Apple heroverde op 4 november 2026 de koppositie onder beursgenoteerde bedrijven, nadat beleggers massaal aandelen kochten van grote technologiebedrijven. De koerssprong volgde op de tussentijdse verkiezingen in de Verenigde Staten en de verwachting dat strengere regels de bouw van datacenters kunnen afremmen. Apple werd daarbij gezien als minder afhankelijk van die bouwgolf dan bedrijven die zwaar inzetten op AI-infrastructuur.
2
7
Dat is niet hetzelfde als bewijs dat Apple de koppositie ook langer vasthield. De beschikbare berichtgeving beschrijft de voorsprong op 4 november, maar stelt geen exacte slotwaarde van Apple op 5 november vast.
Een korte wisseling aan de top
Een secundaire samenvatting meldde voor 4 november een recordslot van 349,51 dollar, een dagwinst van 5,31% en een beurswaarde van 5,079 biljoen dollar. Nvidia zou die dag zijn uitgekomen op 4,832 biljoen dollar, na een daling van 3,17%.
16 Reuters meldde die dag dat Apple bijna 7% steeg en een record bereikte.
2 De precieze percentages verschillen dus per berichtgeving; intradaykoersen en slotkoersen zijn niet zonder meer vergelijkbaar.
De strijd om de eerste plaats was al eerder op en neer gegaan. Apple passeerde Nvidia korte tijd op de dag dat de iPhone Duo werd gelanceerd, maar Nvidia sloot die handelsdag ongeveer 20 miljard dollar hoger, op 5,094 biljoen dollar.
19 Op 3 november werd Nvidia opnieuw als marktleider gemeld; op 4 november nam Apple volgens de berichtgeving de leiding over.
16
Waarom de verkiezingsuitslag de techhandel opschudde
De Democraten namen bij de tussentijdse verkiezingen de controle over zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat over. Beleggers rekenden erop dat meer politieke en bestuurlijke controle de plannen voor nieuwe datacenters kon vertragen. Ook wonnen tegenstanders van datacenterontwikkeling terrein op staatsniveau.
6
7
Voor bedrijven met bestaande, omvangrijke computerinfrastructuur leek dat mogelijk gunstig: als de uitbreiding vertraagt, kunnen schaarse rekencapaciteit en bestaande kasstromen relatief waardevoller worden. Die redenering hielp grote techbedrijven op 4 november, terwijl datacenterbedrijven onder druk stonden.
2
7 Een schatting van Goldman Sachs wees erop dat overwinningen van Democraten in bepaalde staten gevolgen konden hebben voor ongeveer 45% van de geplande Amerikaanse datacentercapaciteit. Dat was een inschatting van de mogelijke blootstelling, niet het bewijs dat die capaciteit al was geschrapt.
6
De stemming sloeg de volgende dag om. Op 5 november zakte de Nasdaq met 5,5%; de daling bevestigde dat de index in een correctie zat. Chip- en datacentergerelateerde aandelen kregen klappen door zorgen over strengere AI-regels en een mogelijke vertraging van de infrastructuuruitbouw.
3
5
Apple had sterke cijfers, maar was niet immuun
Apple had ook bedrijfscijfers die beleggers steun konden geven. In het fiscale vierde kwartaal, dat eindigde op 26 september, behaalde het bedrijf een recordomzet voor een septemberkwartaal van 114,5 miljard dollar, 12% meer dan een jaar eerder. De omzet uit de iPhone bereikte eveneens een record en de dienstentak zette een nieuw omzetrecord neer.
1 De iPhone-omzet groeide met 17% en die van de Mac met 24%.
22
Toch waren er duidelijke risico’s. Apple verwachtte voor het kwartaal tot en met december een brutomarge van 45% tot 46%, tegenover 47,9% in het septemberkwartaal. Het bedrijf wees op stijgende kosten voor geheugenchips, die de marges onder druk zetten.
15
21 De verwachting dat een tragere datacenterbouw de geheugenkosten voor Apple zou kunnen temperen, was een beleggingsgedachte — geen bevestigde kostenbesparing.
6
De beursrally liet dus vooral zien hoe beleggers hun voorkeur verlegden: weg van sommige bedrijven die afhankelijk zijn van steeds verdere AI-uitbouw, en richting een onderneming met een grote bestaande omzetbasis uit apparaten en diensten. Dat maakte Apple niet risicoloos en bewijst evenmin dat het aandeel na 4 november boven Nvidia bleef staan.
1
2
5