Bank of America trok zijn rentebeleidsvoorspelling op 22 juni 2026 volledig in en verwacht nu drie renteverhogingen van een kwart procentpunt (25 bp) in september, oktober en december 2026. De bank verwijst naar 'onmiskenbaar slechtere' inflatie en de havikistische opstelling van voorzitter Kevin Warsh. Het verwachte fed funds-tarief stijgt van 3,50%–3,75% naar 4,25%–4,50% .
Deutsche Bank draaide eveneens bij en verwacht in een notitie van 19 juni twee verhogingen van 25 bp (in totaal 50 bp), eveneens ingegeven door de havikistische FOMC onder Warsh . De markt prijst volgens LSEG-gegevens ongeveer 41,2 bp aan verkrapping in
.
Oordeel: Beide voorspellingen worden bevestigd door meerdere onafhankelijke nieuwsbronnen, waaronder CNBC, Reuters, Yahoo Finance en Finimize.
Voormalig BOJ-beleidsmaker Sayuri Shirai vatte de dynamiek direct samen: 'De dollar/yen-wisselkoers kan geleidelijk naar 163–165 bewegen' als de Fed dit jaar de rente verhoogt .
De bredere context is belangrijk: de BOJ verhoogde in juni 2026 zijn beleidsrente, maar het gat met de Amerikaanse rente blijft enorm. Een rechtstreekse bevestiging van de exacte BOJ-rentestap naar 1,00% (het hoogste sinds 1995) en het >250 bp-renteverschil met de huidige Fed-bandbreedte van 3,50%–3,75% is niet in de zoekresultaten gevonden. De gegevens zijn echter consistent met het bekende BOJ-beleid en het verhaal dat het renteverschil de belangrijkste aanjager is van de yen-zwakte. Dat de BOJ de rente verhoogt terwijl de Fed naar verwachting verder zal verhogen, vergroot dat verschil alleen maar.
De bewering over >115.000 yen-shortcontracten (een hoogste punt in negen jaar) kon niet onafhankelijk worden geverifieerd in de opgevraagde zoekresultaten. Dit cijfer is waarschijnlijk afkomstig van de CFTC Commitment of Traders-gegevens, maar er is geen overeenkomend fragment gevonden. Dat er recordaantallen speculatieve shortposities op de yen worden ingenomen, past in het verhaal van de carry trade, maar dit specifieke cijfer moet vooralsnog als niet geverifieerd door dit onderzoek worden beschouwd.
Voormalig BOJ-beleidsmaker Sayuri Shirai, nu hoogleraar aan de Keio Universiteit, gaf op 23 juni 2026 een duidelijke waarschuwing op het Reuters Global Markets Forum. Ze zei: 'De dollar/yen-wisselkoers kan geleidelijk richting 163–165 bewegen' als de Fed dit jaar de rente verhoogt . Ze voegde eraan toe dat het 'heel lastig lijkt de trend nu te keren, aangezien het ministerie van Financiën en de BOJ de koers sinds begin juni al boven de 160 hebben laten uitkomen'
.
Het zoekbudget was uitgeput voordat een directe bron kon worden gevonden voor de uitspraken van minister van Financiën Satsuki Katayama over 'beslissende interventie'. Shirai verwees er echter direct naar dat het ministerie van Financiën de koers al boven de 160 had laten uitkomen . De markt gelooft duidelijk niet dat verbale interventie alleen de koers zal kunnen houden. De paraatheid van de minister is in lijn met de standaard signalering van het MOF, maar het specifieke citaat is in dit onderzoek niet opgevangen.
Ook dit is niet opgevangen vanwege de limieten van het zoekbudget. Dit cijfer is aannemelijk op basis van de openbaar gemaakte interventiegegevens van Japan (die historisch in de orde van ¥5–9 biljoen lagen bij grote interventies), maar het werd niet bevestigd door de bovenstaande zoekresultaten.
Deze gegevenspunten zijn waarschijnlijk afkomstig van recente Japanse overheidsstatistieken (CGPI, index van producentenprijzen, handelsstatistieken) en de marktverwachtingen voor het BOJ-beleid. De zoekresultaten hebben ze niet direct opgehaald, waarschijnlijk omdat het zoekbudget uitgeput raakte voordat deze economische gegevenslaag werd bereikt.
De kern van het verhaal – dat een havikistische Fed-herprijzing onder voorzitter Warsh de yen richting 163–165 duwt, en dat interventie niet effectief lijkt – wordt sterk ondersteund door het bronmateriaal. De ommezwaai in de voorspellingen van Bank of America en Deutsche Bank, de marktprijzen voor renteverhogingen en Shirai's specifieke waarschuwing zijn allemaal onafhankelijk bevestigd. Verschillende specifieke datapunten (groothandelsinflatie, importprijzen, CFTC-posities, exacte BOJ-renteniveau en interventie-uitgaven in mei) konden niet opnieuw worden bevestigd binnen het zoekbudget, maar passen wel in het grotere geheel. Een gericht vervolgonderzoek naar MOF-interventiegegevens en de Japanse CGPI zou de resterende hiaten kunnen opvullen.
Comments
0 comments