De hoofdoorzaak, volgens het post-mortem van Base, was een fout in de blokopbouwlogica van de sequencer. Na een mislukte transactie voerde het systeem de journal state — de interne administratie van account- en opslagslotwijzigingen — niet correct op, waardoor een ‘vervuilde’ of ‘stale’ toestand achterbleef. Wanneer vervolgens legitieme transacties werden uitgevoerd, leidde deze stale toestand tot abnormale gasberekeningen, wat resulteerde in een blok met een ongeldige toestandsovergang.
Dat ongeldige blok veroorzaakte een consensusfout: de sequencer produceerde een ongeldig blok na blok 47.806.542, waardoor het netwerk geen verdere blokken meer kon aanmaken. Node-operatoren konden pas weer normaal synchroniseren nadat het probleem was verholpen.
| Incident | Datum | Duur | Totale downtime (gecombineerd) |
|---|---|---|---|
| Eerste | 25 juni 2025 | ~116 minuten (bijna 2 uur) | ~136 minuten |
| Tweede | 26 juni 2025 | ~20 minuten |
De tweede storing op 26 juni was volgens de rapporten het gevolg van dezelfde onderliggende blokproductiefout, die kort na het eerste incident opnieuw optrad, al herstelde het netwerk de tweede keer sneller.
Tijdens beide periodes werden er geen nieuwe blokken geproduceerd, waardoor transacties tijdelijk niet werden verwerkt. Er zijn geen gebruikersgelden verloren gegaan tijdens beide incidenten.
Het ontwikkelingsteam van Base heeft een patch op de sequencer toegepast die ervoor zorgt dat de journal state na een mislukte transactie wel correct wordt bijgewerkt. De fix is terug te vinden in een openbare GitHub pull request (#3806).
Na de patch werd de normale werking hervat, maar Base adviseerde validator-node-operatoren om hun nodes opnieuw op te starten of te resynchroniseren om de synchronisatiestatus te herstellen. Het team gaf aan dat beide storingen door dezelfde bug werden veroorzaakt en dat een tweede, gerelateerd probleem (PR #3805) ertoe leidde dat het incident de volgende dag opnieuw optrad.
In de nasleep stelde Base de geplande Beryl mainnet-upgrade en de B20-tokenstandaard met een dag uit om het netwerk te stabiliseren.
De opeenvolgende storingen wakkeren het debat over de veerkracht van Base’s single-sequencer-architectuur opnieuw aan — een ontwerp dat gebruikelijk is bij veel optimistic rollups, maar een duidelijk single point of failure introduceert.
De belangrijkste zorgen uit het post-mortem en berichtgeving in de sector zijn:
Het incident laat zien dat zelfs de grootste Ethereum L2-netwerken offline kunnen gaan door een edge case in het statusbeheer van een enkele sequencer — en dat geautomatiseerde failover- en herstelsystemen in het rollup-ecosysteem nog volop in ontwikkeling zijn.