Michael Burry en Jim Chanos zijn om verschillende redenen kritisch op de investeringshausse rond kunstmatige intelligentie. Burry vraagt zich af hoe snel AI-chips economisch aan waarde verliezen, ook als ze nog prima werken. Chanos richt zich op de financiering van AI-infrastructuur, vooral wanneer sterk met schulden belaste aanbieders en ingewikkelde constructies afhankelijk zijn van aanhoudende groei. Hun waarschuwingen zetten de aannames achter de investeringsgolf ter discussie; ze bewijzen niet dat er geen vraag naar AI-hardware is.
3
16
17
Burry’s vraag: houden werkende chips hun economische waarde?
Nvidia stelt dat zijn AI-infrastructuur ook na de versnelde afschrijvingstermijnen waarde kan behouden. Zo’n boekhoudkundige termijn zegt op zichzelf niet rechtstreeks hoeveel het materieel later nog kan opleveren of opbrengen bij verkoop. Burry’s bezwaar is dat een GPU nog verhuurd kan worden en inkomsten kan opleveren, maar intussen economisch minder waard wordt doordat nieuwere chips het lucratiefste werk overnemen.
2
3
16
Hij trekt een vergelijking met de computerleasehausse van de jaren zestig. Die vergelijking gaat over het vertrouwen van beleggers in het blijvende nut en de waarde van computers — niet over de bewering dat de technologie of de vraag toen en nu hetzelfde zijn. Burry vraagt ook of prognoses van toekomstige kasstromen de verkoopwaarde van oudere GPU’s even betrouwbaar kunnen vaststellen als daadwerkelijke prijzen op de tweedehandsmarkt.
3
5
7
Dat onderscheid is belangrijk: een chip kan blijven werken zonder in de resterende gebruiksduur genoeg op te leveren om de oorspronkelijke aanschafprijs te rechtvaardigen. Burry heeft expliciet onderscheid gemaakt tussen de mogelijkheid om een chip te verhuren en de vraag hoe snel die economisch afschrijft.
16
Burry’s posities in Nvidia en Palantir zijn veranderd
Burry’s transacties zijn in de loop der tijd veranderd, en berichten beschrijven zijn posities niet allemaal op precies dezelfde manier. Volgens berichtgeving sloot hij putopties op Nvidia en Palantir die in december 2026 afliepen. Latere berichtgeving beschrijft ook veranderingen in zijn blootstelling aan Nvidia, waaronder een overstap van een shortpositie in het aandeel naar putopties met een latere afloopdatum. Het sluiten van een optie die eerder afloopt, betekent op zichzelf niet dat een belegger zijn negatieve visie heeft laten varen.
1
8
9
Omdat het om posities gaat die op verschillende momenten zijn gemeld en kunnen veranderen, zijn specifieke beleggingen momentopnames — geen definitief overzicht van Burry’s huidige blootstelling.
1
9
Chanos kijkt naar de vraag: wie draagt het risico als AI minder oplevert?
Chanos heeft de aandacht gevestigd op ‘neoclouds’: gespecialiseerde aanbieders die AI-rekencapaciteit verhuren. Volgens hem zijn sommige van die bedrijven gewaardeerd als snelgroeiende technologiebedrijven, terwijl ze sterk op schulden leunen en infrastructuur bezitten waarvan de toekomstige opbrengsten onzeker zijn. Als de vraag, prijzen of toegang tot financiering verslechteren, kunnen zulke aanbieders moeite krijgen om aan hun verplichtingen te voldoen.
17
20
Ook heeft hij zorgen geuit over de financiering van datacenters buiten de balans van bedrijven en over investeringen van Nvidia in — of steun aan — klanten die zijn chips kopen. Zulke constructies kunnen het lastiger maken om te beoordelen hoeveel vraag onafhankelijk wordt gefinancierd en waar eventuele verliezen terechtkomen als een klant of project in de problemen komt. Dit zijn zorgen van critici, geen bewijs dat Nvidia zijn gerapporteerde verkopen onjuist voorstelt.
Chanos waarschuwde dat schulden voor AI-infrastructuur tegen 2028 een systeemrisico kunnen vormen. Dat is een voorwaardelijke prognose: het risico neemt toe als de schulden oplopen en projecten onvoldoende rendement opleveren om die te dragen. Het is geen voorspelling dat er tegen die datum zeker een financiële crisis uitbreekt.
17
Wat de waarschuwing van de Bank of England — en sterke vraag — wel en niet zeggen
De Bank of England waarschuwde dat AI-gerelateerde schulden en onderling verbonden kwetsbaarheden een scherpe marktcorrectie grotere gevolgen kunnen geven. De Britse centrale bank meldde ook dat de investeringsbehoefte rond AI groter werd dan sommige bedrijven uit hun interne kasstromen konden betalen, waardoor ze meer externe financiering nodig hadden. Dat is een reden om te letten op hoe de uitbreiding wordt gefinancierd, maar het betekent niet dat iedere lener of elk project ongezond is.
Tegelijkertijd wijst berichtgeving op sterke vraag naar Nvidia-chips. Dat spreekt een eenvoudige bewering tegen dat er helemaal geen kopers zijn, maar beantwoordt niet Burry’s vraag over de economische waarde van oudere chips of Chanos’ vraag of infrastructuurbezitters genoeg kunnen verdienen om hun schulden af te lossen.
14
De kernvraag is dus niet alleen of bedrijven AI-apparatuur kopen. Het gaat er ook om of de verwachte opbrengsten en gebruiksduur de kosten rechtvaardigen — en of de financiering tegenvallende rendementen of een afkoelende vraag kan doorstaan. De beschikbare aanwijzingen ondersteunen dat Burry’s en Chanos’ uitspraken waarschuwingen zijn over waardering en financieringsrisico, geen bewijs dat de AI-boom onvermijdelijk in een crash eindigt.
16
17