestijnse levens onvoldoende worden beschermd en daders nauwelijks ter verantwoording worden geroepen .
De bevindingen zijn daarnaast besproken door onder meer The Guardian, Al Jazeera, Le Monde en Anadolu Agency. Ook cijfers van de Verenigde Naties en andere mensenrechtenorganisaties wijzen op een sterke toename van het aantal dodelijke slachtoffers onder Palestijnse minderjarigen.
B’Tselem telt tussen 7 oktober 2023 en eind juni 2026 241 gedode Palestijnse kinderen en tieners op de Westelijke Jordaanoever. In dezelfde periode kwamen daar volgens het rapport minstens 1.086 Palestijnen om het leven .
Een eerdere dataset van B’Tselem, die betrekking had op een andere periode en telmethode, vermeldde in maart 2026 263 gedode minderjarigen tussen 2023 en 2025 . De verschillende totalen onderstrepen dat cijfers in de rapportages niet altijd dezelfde peildatum of definities gebruiken.
Het rapport stelt dat in 2025 54 minderjarigen door Israëlische troepen zijn gedood. B’Tselem omschrijft dat als het hoogste jaarlijkse aantal sinds het begin van de Israëlische bezetting in 1967 .
In de aangeleverde onderliggende cijfers worden voor 2023 en 2024 echter hogere aantallen genoemd — respectievelijk 121 en 92 kinderen . Dat wijst erop dat de bronnen mogelijk verschillende periodes, categorieën of verantwoordelijke partijen hanteren. Het aantal van 54 en de kwalificatie van B’Tselem worden daarom hier weergegeven als de bevinding en formulering van de organisatie zelf.
B’Tselem beschrijft de dodelijke schietpartijen als onderdeel van een structureel beleid. Directeur Yuli Novak zei dat het “wijdverbreide en ongekende doden van Palestijnse kinderen en tieners op de Westelijke Jordaanoever” voortkomt uit een Israëlisch beleid dat het doden van Palestijnen vrijwel zonder verantwoording mogelijk maakt .
Die kritiek wordt volgens het rapport ondersteund door Yesh Din, een Israëlische mensenrechtenorganisatie die de handhaving van het militaire recht volgt. Yesh Din zegt geen aanklachten te kennen tegen Israëlische soldaten voor het doden van Palestijnse minderjarigen op de Westelijke Jordaanoever in deze periode .
Ook de VN waarschuwde in een situatieoverzicht van juni 2026 voor een “veronderstelling van straffeloosheid” in het bezette Palestijnse gebied . Een rapport van de VN is geen strafrechtelijke uitspraak, maar kan wel bijdragen aan het internationale dossier over mogelijke schendingen van het oorlogsrecht .
Het rapport beschrijft niet alleen het gebruik van dodelijk geweld, maar ook wat er daarna gebeurde. B’Tselem documenteerde twaalf gevallen in 2025 waarin kinderen of tieners door geweervuur zwaar gewond raakten en vervolgens soms tientallen minuten zonder medische zorg bleven. Volgens de organisatie hielden Israëlische troepen hulpverleners en ambulances tegen .
Daarnaast noemt B’Tselem gevallen waarin de lichamen van gedode Palestijnen niet aan hun families werden teruggegeven . Het VN-Mensenrechtenbureau documenteerde eerder eveneens situaties waarin medische hulp aan gewonde Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever werd vertraagd of belemmerd; dat gebeurde volgens de VN in minstens 244 gevallen .
Volgens B’Tselem kunnen de dodelijke incidenten op de Westelijke Jordaanoever niet los worden gezien van Israëls militaire campagne in Gaza . Volgens cijfers van het Palestijnse ministerie van Volksgezondheid en VN-bronnen zijn daar sinds oktober 2023 meer dan 21.000 Palestijnse kinderen gedood .
Een afzonderlijke VN-onderzoekscommissie publiceerde op 23 juni 2026 een rapport over het geweld tegen Palestijnse kinderen. De commissie stelde dat Israëlische autoriteiten en veiligheidstroepen kinderen in Gaza doelbewust hebben getroffen en kwalificeerde de beschreven feiten als genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in Gaza; voor de Westelijke Jordaanoever sprak zij van oorlogsmisdaden .
Tussen 7 oktober 2023 en 7 oktober 2025 werden in Gaza volgens de commissie minstens 20.179 kinderen gedood en 44.143 gewond. Kinderen vormden daarmee 30 procent van alle dodelijke slachtoffers in die periode . De Israëlische regering heeft de conclusies van de commissie verworpen .
De recente cijfers passen in een ontwikkeling die volgens Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al-Haq al vóór de huidige oorlog zichtbaar was. Het aantal gedode Palestijnse kinderen op de Westelijke Jordaanoever steeg volgens Al-Haq van 17 in 2021 naar 36 in 2022, 121 in 2023, 92 in 2024 en 54 in 2025 .
B’Tselem had 2023 eerder al omschreven als een uitzonderlijk dodelijk jaar voor kinderen op de Westelijke Jordaanoever. De organisatie stelt nu dat de dodelijke geweldspiraal en het gebrek aan vervolging sindsdien zijn blijven voortduren .
Het rapport van B’Tselem vormt onderdeel van een groeiend archief van documentatie door VN-instellingen en mensenrechtenorganisaties. De rapporten kunnen zelf geen verdachten vervolgen of veroordelen, maar ze kunnen wel worden gebruikt bij onderzoek naar mogelijke schendingen van het internationaal humanitair recht .
De centrale conclusie van B’Tselem is dat het hoge aantal gedode minderjarigen niet uitsluitend kan worden verklaard door afzonderlijke militaire incidenten. Volgens de organisatie wijzen de cijfers, de belemmering van medische hulp, het achterhouden van lichamen en het ontbreken van aanklachten samen op een patroon waarin Palestijnse levens onvoldoende worden beschermd en daders nauwelijks ter verantwoording worden geroepen .