Die tegenstelling — sterkere kredietvolumes tegenover een krappere kredietverlening — is de belangrijkste ontwikkeling om de komende maanden te volgen.
De jaarlijkse groei van leningen aan niet-financiële ondernemingen liep in mei op naar 4%. In april was dat nog 3,4% en in maart 3,2% . Daarmee zet de geleidelijke versnelling sinds het begin van 2026 door.
Ook de brede geldhoeveelheid M3 nam toe: van 2,7% in april naar 3,2% in mei . Dat wijst op een aantrekkende krediet- en geldgroei in de eurozone, al zegt het op zichzelf nog niets over de kwaliteit of verdeling van die leningen.
De kredietverlening aan huishoudens ontwikkelde zich gematigder. Die groeide in mei met 3,1% op jaarbasis, tegenover 3,0% in april. Het totale bedrag aan huishoudelijke leningen kwam uit op €7,194 biljoen . De gecombineerde kredietgroei aan de private sector bleef steken op 3,5% .
Dat is een duidelijke verbetering ten opzichte van januari. Toen zakte de groei van bedrijfsleningen naar 2,8%, het laagste niveau sinds juni 2025, terwijl de groei van huishoudelijke leningen op 3,0% bleef staan .
De ECB-enquête over het eerste kwartaal van 2026, gepubliceerd op 28 april, kijkt niet alleen naar verstrekte leningen, maar vooral naar de houding van banken: worden zij soepeler of strenger bij het verstrekken van krediet?
Het antwoord was duidelijk: banken rapporteerden een netto-aanscherping van de kredietnormen voor leningen aan zowel bedrijven als huishoudens. De belangrijkste redenen waren een hogere inschatting van risico’s en een lagere risicobereidheid .
De belangrijkste uitkomsten:
Ook de algemene kredietvoorwaarden voor bedrijven en consumptief krediet werden strenger. Vooral hogere leenrentes en een toegenomen risicoperceptie speelden daarbij een rol . Voor het tweede kwartaal verwachtten banken opnieuw een aanscherping in alle kredietcategorieën, mede vanwege geopolitieke spanningen, ontwikkelingen op de energiemarkt en hogere financieringskosten .
De ogenschijnlijke tegenstelling betekent niet automatisch dat een van beide datasets fout is. De cijfers meten verschillende aspecten van de kredietmarkt. De monetaire data laten zien hoeveel krediet daadwerkelijk uitstaat of is verstrekt; de Bank Lending Survey meet hoe banken hun voorwaarden en verwachtingen beoordelen.
Verschillende verklaringen zijn mogelijk, maar de beschikbare gegevens bewijzen geen van deze scenario’s afzonderlijk:
De groei van bedrijfsleningen is dus op het eerste gezicht positief, maar zegt niet noodzakelijk dat krediet voor alle bedrijven makkelijker beschikbaar wordt.
De Financial Stability Review van de ECB uit mei voegt een belangrijke kanttekening toe. De kwaliteit van bankactiva kan verslechteren als de macrofinanciële omstandigheden sterk verslechteren, met name als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten .
De verhouding aan niet-renderende leningen — leningen waarop rente of aflossing niet tijdig wordt betaald — ligt in de eurozone als geheel nog altijd dicht bij historische dieptepunten. Toch ziet de ECB al enige verslechtering bij leningen aan het midden- en kleinbedrijf en bij consumptief krediet, met duidelijke verschillen tussen landen .
Ook het aantal bedrijfsinsolventies is de afgelopen kwartalen scherp gestegen. De ECB vond echter geen aanwijzingen dat banken de kredietrisico’s van bedrijven in brede zin onderschatten .
Dat beeld past bij de voorzichtigheid in de Bank Lending Survey: de totale kredietgroei kan sterk blijven zolang solide bedrijven toegang houden tot financiering, terwijl kleinere ondernemingen en huishoudens al meer druk ervaren van hogere rentes en geopolitieke onzekerheid.
De volgende Bank Lending Survey, over het tweede kwartaal van 2026, staat gepland voor 21 juli 2026 . Die publicatie wordt een belangrijke test voor de huidige interpretatie.
Als banken opnieuw strengere normen melden terwijl de harde kredietcijfers sterk blijven, wordt de kloof tussen kredietvolume en kredietaanbod groter. Als banken juist aangeven dat zij de voorwaarden versoepelen, kan dat erop wijzen dat de eerdere voorzichtigheid tijdelijk was.
Vooralsnog is de kernboodschap van de ECB-data daarom: sterkte aan de oppervlakte, voorzichtigheid daaronder. De bedrijfsleningen groeien stevig, maar de enquêteresultaten en de financiële-stabiliteitsanalyse wijzen op risico’s die in de tweede helft van 2026 zichtbaarder kunnen worden.
Die tegenstelling — sterkere kredietvolumes tegenover een krappere kredietverlening — is de belangrijkste ontwikkeling om de komende maanden te volgen.
De jaarlijkse groei van leningen aan niet-financiële ondernemingen liep in mei op naar 4%. In april was dat nog 3,4% en in maart 3,2% . Daarmee zet de geleidelijke versnelling sinds het begin van 2026 door.
Ook de brede geldhoeveelheid M3 nam toe: van 2,7% in april naar 3,2% in mei . Dat wijst op een aantrekkende krediet- en geldgroei in de eurozone, al zegt het op zichzelf nog niets over de kwaliteit of verdeling van die leningen.
De kredietverlening aan huishoudens ontwikkelde zich gematigder. Die groeide in mei met 3,1% op jaarbasis, tegenover 3,0% in april. Het totale bedrag aan huishoudelijke leningen kwam uit op €7,194 biljoen . De gecombineerde kredietgroei aan de private sector bleef steken op 3,5% .
Dat is een duidelijke verbetering ten opzichte van januari. Toen zakte de groei van bedrijfsleningen naar 2,8%, het laagste niveau sinds juni 2025, terwijl de groei van huishoudelijke leningen op 3,0% bleef staan .
De ECB-enquête over het eerste kwartaal van 2026, gepubliceerd op 28 april, kijkt niet alleen naar verstrekte leningen, maar vooral naar de houding van banken: worden zij soepeler of strenger bij het verstrekken van krediet?
Het antwoord was duidelijk: banken rapporteerden een netto-aanscherping van de kredietnormen voor leningen aan zowel bedrijven als huishoudens. De belangrijkste redenen waren een hogere inschatting van risico’s en een lagere risicobereidheid .
De belangrijkste uitkomsten:
Ook de algemene kredietvoorwaarden voor bedrijven en consumptief krediet werden strenger. Vooral hogere leenrentes en een toegenomen risicoperceptie speelden daarbij een rol . Voor het tweede kwartaal verwachtten banken opnieuw een aanscherping in alle kredietcategorieën, mede vanwege geopolitieke spanningen, ontwikkelingen op de energiemarkt en hogere financieringskosten .
De ogenschijnlijke tegenstelling betekent niet automatisch dat een van beide datasets fout is. De cijfers meten verschillende aspecten van de kredietmarkt. De monetaire data laten zien hoeveel krediet daadwerkelijk uitstaat of is verstrekt; de Bank Lending Survey meet hoe banken hun voorwaarden en verwachtingen beoordelen.
Verschillende verklaringen zijn mogelijk, maar de beschikbare gegevens bewijzen geen van deze scenario’s afzonderlijk:
De groei van bedrijfsleningen is dus op het eerste gezicht positief, maar zegt niet noodzakelijk dat krediet voor alle bedrijven makkelijker beschikbaar wordt.
De Financial Stability Review van de ECB uit mei voegt een belangrijke kanttekening toe. De kwaliteit van bankactiva kan verslechteren als de macrofinanciële omstandigheden sterk verslechteren, met name als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten .
De verhouding aan niet-renderende leningen — leningen waarop rente of aflossing niet tijdig wordt betaald — ligt in de eurozone als geheel nog altijd dicht bij historische dieptepunten. Toch ziet de ECB al enige verslechtering bij leningen aan het midden- en kleinbedrijf en bij consumptief krediet, met duidelijke verschillen tussen landen .
Ook het aantal bedrijfsinsolventies is de afgelopen kwartalen scherp gestegen. De ECB vond echter geen aanwijzingen dat banken de kredietrisico’s van bedrijven in brede zin onderschatten .
Dat beeld past bij de voorzichtigheid in de Bank Lending Survey: de totale kredietgroei kan sterk blijven zolang solide bedrijven toegang houden tot financiering, terwijl kleinere ondernemingen en huishoudens al meer druk ervaren van hogere rentes en geopolitieke onzekerheid.
De volgende Bank Lending Survey, over het tweede kwartaal van 2026, staat gepland voor 21 juli 2026 . Die publicatie wordt een belangrijke test voor de huidige interpretatie.
Als banken opnieuw strengere normen melden terwijl de harde kredietcijfers sterk blijven, wordt de kloof tussen kredietvolume en kredietaanbod groter. Als banken juist aangeven dat zij de voorwaarden versoepelen, kan dat erop wijzen dat de eerdere voorzichtigheid tijdelijk was.
Vooralsnog is de kernboodschap van de ECB-data daarom: sterkte aan de oppervlakte, voorzichtigheid daaronder. De bedrijfsleningen groeien stevig, maar de enquêteresultaten en de financiële-stabiliteitsanalyse wijzen op risico’s die in de tweede helft van 2026 zichtbaarder kunnen worden.