NASA’s kaart van oktober 2026 toont een zeeniveaupatroon dat sterk lijkt op dat van oktober 1997. Satellieten meten de hoogte van het zeeoppervlak.
Gepubliceerd doorBewerkt met GPT-6 LunaAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 2
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: What do NASA’s satellite maps published on October 23, 2026—comparing TOPEX/Poseidon sea surface heights from October 13, 1997, with Sentine. Article summary: NASA’s comparison supports the possibility that the 2026 El Niño could match or exceed 1997–98, but it does not establish that the final peak will break the record: NASA describes it as “on track to be as large or larger. Topic tags: general, government, general web, education. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts
De satellietkaart die NASA op 23 oktober 2026 publiceerde, laat een bekend patroon zien: het zeeniveau was hoger dan normaal in het centrale en oostelijke deel van de equatoriale Stille Oceaan. Dat patroon lijkt sterk op de kaart van oktober 1997, tijdens een van de krachtigste El Niño’s in het satelliettijdperk. De overeenkomst maakt de huidige gebeurtenis een kandidaat om die van 1997–1998 te evenaren of te overtreffen, maar één vergelijking kan niet vaststellen hoe hoog de uiteindelijke piek zal uitkomen. 1
NASA vergeleek metingen van de satelliet TOPEX/Poseidon van 13 oktober 1997 met die van Sentinel-6 Michael Freilich van 12 oktober 2026. Op beide kaarten is het zeeniveau verhoogd in grote delen van de centrale en oostelijke equatoriale Stille Oceaan. Dankzij een satellietarchief van 35 jaar kunnen onderzoekers de ontwikkeling van deze El Niño naast die van eerdere sterke gebeurtenissen leggen. 1
De satellieten meten de hoogte van het zeeoppervlak, niet rechtstreeks de temperatuur van het zeewater. Water zet uit wanneer het warmer wordt. Een hoger zeeniveau in dit deel van de Stille Oceaan kan daarom wijzen op een ophoping van warmte in de bovenste oceaanlaag, die met El Niño samenhangt. 6
De ontwikkeling verliep aanvankelijk later dan bij de grote El Niño’s van 1997 en 2015, maar versnelde in de zomer. In april en mei trokken zogeheten Kelvin-golven — verstoringen in de oceaan die warm water oostwaarts verplaatsen — langs de evenaar. In juli waren verhoogde zeeniveaus tot bij Peru te zien.
In zijn verwachting van 8 oktober gaf NOAA, de Amerikaanse dienst voor oceanen en atmosfeer, aan dat er meer dan 83% kans was op sterke tot zeer sterke El Niño-omstandigheden tot en met januari–maart 2027. 18 Dat is iets anders dan de kans dat de gebeurtenis een historische drempel overschrijdt: voor die drempel schatte NOAA de kans op 83% voor oktober–december en 70% voor november–januari.
Ook andere meetgegevens en prognoses wijzen op een uitzonderlijk sterke gebeurtenis. Het International Research Institute (IRI) noteerde voor de week rond 14 oktober een Niño 3.4-waarde van +3,3 °C. Alle 27 modellen in zijn ensemble verwachtten een ‘zeer sterke’ El Niño. De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) voorspelde voor november 2026–januari 2027 een gemiddelde afwijking van ongeveer +3,8 °C in de zeewatertemperatuur van het Niño 3.4-gebied.
Die cijfers hebben betrekking op verschillende perioden en soorten informatie: een verwachting over de duur van El Niño, een kans op het overschrijden van een historische drempel, een wekelijkse meting en een seizoensprognose. Samen ondersteunen ze het beeld van een mogelijk historisch sterke gebeurtenis. Ze zijn niet onderling uitwisselbaar en bewijzen niet dat El Niño van 2026–2027 de gebeurtenis van 1997–1998 op elk meetpunt zal overtreffen. 18
De piek van de oceaangebeurtenis en de piek van de weersinvloeden vallen niet noodzakelijk samen. Het Geophysical Fluid Dynamics Laboratory van NOAA meldde dat zijn experimentele verwachting van oktober erop wees dat El Niño de piek naderde, met een verzwakking richting het begin van de winter. Tegelijkertijd kunnen de gevolgen in de winter in delen van de Verenigde Staten nog toenemen. De afzonderlijke modelberekeningen lopen bovendien uiteen. 17
Daarom is de gelijkenis tussen de twee oceaankaarten geen voorspelling van zware regen in Californië of het zuiden van de Verenigde Staten — en evenmin van het weer in een andere specifieke regio. De prognoses wijzen op een sterke El Niño en mogelijke winterinvloeden, maar lokale uitkomsten blijven onzeker. 17
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
NASA’s kaart van oktober 2026 toont een zeeniveaupatroon dat sterk lijkt op dat van oktober 1997.
NASA’s kaart van oktober 2026 toont een zeeniveaupatroon dat sterk lijkt op dat van oktober 1997. Satellieten meten de hoogte van het zeeoppervlak. Omdat warm water uitzet, kan een hoger zeeniveau wijzen op meer warmte in de bovenste oceaanlaag.
Prognoses van NOAA, IRI en de Wereld Meteorologische Organisatie wijzen op een uitzonderlijk sterke El Niño, maar zulke oceaanmetingen garanderen geen specifieke weersomstandigheden op een bepaalde plek.
NASA’s kaart van oktober 2026 toont een zeeniveaupatroon dat sterk lijkt op dat van oktober 1997. Satellieten meten de hoogte van het zeeoppervlak.
Gepubliceerd doorBewerkt met GPT-6 LunaAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 2
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: What do NASA’s satellite maps published on October 23, 2026—comparing TOPEX/Poseidon sea surface heights from October 13, 1997, with Sentine. Article summary: NASA’s comparison supports the possibility that the 2026 El Niño could match or exceed 1997–98, but it does not establish that the final peak will break the record: NASA describes it as “on track to be as large or larger. Topic tags: general, government, general web, education. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts
De satellietkaart die NASA op 23 oktober 2026 publiceerde, laat een bekend patroon zien: het zeeniveau was hoger dan normaal in het centrale en oostelijke deel van de equatoriale Stille Oceaan. Dat patroon lijkt sterk op de kaart van oktober 1997, tijdens een van de krachtigste El Niño’s in het satelliettijdperk. De overeenkomst maakt de huidige gebeurtenis een kandidaat om die van 1997–1998 te evenaren of te overtreffen, maar één vergelijking kan niet vaststellen hoe hoog de uiteindelijke piek zal uitkomen. 1
NASA vergeleek metingen van de satelliet TOPEX/Poseidon van 13 oktober 1997 met die van Sentinel-6 Michael Freilich van 12 oktober 2026. Op beide kaarten is het zeeniveau verhoogd in grote delen van de centrale en oostelijke equatoriale Stille Oceaan. Dankzij een satellietarchief van 35 jaar kunnen onderzoekers de ontwikkeling van deze El Niño naast die van eerdere sterke gebeurtenissen leggen. 1
De satellieten meten de hoogte van het zeeoppervlak, niet rechtstreeks de temperatuur van het zeewater. Water zet uit wanneer het warmer wordt. Een hoger zeeniveau in dit deel van de Stille Oceaan kan daarom wijzen op een ophoping van warmte in de bovenste oceaanlaag, die met El Niño samenhangt. 6
De ontwikkeling verliep aanvankelijk later dan bij de grote El Niño’s van 1997 en 2015, maar versnelde in de zomer. In april en mei trokken zogeheten Kelvin-golven — verstoringen in de oceaan die warm water oostwaarts verplaatsen — langs de evenaar. In juli waren verhoogde zeeniveaus tot bij Peru te zien.
In zijn verwachting van 8 oktober gaf NOAA, de Amerikaanse dienst voor oceanen en atmosfeer, aan dat er meer dan 83% kans was op sterke tot zeer sterke El Niño-omstandigheden tot en met januari–maart 2027. 18 Dat is iets anders dan de kans dat de gebeurtenis een historische drempel overschrijdt: voor die drempel schatte NOAA de kans op 83% voor oktober–december en 70% voor november–januari.
Ook andere meetgegevens en prognoses wijzen op een uitzonderlijk sterke gebeurtenis. Het International Research Institute (IRI) noteerde voor de week rond 14 oktober een Niño 3.4-waarde van +3,3 °C. Alle 27 modellen in zijn ensemble verwachtten een ‘zeer sterke’ El Niño. De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) voorspelde voor november 2026–januari 2027 een gemiddelde afwijking van ongeveer +3,8 °C in de zeewatertemperatuur van het Niño 3.4-gebied.
Die cijfers hebben betrekking op verschillende perioden en soorten informatie: een verwachting over de duur van El Niño, een kans op het overschrijden van een historische drempel, een wekelijkse meting en een seizoensprognose. Samen ondersteunen ze het beeld van een mogelijk historisch sterke gebeurtenis. Ze zijn niet onderling uitwisselbaar en bewijzen niet dat El Niño van 2026–2027 de gebeurtenis van 1997–1998 op elk meetpunt zal overtreffen. 18
De piek van de oceaangebeurtenis en de piek van de weersinvloeden vallen niet noodzakelijk samen. Het Geophysical Fluid Dynamics Laboratory van NOAA meldde dat zijn experimentele verwachting van oktober erop wees dat El Niño de piek naderde, met een verzwakking richting het begin van de winter. Tegelijkertijd kunnen de gevolgen in de winter in delen van de Verenigde Staten nog toenemen. De afzonderlijke modelberekeningen lopen bovendien uiteen. 17
Daarom is de gelijkenis tussen de twee oceaankaarten geen voorspelling van zware regen in Californië of het zuiden van de Verenigde Staten — en evenmin van het weer in een andere specifieke regio. De prognoses wijzen op een sterke El Niño en mogelijke winterinvloeden, maar lokale uitkomsten blijven onzeker. 17
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
NASA’s kaart van oktober 2026 toont een zeeniveaupatroon dat sterk lijkt op dat van oktober 1997.
NASA’s kaart van oktober 2026 toont een zeeniveaupatroon dat sterk lijkt op dat van oktober 1997. Satellieten meten de hoogte van het zeeoppervlak. Omdat warm water uitzet, kan een hoger zeeniveau wijzen op meer warmte in de bovenste oceaanlaag.
Prognoses van NOAA, IRI en de Wereld Meteorologische Organisatie wijzen op een uitzonderlijk sterke El Niño, maar zulke oceaanmetingen garanderen geen specifieke weersomstandigheden op een bepaalde plek.